Hoewel de meeste broers en zussen een aantal overeenkomstige karaktertrekken

hebben, beweren ouders vaak dat hun kinderen verschillen als dag en nacht. Dit is de conclusie van Dr. Kimberly J. Saudino, hoogleraar in de psychologie aan de universiteit van Boston, naar aanleiding van een studie die is gepubliceerd in het Journal of Personality and Social Psychology (Vol. 87, No. 5).




siblingKimberly Saudino e.a. constateerden onlangs dat ouders van tweelingen maar weinig overeenkomsten zien tussen hun kinderen. Dit ondanks het feit dat tweelingen een gelijke genetische opmaak hebben en dat tweelingen wel degelijk gelijke karaktertrekken hebben. Saudino e.a.deden vervolgens onderzoek naar de vraag of deze vertekening zich ook voordoet bij de ouders van niet-tweelingen.

De populatie van hun onderzoek bestond uit 95 paren broers en zussen tussen de 3 en 8 jaar oud en van de paren bestond de ene helft uit duo’s van hetzelfde geslacht en de andere helft uit gemixte koppels. Saudino e.a. gebruikten de beoordeling van de ouders en objectieve maatstaven om het activiteitsniveau en de verlegenheid van de kinderen te beoordelen.

De onderzoekers evalueerden het niveau van verlegenheid door de kinderen knuffels aan te bieden om vervolgens te kijken hoe de kinderen reageerden (namen ze de knuffel aan, of kropen ze bij hun ouders). Ook kregen de kinderen bewegingsmonitoren (een klein apparaat dat de bewegingen en intensiteit van de bewegingen registreert). De ouders kregen vragenlijsten over de karaktertrekken van hun kinderen.



De onderzoekers ontdekten dat hun objectieve maatstaven weinig samenhingen met de bevindingen van de ouders. De ouders vinden niet alleen dat hun kinderen van elkaar verschillen, maar beweren zelfs dat ze exact elkaars tegenpolen zijn: als de één verlegen is, is de ander extravert.

Waarom zien ouders verschillen die er werkelijk niet zijn?

Het kan zijn dat het een reactie is op een samenleving waarin individualisme erg belangrijk is“, stelt Saudino. “Aan de andere kant zou het kunnen dat het een manier is om de individuele plek van het kind binnen het gezin te benadrukken.” Een derde, misschien wel eenvoudigere, verklaring zou kunnen zijn, dat “door de verschillen tussen de kinderen te benadrukken, de omgang met het individuele kind makkelijker en begrijpelijker maakt/wordt“, aldus Saudino.



Een belangrijk neveneffect van de bevindingen van Saudino is, dat er nu twijfel ontstaat over de validiteit van onderzoek waarbij de bevindingen van ouders worden gebruikt in studies naar verschillen tussen broers en zussen. Saudino stelt voor om bij dit type studies meer gebruik te maken van objectieve meetinstrumenten in plaats van de bevindingen van ouders.