Iedereen heeft opvattingen over zichzelf en anderen. Hardnekkige opvattingen, zogeheten schema’s, bepalen hoe mensen in het dagelijks leven functioneren. In de kinderjaren wordt hiervoor de kiem gelegd. Deze opvattingen worden versterkt door ervaringen na de kindertijd. De zo ontwikkelde schema’s zorgen voor een gevoel van veiligheid. Ervaringen worden vaak zodanig aangepast dat ze de ‘juistheid’ van de schema’s bevestigen. Sommige mensen ondervinden zo’n last van hun schema’s in het dagelijks functioneren dat er sprake van een persoonlijkheidsstoornis is.

Het doel van dit werkboek is de invloed van schema’s op het dagelijks leven te verminderen. Dit wordt mensen geleerd door middel van technieken maar vooral door interpersoonlijk leren. Deze technieken staan beschreven in het werkboek Schemagerichte therapie.

M. van Vreeswijk & J. Broersen, Werkboek: Schemagerichte therapie in groepen, Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum.