Wanneer een jongvolwassene in een negatieve, instabiele omgeving verkeert, bestaat er verhoogde kans op een depressie. Echter, goede verzorging, aandacht en stimulans tijdens de eerste levensjaren vormen een factor die beschermt tegen een negatieve omgeving op latere leeftijd. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek, waarover gepubliceerd is in Child Development.

kleuterdagverblijf.jpgErvaringen in de vroege kinderjaren hebben langdurende effecten, zo blijkt uit het langlopende onderzoek naar kenmerken van een depressie bij ruim 100 21-jarigen. Deze groep werd gevolgd vanaf het vijfde levensjaar. Van een deel van deze groep was bekend dat ze in een kinderdagverblijf waren geweest. De onderzoekers beoordeelden in die tijd aan de hand van een scoringssysteem hoe het gesteld was met het kinderdagverblijf. Daarmee werd de kwaliteit in beeld gebracht door bijvoorbeeld na te gaan of er veel wisselingen waren geweest in de begeleiders en wat de manier van stimuleren van de ontwikkeling was.
De dataanalyse laat zien dat maar liefst 37% van de jongvolwassenen die in de kleuterleeftijd nooit naar dagopvang waren geweest voldoen aan de kenmerken van een depressie. Dit betekent een significant verschil met de groep die wel naar een kinderdagverblijf was geweest: 26% van hen scoorde hoog op signalen van depressie. De conclusie gaat zelfs nog een stap verder wanneer ook de kwaliteit van de woonomgeving in de analyse wordt betrokken: hoe slechter iemands woonomgeving (in de kinderjaren), hoe groter de kans op een depressie.
Het onderzoek levert grond voor het vermoeden dat positieve ervaringen in de kindertijd een buffer vormen tegen stress op latere leeftijd. Dit maakt het belangrijk om ervoor te zorgen dat alle kinderen zoveel mogelijk opgroeien in een stabiele en uitdagende woonomgeving.

(Bron: Child Development, juni 2007)