Sommige kinderen hebben een risicogen dat kan zorgen voor een dopaminetekort. Als zijn daarnaast ook opgroeien bij ouders die hen op een manipulatieve manier controleren en chanteren, zijn zij eerder geneigd om hun problemen weg te eten en emotionele eters te worden.

Die conclusies trekt Tatjana van Strien van de Radboud Universiteit Nijmegen uit haar onderzoek onder 279 jongeren. Een op de drie jongeren blijkt het risicogen te hebben, dat kan zorgen voor een tekort aan dopamine, een stofje dat een gevoel van welzijn geeft. Daarnaast geeft 12 procent aan dat manipulatieve controle door een of beide ouders vaak of zeer vaak voorkomt. Als dat samengaat met een dopaminetekort, hebben die jongeren een groot risico om emotioneel te gaan eten. De jongeren gaan fysiologische reacties bij emoties met gevoelens van honger verwarren. Dat maakt hen ‘gevoelsblind’, aldus de onderzoeker.

Bron: Radboud Universiteit Nijmegen