Als kinderen met dyslexie (lees- en spellingstoornis) deelnemen aan een speciaal programma om beter te leren lezen beginnen hun hersenen meer te functioneren zoals die van kinderen zonder een leesstoornis. Dat blijkt uit onderzoek door de Stanford University.



Onderzoekers gebruikten MRI om de activiteit van hersenen van 20 dyslectische kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar in alle opzichten te vergelijken met een controlegroep van 12 kinderen (zonder leesproblemen). Tijdens deze meting kregen alle kinderen de opdracht om eenvoudige rijmoefeningen te doen.

De dyslectische kinderen kregen daarna een acht wekend durend, intensief trainingsprogramma, gericht op de waarneming van snel veranderende klanken in taal. Dat zijn de bouwstenen voor het leesproces.

Ten eerste bleek uit dit experiment dat het gekozen programma de leesvaardigheid van de kinderen flink verbeterde. Daarnaast bleek ook dat het actieve gebied in de hersenen veranderd was en dat er wat dit betreft meer overeenkomst was met de goede lezers.

Dit laat zien dat de hersenen van dyslectische kinderen veel plastischer zijn dan altijd werd aangenomen. De hersenactiviteit kan zich aanpassen na training. Dit geeft hoop.

Met name interventieprogramma’s die gericht zijn op taal en klanken kunnen de hersenen in veel opzichten behulpzaam zijn.

De volgende stap is: nagaan of de trainingen voor dyslectici die nu op de markt zijn de hersenen net zo laten bijstellen als de in het onderzoek gebruikte interventie.

(Proceedings of the National Academy of Sciences)