Substantiële gewichtstoename bij vrouwen, met name na hun vijftigste, is een risicofactor voor borstkanker na de overgang, zo blijkt uit een onderzoek dat in augustus gepubliceerd zal worden in de ‚ÄòAmerican Journal of Epidemiology’.



Om de invloed van gewichtsverandering op borstkanker na de overgang te onderzoeken, is er bij 990 vrouwen met de diagnose borstkanker en 1006 vrouwen zonder borstkanker een vragenlijst afgenomen. Hierbij werd aandacht besteed aan potentiële risicofactoren voor borstkanker en er werd gevraagd naar het gewicht van de vrouwen vanaf hun twintigste levensjaar.



Vrouwen die vanaf hun twintigste meer dan 15 kilogram in gewicht zijn toegenomen, blijken een groter risico te lopen borstkanker te ontwikkelen dan vrouwen die sinds deze leeftijd niet meer dan 3 kilogram zijn aangekomen. Een hoge gewichtstoename tijdens en na de overgang blijkt het grootste risico met zich mee te brengen. Vrouwen die in deze periode meer dan 11 kilogram aankomen, hebben 62% meer kans om borstkanker te krijgen dan vrouwen die tijdens deze periode niet in gewicht toenemen.



Deze relatie tussen gewichtstoename en borstkanker is echter alleen gevonden bij vrouwen die nooit gebruik hebben gemaakt van hormonale vervangingstherapie. Deze therapie wordt gegeven om oestrogenen in het lichaam na de overgang te verhogen om op die manier symptomen zoals opvliegers onder controle te krijgen en op lange termijn osteoporose (botontkalking) te voorkomen. Verdere analyse wijst uit dat gewichtsverlies de kans op borstkanker na de overgang verlaagt. (American Journal of Epidemiology, augustus 2005)