Het betrekken van de ouders bij de behandeling van boulimia leidt tot betere resultaten dan psychotherapie, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Om de effectiviteit van gezinstherapie en psychotherapie te vergelijken, kregen tachtig adolescenten met boulimia, tussen de 12 en 19 jaar, gezins- dan wel psychotherapie gedurende een half jaar. Patiënten uit beide groepen kregen twintig behandelingen. In geval van gezinstherapie werden de ouders (en eventuele broers en zussen) bij de behandeling betrokken.

De resultaten tonen aan dat 39% van de adolescenten, die gezinstherapie hadden ontvangen, na de behandeling geen eetbuien meer had en niet meer opzettelijk braakte. Bij de groep die psychotherapie kreeg, was dit 18%. Een half jaar later bleek dit verschil tussen de groepen nog altijd significant te zijn. Wel lagen de percentages voor beide groepen lager, namelijk 29% in geval van gezinstherapie en 10% in geval van psychotherapie. Al blijkt uit deze resultaten gezinstherapie effectiever te zijn dan psychotherapie, in beide gevallen is er nog veel ruimte voor verbetering. Verdere ontwikkeling van en onderzoek naar effectieve behandelingen voor boulimia is dan ook van belang. (Archives of General Psychiatry, september 2007; Volume 64, Issue 9, 1049-1056)