Cognitieve gedragstherapie van 12 sessies kan 60-70% van de kinderen en jongeren (van 8 tot 18 jaar) van zijn angststoornis afhelpen, zelfs nog een jaar na afronding van de therapie.



Er zijn factoren die de kans op slagen verminderen: meer angst, dwang of depressie bij aanvang van de behandeling, een langere duur van de klachten, eerdere behandeling en een lagere intelligentie. De opvoedingsstijl van de ouders is niet bepalend voor het succes van de therapie.

Angst is normaal in de ontwikkeling van een kind, maar in tegenstelling tot wat veel mensen denken gaat langer durende overmatige angst niet vanzelf over. Voor die kinderen zijn diagnostische vragenlijsten en een cognitieve gedragstherapie ontwikkeld, die Maaike Nauta in de praktijk heeft getoetst.

Voor haar promotieonderzoek werden bijna 100 angstige kinderen en jongeren gediagnostiseerd en behandeld bij de polikliniek van het Academische Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie van Accare in Groningen, of bij de afdeling Jeugd van GGZ-Groningen-zuid.

(Bron: Rijksuniversiteit Groningen, 21 maart 2005)