Van alle psychische problemen of stoornissen komen angststoornissen het vaakst voor. Inderdaad is het zo dat vrouwen er vaker last van hebben dan mannen. Zo komen paniekaanvallen bijvoorbeeld bij vrouwen drie maal zo vaak voor als bij mannen, volgens recente onderzoekscijfers.



Angst is een normale emotie, maar als deze het normale leven in de weg staat, is er reden tot bezorgdheid. Normale angst is een helpende reactie die maakt dat het lichaam geactiveerd raakt in gevaarlijke situaties.

Men spreekt van een angststoornis, als angst verlammend werkt op iemands normale functioneren en lang aanhoudt. Grofweg worden binnen de groep angststoornissen zes vormen onderscheiden:

(1) Paniekstoornis. Daarbij komen onverwachte paniekaanvallen regelmatig voor.

(2) Fobie, waarbij het gaat om langdurende en buitensporige angst voor bepaalde objecten of situaties.

(3) Obsessief-compulsieve stoornis. Daarbij heeft de persoon last van continu zich opdringende, niet te doorbreken gedachten en impulsen.

(4) Post-traumatische stressreacties, waarbij de persoon traumatische, zeer spanningsvolle ervaringen in het verleden herbeleeft, bijvoorbeeld in de vorm van nare dromen.

(5) Sociale angst oftewel bovenmatige angst voor sociale situaties.

(6) Gegeneraliseerde angststoornis, waarbij voortdurende angst en zorgen voorkomen, hoewel zich geen spanningsvolle situaties voordoet.



Er zijn meerdere verklaringen voor het feit dat vrouwen meer angstklachten hebben dan mannen. Zo hebben vrouwen wat meer dan mannen te maken met diverse stadia in hun leven, die beïnvloed worden door de hormonen oestrogeen en progresteron. Deze zouden indirect ook de mate van beleefde angst bepalen.

Het kan ook zijn dat angststoornissen bij mannen wel even vaak voorkomen, maar niet als zodanig worden benoemd. Mannen en vrouwen reageren heel verschillend op stressoren.

Bij mannen worden een ‘anti-sociale persoonlijkheidsstoornis’ en misbruik van genotmiddelen vaker vastgesteld. Het is goed mogelijk dat een niet vastgestelde angststoornis aan de wortel ligt van deze problemen.

De ervaring is dat vrouwen sowieso vaker hulp zoeken dan mannen als zij problemen ervaren. Voor mannen geldt dat hulp zoeken meer een taboe is en schaamtegevoelens geeft.



Angststoornissen kunnen heel goed worden behandeld. Meestal wordt daarbij gekozen voor een combinatie van cognitieve gedragstherapie (gericht op verandering van gedachten) en medicatie. De combinatie zou het beste werken.