Kinderen die in één-ouder-gezinnen opgroeien lopen een twee keer zo grote kans als hun leeftijdgenoten om later ernstige psychiatrische problemen te krijgen of verslaafd te raken.

Dat blijkt uit een Zweeds onderzoek waarin één miljoen kinderen gedurende tien jaar werden gevolgd. Ruim 65.000 van die kinderen leefden met één ouder. Bij deze groep kinderen bleken dus op latere leeftijd meer psychiatrie voortgekomen, zoals: ernstige depressies en schizofrenie, zelfmoordgedachten en kans op een aan alcohol gerelateerde ziekte. Meisjes hebben drie keer zo grote kans om verslaafd raken aan drugs als ze in een één-ouder-gezin wonen, jongens een vier keer zo grote kans.

Nu is dus duidelijk dat kinderen van gescheiden ouders meer problemen krijgen, maar de vraag hoe dat komt is nog niet beantwoord.

Sommigen zeggen dat men het antwoord moet zoeken in de richting van financiële zorgen van de één-ouder-gezinnen. Geldgebrek is een factor die waarschijnlijk meespeelt, maar in de laatste twintig jaar is armoede vrijwel overal in Europa afgenomen, in tegenstelling tot het aantal psychiatrische problemen.

Het kan zijn dat een genetische factor meespeelt. Mensen die snel geïrriteerd raken, scheiden eerder dan anderen. Hun kinderen zijn vaker dan gemiddeld prikkelbaar, wat losstaat van het feit of ze nu wel of niet in een één-ouder of in een volledig samengesteld gezin wonen. Een prikkelbare stemming verhoogt de kans op sociale problemen.

Hoe het ook zit, er is veel discussie ontstaan naar aanleiding van het onderzoek waarover gepubliceerd werd in het medisch tijdschrift The Lancet.