Het lijkt er wel eens op dat sommige kinderen gewoon ‘stout’ worden geboren. Volgens nieuw onderzoek is dat geen rare gedachte. Uit een onderzoek onder tweelingen en hun kinderen is naar voren gekomen dat genen meer bepalend zijn voor het al dan niet voorkomen van gedragsproblemen dan altijd gedacht.

genen.jpgDe conclusies van het onderzoek zijn gebaseerd op de gegevens van ruim 1.000 tweelingen en hun kinderen. Bij een deel van die groep ging het om ééneïge tweelingen, die voor 100% overeenkomstig genetisch materiaal hebben. Dit soort onderzoek maakt het via statistische analyses mogelijk om de omgevingsfactoren los te koppelen en alleen het verband van de genen te zien.
Volgens de onderzoekers zijn er volwassenen en kinderen die steeds op zoek zijn naar nieuwe prikkels. Hun gedrag is een grote zoektocht naar sensatie, wat kan samengaan met asociaal gedrag.

Dit soort gedrag zou ten dele genetisch bepaald zijn, maar de rol van de omgeving moet natuurlijk niet uitgevlakt worden.
We weten al uit eerder onderzoek dat veelvuldige strijd tussen de ouders de kans op gedragsproblemen bij de kinderen flink verhoogt. Daarbij is eigenlijk niet bekend of de strijd rechtstreeks gekoppeld is aan de gedragsproblemen. Misschien is er wel een indirect verband. Immers, genen bepalen veel van het gedrag van de kinderen. Ouders die van nature snel strijden en over een opvliegend temperament beschikken, kunnen hun eigenschappen via genetisch materiaal doorgeven aan de kids. En evengoed geldt ook dat continue gestrijd tussen vader en moeder hoe dan ook ongunstig is voor de ontwikkeling van het kind die er getuige van is.
Bij een druk kind met een opvliegend karakter is kind- en/of ouderbegeleiding in sommige situaties (bij vragen en twijfels van de ouders) wenselijk om een negatieve ontwikkeling voor te zijn.

(Child Development)