Wat doen we als we een probleem tegenkomen? Dit kan van alles zijn: een geldprobleem, een liefdesprobleem, een overlevingsprobleem, et cetera. Wat we vaak doen is onderzoeken wat de oorzaak van dit probleem is, zodat we het vervolgens kunnen gaan oplossen. We willen hoe dan ook dat het probleem ophoudt te bestaan. We gaan het probleem bestrijden, we gaan vechten of we rennen ervoor weg in de hoop dat het probleem dan vanzelf verdwijnt of ons in ieder geval niet meer lastig valt. Maar wat nou als we niet tegen het probleem gaan vechten? Wat nou als we het probleem niet weg gaan duwen, maar juist uitnodigen?

Laten we eerst eens een kijkje nemen in de effectiviteit van het vechten. Het komt ons zo natuurlijk voor dat het wel ergens goed voor moet zijn. Stel, je hebt een bedrijf en je hebt te weinig klanten. De oorzaak hiervan zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat je te weinig reclame maakt. De oplossing is dan simpel: maak meer reclame en de klanten zullen toenemen. Op deze manier kan je vechten tegen je klantenprobleem en het zal, als je het goed aanpakt, ook werken. In deze situatie is vechten dus een goede oplossing. Door actief met je klantenprobleem om te gaan kan je het probleem verminderen of zelfs weghalen. Laten we eens kijken naar een fysiek probleem.
Stel nu dat je vol enthousiasme van de berg af skiet, je hebt een goede vaart en plots ligt er iets voor je waardoor je struikelt en je been breekt. Het heeft weinig zin om te blijven liggen en helemaal niets te doen, of terwijl om je probleem hier ‘uit te nodigen’. Nee, je zult moeten vechten om je been te redden of zelfs om te moeten overleven. Gelukkig heb je je mobieltje bij je en word je snel gered. Het vechten tegen je probleem heeft je in deze situatie gered.

worryVechten tegen je problemen kan dus heel nuttig en effectief zijn, maar wanneer houdt het op en heeft vechten juist het tegenovergestelde effect? Stel je voor dat je een psychisch probleem hebt. Je kunt bijvoorbeeld maar niet ophouden met piekeren. Je piekert over van alles en nog wat en dit geeft je een naar en vervelend gevoel. Heeft vechten tegen dit piekeren ook zin? Vechten zou in dit geval betekenen dat je tegen jezelf zegt dat je niet mag piekeren of dat je jezelf zoveel mogelijk probeert af te leiden om maar niet aan het piekeren te zijn. Wat er gebeurt in deze situatie is dat je een heleboel energie gaat stoppen in het niet mogen piekeren. Het effect hiervan is echter dat het piekerprobleem alleen maar groter wordt, je gaat namelijk piekeren over je piekeren. Zie het als een soort ballon die alleen maar groter wordt omdat je er zoveel lucht in blaast, je besteedt er veel aandacht en energie aan. Vechten heeft op deze manier het tegenovergestelde effect van datgene wat je wilt bereiken: minder piekeren. Het is niet alleen onbehulpzaam, het verergert je probleem zelfs.
Wat zou er gebeuren als je stopt met vechten, maar juist gaat aaien? Tegen jezelf zeggen dat je niet mag piekeren, dat werkt niet. Stel dat je eens tegen jezelf zegt dat je wel mag piekeren, sterker nog, nodig het piekergedrag gezellig uit. Al die vervelende gedachten die je hebt mogen er ook gewoon zijn. Zet ze naast je op de bank neer en zeg tegen ze: “Goh, daar zijn jullie weer. Blijkbaar heb ik even zin om te piekeren, kom er gezellig bij zitten.” Dit klinkt allemaal wellicht een beetje raar, maar wat is nu het verschil tussen het vechten en het aaien? Bij het vechten steek je allemaal energie in je probleem zodat het groter wordt, bij het aaien laat je het probleem voor wat het is en houd je de energie over die je voor iets positievers kunt inzetten. Bij het vechten blaas je de ballon groter op en bij het aaien laat je de ballon lekker klein liggen.
Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: “Dit is allemaal leuk en aardig en voor het piekeren kan ik het me wellicht nog voorstellen dat het zo werkt, maar wat nou als ik heel erg somber ben of me juist heel druk voel of veel woede ervaar? Werkt het dan ook?” In veel gevallen zou ik zeggen: Ja. Het verschil tussen het vechten en het aaien ligt hem in de acceptatie. Accepteren dat je een probleem hebt, geeft vaak al veel rust en geeft je de ruimte en energie om het probleem te kunnen verkleinen. Als je vecht tegen je probleem, dan zeg je eigenlijk tegen jezelf dat datgene wat je voelt/denkt er niet mag zijn. Dit is logisch, omdat het vaak om hele nare gevoelens/gedachten gaat. Het werkt echter vaak juist tegenovergesteld als je maar tegen jezelf blijft zeggen dat je dit niet mag ervaren. Juist door de gevoelens/gedachten te ervaren, ze de ruimte te geven, blijven ze klein en houd je adem over om je te richten op de positieve aspecten van je leven.

Ik wil geenszins beweren dat met het accepteren al je problemen zijn opgelost. Juist het ervaren van datgene wat je eigenlijk voelt/denkt kan heel erg zwaar zijn. Je laat jezelf immers precies in datgene zitten waar je zo’n last van hebt. Het is ook niet de bedoeling dat je dagen achterelkaar hierin blijft hangen. Hoe lang moet je hier dan wel mee bezig zijn? Dat is niet eenduidig te zeggen, dit hangt af van jou als persoon, van je situatie, enzovoorts. Het is in ieder geval belangrijk dat je een manier vindt die bij jou past en wellicht kan je hierbij steun gebruiken van je omgeving of van een professional. Er lijkt een balans te liggen tussen jezelf de ruimte geven om te voelen wat je eigenlijk voelt en jezelf een zetje te geven om weer door te gaan. Waar deze balans voor jou ligt, dat zal je zelf moeten ontdekken. Wellicht geloof je me wel helemaal niet dat het aaien werkt. Ik zou dan zeggen: probeer het eens uit. Stel dat het niets voor jou is, dan kan je daarna altijd weer terug gaan naar het vechten toch?

(Bron foto: Celestine Chua)
Geschreven door psycholoog Dea Boom van Online Psychologenpraktijk Boom.