Vage lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, misselijkheid en tintelende armen, teisteren iedereen weleens. Als er geen duidelijke lichamelijke oorzaak aantoonbaar is, is het waarschijnlijk dat er een psychische oorzaak aan ten grondslag ligt.

Psychosomatische klachten ontstaan als je spanning niet kunt loslaten. Niet alleen recente gebeurtenissen kunnen spanning veroorzaken, maar ook gebeurtenissen in het verleden. Iedereen heeft met spanning en stress te maken, maar bij sommigen worden deze veel makkelijker omgezet tot lichamelijke klachten. Mensen die gemakkelijk somatische klachten ontwikkelen, hebben een gevoeliger persoonlijkheid, waardoor ze sneller gespannen raken als er iets vervelends gebeurt.

Hoe kun je klachten voorkomen?



1. Besef ten eerste dat ieder lichaam zijn ‘zwakke’ plekken heeft en signalen afgeeft bij stress. Ga voor jezelf eens na hoe je reageert op spanning. Leg zelf het verband tussen pijn in je lichaam en meegemaakte vervelende gebeurtenissen. Ga zelf na waar de spanning zich ophoopt (bijv. in je schouders, rug). Besef zelf dat je ook na afloop van een gebeurtenis spanning kunt voelen in je lichaam en dat de primaire oorzaak dan niet lichamelijk is.



2. Leer jezelf om gevoelens en emoties te uiten. Uit deze tegen de persoon die je frustreert en krop ze niet op. Als dat onmogelijk is, uit de frustraties dan op een andere manier (hardlopen, ontspanning zoeken).

Hoewel klagen in het algemeen niet gewaardeerd wordt, zijn de mensen die dat doen gezonder dan degenen die zich groot houden. Jammeren en klagen in plaats van neutraal over problemen praten geeft opluchting en vermindert stress. Martelaren, tobbers en mensen met zelfverwijt zijn slechte stressmanagers.



3. Reken af met en verwerk vervelende gebeurtenissen in het verleden door eventueel hulp te zoeken bij een deskundige of ga de confrontatie aan.



Als je twijfel hebt over de mogelijke oorzaken van de lichamelijke klachten, is het misschien verstandig om de huisarts daarnaar te vragen