Het verlagen van de verwachte pijn bij patiënten kan zowel pijngerelateerde hersenactiviteit als de subjectieve waarneming van pijn doen afnemen.



Bij 10 gezonde vrijwilligers werd een warmtebron aan het been geplaatst, dat in temperatuur kon toe- en afnemen. Gedurende het experiment werd de hersenactiviteit gemeten door middel van fMRI (een techniek om te zien welke hersengebieden op een bepaald moment actief zijn). De vrijwilligers leerden een bepaald pijnniveau te verwachten na een tijdsinterval. Een kort interval tussen twee signalen betekende dat ze een lage pijnprikkel konden verwachten, een lang interval betekende een hoge pijnprikkel. Geen enkele temperatuur was zo hoog dat er brandwonden of beschadigingen aan de huid konden ontstaan.



Om te onderzoeken of de verwachte pijn invloed had op de pijngerelateerde hersenactiviteit en de subjectieve pijnwaarneming, wisselden de onderzoekers de signalen en de verschillende pijnniveaus met elkaar af. Hierdoor werden de vrijwilligers soms blootgesteld aan een hogere dan wel lagere temperatuur dan zij verwachtten. Alle vrijwilligers gaven aan minder pijn te ervaren wanneer zij minder pijn verwacht hadden. De verwachting een lagere temperatuur, en daarmee minder pijn, te ervaren, verlaagde de waargenomen pijn met ruim 28%. Daarnaast blijkt ook pijngerelateerde hersenactiviteit af te nemen wanneer de persoon minder pijn verwacht. Het voelen van pijn is daarmee dus niet slechts het resultaat van een signaal van letsel aan het lichaam. De hersenen spelen ook een rol bij het ervaren van pijn, zo concluderen de onderzoekers. (Proceedings of the National Academy of Sciences, september 2005)