Slaapstoornissen en unipolaire depressies (depressie waarbij geen sprake is van een manie, red.) zijn zo sterk met elkaar verbonden, dat slaapproblemen kunnen worden gezien als een belangrijk onderdeel van de stemmingsstoornis. Zeker 80% van de mensen met een depressie ervaren insomnia (problemen met in slaap komen, problemen met doorslapen en overmatig slapen). Nieuw onderzoek wijst uit dat insomnia misschien wel meer is dan een symptoom van de depressie.



Als slaaponderzoeker Dr. Michael Perlis gelijk heeft, is insomnia wellicht een vroege voorspeller van een opkomende depressie. Longitudinaal onderzoek wijst op depressieve periodes van ongeveer vijf weken. En slaapstoornissen verergeren in de aanloop naar een nieuwe depressieve periode of terugval, zegt Dr. Perlis, professor in de psychiatrie en psychologie aan de universiteit van Rochester.

In een complexe wisselwerking tussen chemie en gedrag is het mogelijk dat de slaapstoornis een depressie veroorzaakt. Interessant is dat het erop lijkt dat het behandelen van de slaapstoornis de opkomende depressie uitstelt, of in ieder geval voorkomt dat het chronische vormen aanneemt.



Normaal gesproken volgt het slapen een duidelijk patroon waarbij wij gedurende de nacht een aantal malen door perioden van diepe, rustige slaap gaan voordat we in de REM-slaap terecht komen. Depressieve mensen komen snel in deze REM-slaap terecht en slaan een groot deel van de diepe, rustige slaap over.

Deze “sprint naar dromenland” is niet goed, stelt Perlis. “Op de een of andere manier spelen dromen een rol binnen de depressie, en er is iets mis met de manier waarop depressieve mensen dromen. De functie van het dromen wordt onderschat.”

De intense activatie van de REM-slaap bij depressieve mensen kan leiden tot de bekrachtiging van negatieve herinneringen, waardoor juist de negatieve aspecten worden onthouden bij het wakker worden. Uiteindelijk is het gebrek aan de diepe, rustige slaap in combinatie met de duur en intensiteit van de REM-slaap die het sterkst samenhangt met de depressieve periode. Verstoorde slaap veroorzaakt verschillende symptomen die kunnen leiden tot vermoeidheid, ge├»rriteerdheid, geheugen- en concentratieproblemen en verlies aan interesse in sociale en andere activiteiten. “Kortom, de slaapstoornis verandert in een depressie “, stelt Perlis.



Perlis beweert dat cognitieve gedragstherapie die speciaal gericht is op het vastleggen van de slaapstoornis binnen de depressie, de stoornis wel eens geheel kan verhelpen. Cognitieve-gedragstherapie tijdens perioden van verminderde depressie kan het escaleren van de depressie tegengaan. Zelfs tijdens zwaardere depressieve periodes zou cognitieve-gedragstherapie het herstelproces kunnen versnellen.

Wellicht kunnen we mensen helpen door meer aandacht te schenken aan hun slaapstoornissen“, zegt Perlis. “Misschien als we van de slaapstoornis afkomen, komen we ook van het risico van de depressie af“.

(Bron: Psychology Today: To Be Dreaming of Sleep)