Omgevingsfactoren zijn meer van invloed op het ontstaan van sociale agressie dan genetische aanleg, zo blijkt uit Canadees onderzoek.



Sociale agressie, zoals pestgedrag en sociale uitsluiting, blijkt door andere factoren te worden beïnvloed dan lichamelijke agressie, zoals vechtgedrag. Tijdens het onderzoek zijn factoren achterhaald en geanalyseerd die een rol spelen bij het ontstaan van sociale en lichamelijke agressie. Leeftijdsgenoten en leraren van 234 zesjarige tweelingen werden gevraagd de mate van agressiviteit van de tweelingen te beoordelen.



Uit de resultaten blijkt dat de gedeelde genetische aanleg van de tweelingen een groot deel van de verschillen in lichamelijke agressie (50% – 60%), maar slechts een klein deel van de verschillen in sociale agressie (20%) verklaart. Een groot deel van de verschillen in sociale agressie wordt daarentegen door omgevingsfactoren verklaart (60%). Daarnaast toont het onderzoek aan dat lichamelijk zeer agressieve kinderen later meer kans hebben om sociaal agressief gedrag te vertonen.



Kortom, genetische aanleg tot agressief gedrag uit zich in eerste instantie vooral door lichamelijke agressie, waarna het op latere leeftijd overgaat tot sociale agressiviteit. Of en wanneer deze omslag plaatsvindt, ligt volgens de onderzoekers aan de mate waarin het kind geconfronteerd wordt met een omgeving die sociaal agressief gedrag aanmoedigt. De onderzoekers benadrukken dan ook het belang lichamelijke agressie in een zeer vroeg stadium te verminderen om op die manier sociaal agressief gedrag bij kinderen te voorkomen. (WebMD Health)