Bij ADHD’ers werken regelfuncties (executieve functies: plannen, gedrag afstemmen) vaak niet optimaal. Nog niet zo lang geleden dachten we dat hersens uitgegroeid waren als kinderen in de puberteit kwamen. Dit blijkt niet het geval. Sinds een jaar of tien kunnen we hersensactiviteit meten, terwijl de hersens aan het werk zijn. Zo is er ontdekt dat hersens zich tot in de volwassenheid ontwikkelen.

Het gedeelte van de hersens waar de regelfuncties zich bevinden, heeft de meeste tijd nodig om te volgroeien. Hersens die groeien kun je vergelijken met werk in uitvoering. Soms zullen zij taken nog niet zo snel kunnen uitvoeren. En het kan zijn dat nog niet alles lukt, omdat de hersendelen die daarvoor nodig zijn niet klaar zijn.
Kinderen hebben allemaal last van een brein dat groeit. Zeker kinderen in de puberteit staan erom bekend. Hebben alle pubers dan ADHD?
Is druk, impulsief en ongeconcentreerd gedrag in de puberteit eigenlijk niets anders dan een natuurlijk verschijnsel, dat past bij groeiende hersens? En wat betekent dat dan voor kinderen met ADHD als zij puber worden?

Kinderen met ADHD hebben vaak last van matig functionerende regelfuncties. Ook is het werkgeheugen vaak wat zwakker. Dat kan maken dat de gewone puberproblemen nog wat heftiger of zwaarder kunnen zijn.
Onderzoek laat zien dat je onder andere het werkgeheugen kunt trainen, zodat het beter wordt.

Lees hierover meer in het boek ‘ADHD bij kinderen’ van Anneke Eenhoorn: ADHD bij kinderen.