inactieve gebruiker

Positief nieuws en mooie verhalen

11 jan 2008 08:52

Ling , een groot chinees koning tekende eens een lijn op de muur.
Hij gaf zijn wijze mannen de opdracht de lijn korter te maken zonder hem aan te raken.
De wijzen mannen braken er hun hoofd over en dachten dat dat een onmogelijke opgaaf was.
Na enige tijd tekende 1 van de wijze mannen een 2e langere lijn onder de 1e, zonder de 1e lijn aan te raken .Toen die langere lijn eronder stond , leek de 1e lijn korter

Afbeelding

Louise

Mooi

14 jan 2008 23:05

Het kleine golfje

Een kleine golf zei tegen de huizenhoge slaggolf, terwijl ze samen door de oceaan joegen: "Jij gaat straks een spetterende klapper maken, en het enige wat ik kan doen is met een klein kletsje achter jou neerploffen."

"Dat zie je verkeerd," zei de grote golf.
"Nietwaar. Ik ben maar een miezerig klein golfje, niemand zal zelfs maar merken dat ik er ben.

"Golfje, waar ben je van gemaakt?"
"Van water."
"En waar ben ik van gemaakt?"
"Ook van water."
"Dan zijn we in essentie toch gelijk. We zijn allebei van water, en als we straks geen golven meer zijn, dan zijn we weer water."

inactieve gebruiker

Re: Mooi

14 jan 2008 23:14

ken je die van de muis en de olifant die samen over een brug liepen, en waarop de muis tegen de olifant zei

wat stampen we lekker he?


:lol:

Gebruikersavatar
Minerva
Berichten: 17642
Lid geworden op: 28 aug 2006 21:04
Locatie: Breda
Contacteer: Website Google+ Twitter

Re: Mooi

14 jan 2008 23:20

Laten we samen kletsen :D
Inzicht als Uitweg..

Louise

Re: Mooi

14 jan 2008 23:29

Werkelijk waar ;)

inactieve gebruiker

Re: Mooi

14 jan 2008 23:44

die van Brahman en Atman vind ik ook zo mooi, dat Brajhman tegen Atman zegt: ik ben een druppeltje, en jij de zee, en zoals ik besta in jou besta jij in mij want mooi dat zonder een druppeltje heel die stomme zee niet bestond

ik vin dat zo ongelooflijk diepzinnig en ontroerend en mooi man...

Gebruikersavatar
Minerva
Berichten: 17642
Lid geworden op: 28 aug 2006 21:04
Locatie: Breda
Contacteer: Website Google+ Twitter

Re: Mooi

14 jan 2008 23:44

Ja ik vind het een mooi verhaal van die twee golven.. Als ze nou samen kletsen... ze zijn toch al één.. in water ;)
Inzicht als Uitweg..

inactieve gebruiker

Re: Mooi

14 jan 2008 23:45

moek soms wel een beetje huilen hoor

Gebruikersavatar
Minerva
Berichten: 17642
Lid geworden op: 28 aug 2006 21:04
Locatie: Breda
Contacteer: Website Google+ Twitter

Re: Mooi

14 jan 2008 23:46

Huilen ? :roll:
Inzicht als Uitweg..

inactieve gebruiker

Re: Mooi

15 jan 2008 00:02

ja heb je een zakdoekje?

inactieve gebruiker

Re: Mooi

15 jan 2008 00:15

Plato's allegorie van de grot. Vertaling Gerard Koolschijn. Kan ik ook helemaal bij volschieten.

BDe Grot [fragment]
Uit: Plato, schrijver / teksten gekozen en vert. [uit het Grieks] door Gerard Koolschijn, 9e dr. Bert Bakker, Amsterdam 1998. Door mij ontleend aan http://come.to.filosofie
[Het eerste gedeelte is een parabel, een beschrijving van de mensen in de grot.]


'Onze natuurlijke toestand wat ontwikkeling betreft zou je met de volgende situatie kunnen vergelijken. Stel je een aantal mensen voor in een onderaardse, grotachtige woning, met een naar het daglicht toegekeerde ingang langs de volle breedte van de grot. Ze zijn daar van jongs af aan opgesloten, aan handen en voeten en aan hun nek geboeid, zodat ze daar moeten blijven en alleen recht voor zich uit kunnen kijken, want vanwege die boeien zijn ze niet in staat zich om te draaien.
Verder is er licht van een vuur dat hoog en ver boven hen brandt, in hun rug, en tussen het vuur en de gevangenen een weg in de hoogte, waarlangs je je moet voorstellen dat een muurtje is aangelegd, zoals bij een poppenkast vóór het publiek een scheidswand staat waarboven de poppen worden vertoond. Langs dat muurtje moet je nu mensen allerlei voorwerpen zien dragen, die boven het muurtje uitsteken, en beelden van mensen en dieren, gemaakt van steen en hout en van allerlei ander materiaal, waarbij sommigen van die mensen natuurlijk praten en anderen zwijgen. Een vreemde vergelijking en een vreemde gevangenis, zul je zeggen, maar die mensen lijken op ons.
Want wat dacht je, hebben zulke mensen om te beginnen van zichzelf of van elkaar ooit iets anders gezien dan de schaduwen die door het vuur op de tegenover hen liggende wand van de grot worden geworpen? Als ze inderdaad gedwongen zijn hun hele leven hun hoofd onbeweeglijk te houden is dat onmogelijk. En hetzelfde geldt natuurlijk voor de dingen die langs gedragen worden.
Dus als ze in staat zouden zijn met elkaar te praten, denken ze ongetwijfeld dat ze praten over de dingen die ze op die muur zagen. En als er in de gevangenis ook een echo was van die tegenoverliggende wand, geloof je niet dat ze dan, wanneer een van die voorbijgangers spreekt, zouden denken dat het geluid werd gemaakt door de passerende wandschaduw? Dat lijkt me logisch. Zulke mensen zullen er ongetwijfeld van uitgaan dat de werkelijkheid niets anders is dan de schaduwen van die voorwerpen.
[Het tweede gedeelte is de opgang / bevrijding van de mensen uit de grot; een moeilijk en pijnlijk proces.]
Stel je nu eens hun genezing voor, hun bevrijding uit die gevangenis van onwetendheid. Hoe zou die toegaan als hen in het werkelijke leven het volgende overkwam? Wanneer iemand werd losgemaakt en gedwongen plotseling op te staan, zijn hoofd om te draaien, te lopen en naar het licht op te kijken, en als die handelingen zouden hem pijn doen en hij zou door de schittering niet in staat zijn de voorwerpen te onderscheiden waarvan hij tot dusver de schaduwen had gezien, hoe zou hij dan, denk je, reageren als men hem zou vertellen dat het maar flauwekul was wat hij tot op dat moment had gezien, en dat hij nu dichter bij de werkelijkheid was en een juistere kijk had op de dingen, omdat zijn blik nu was gericht op echte voorwerpen? En als men hem dan ook nog elk voorwerp dat langs kwam zou aanwijzen en hem zou dwingen vragen te beantwoorden over wat dat was, geloof je niet dat hij dan met zijn mond vol tanden zou staan en zou denken dat wat hij tot dusver had gezien eerder echt was dan wat men hem nu aanwees?
En als men hem verder zou dwingen naar het licht zelf te kijken, zouden zijn ogen dan geen pijn doen? Zou hij zich niet afwenden en vluchten naar de dingen die hij wel kan onderscheiden, in de overtuiging dat die echt duidelijker zijn dan wat men hem aanwees?
Als men hem nu uit die grot zou meesleuren, met geweld, langs een ruwe, steile weg naar boven, en hem niet zou loslaten voor men hem naar buiten had gesleurd in het licht van de zon, zou hij zich dan niet verschrikkelijk voelen en zich er enorm over opwinden dat hij zo wordt meegetrokken?
Wanneer hij in het daglicht kwam zouden zijn ogen natuurlijk door de felle schittering zijn verblind en hij zou helemaal niets onderscheiden van wat men hem nu als de werkelijkheid voorhoudt. Er zal een gewenningsproces nodig zijn voordat hij de dingen daarboven kan zien. In het begin zou hij het gemakkelijkst schaduwen kunnen onderscheiden en daarna weerspiegelingen in het water van mensen en voorwerpen, en nog later al die dingen zelf.
Als hij zover is gekomen zou hij ook naar de hemellichamen kunnen kijken en naar de hemel zelf, makkelijker 's nachts, wanneer hij kijkt naar het licht van de sterren en de maan, dan overdag naar de zon en het zonlicht. Ten slotte zou hij dan ook de zon, niet alleen weerspiegeld in het water of in een ander wateroppervlak, maar de zon zelf op zijn eigenlijke standplaats kunnen waarnemen en kunnen bestuderen, hoe hij is. Daarbij zou hij dan uiteindelijk tot de conclusie komen dat het die zon is die voor de seizoenen en jaren zorgt, alles in de zichtbare wereld bestuurt en zo in zekere zin ook de oorzaak is van alles wat zijzelf daar beneden hadden gezien.
[Het derde gedeelte gaat over het eigenlijk niet meer terug willen keren naar de grot, als we eenmaal buiten zijn geweest.]
Als hij nu terugdenkt aan zijn eerste woning, aan de kennis daar en aan zijn medegevangenen van toen, zou hij dan met de verandering in zijn situatie niet gelukkig zijn en die andere mensen beklagen? Stel dat er daar toen een bepaalde hiërarchie was geweest, waarbij de hoogste functies waren weggelegd voor de mensen die de dingen die voorbijkwamen het scherpst konden onderscheiden, een goed geheugen hadden voor de volgorde waarin ze plachten te verschijnen en op grond daarvan dus met het meeste succes konden voorspellen wat er zou komen, denk je dan dat hij daaraan nog behoefte zou hebben of jaloers zou zijn op de status van de mensen die daar in de gevangenis de hoge posten bekleden? Zou hij niet eerder het gevoel hebben dat Homerus beschrijft, veel liever op aarde een knecht te zijn van een onbemiddeld man? Zou hij niet alles liever meemaken dan een leven van zulke waanideeën?
Stel je verder eens voor wat er zou gebeuren als zo iemand naar beneden terugging en op dezelfde plaats ging zitten. Door de plotselinge overgang vanuit het zonlicht zou hij in het donker nauwelijks geen hand voor ogen zien. Als hij dan in het beoordelen van die schaduwen weer moest meten met de mensen die daar nog altijd gevangen zitten, op een moment dat zijn ogen zich nog niet op het duister hebben ingesteld -- en het zou wel enige tijd duren voor hij daaraan gewend was -- zou hij dan niet een belachelijke indruk maken? Zou men niet van hem zeggen dat hij met die tocht naar boven zijn ogen had bedorven en dat het niet de moeite waard was zelfs maar een poging te ondernemen om boven te komen? Als iemand dan zou proberen de mensen daar te bevrijden en naar boven te leiden, zouden ze hem toch doden als ze hem op een of andere manier in handen zouden krijgen?
[Het vierde gedeelte geeft een uitleg van de vergelijking.]
Nu, deze vergelijking is in zijn geheel op het voorafgaande van toepassing. De zintuiglijk waarneembare wereld komt overeen met die woning in de gevangenis, het licht van het vuur met het vermogen van de zon. En als je in die tocht omhoog en de aanblik van de dingen daarboven de weg ziet waarlangs de psyche opstijgt naar de wereld van het denken, dan heb je begrepen wat in elk geval mijn eigen verwachtingen zijn, en die wilde je nu eenmaal graag horen. Alleen god zal weten of ze met de werkelijkheid overeenstemmen.
Hoe het ook zij, wat ik me voorstel is dat in die kenbare wereld uiteindelijk na zeer veel moeite de waarde [het goede] zichtbaar wordt. Als men die gezien heeft, zal men volgens mij tot de conclusie moeten komen dat die waarde [het goede] het blijkbaar is, die altijd de oorzaak is van alles wat juist en goed is: dat hij in de zichtbare wereld het licht en de oorsprong van het licht heeft voortgebracht en zelf centraal staat in de wereld van het denken en inzicht in de waarheid mogelijk maakt. Ook zal men begrijpen dat men zonder inzicht in die waarde [het goede] niet op een verantwoorde manier zijn persoonlijk of maatschappelijk leven kan inrichten.
Als je het enigszins kunt volgen zul je het met me eens zijn dat het niet zo vreemd is dat iemand die zover is gekomen zich niet graag bezighoudt met de aangelegenheden van de wereld en dat zijn psyche zich altijd gedwongen voelt daarboven te verkeren. Als die vergelijking inderdaad ook op dit punt opgaat, is dat heel begrijpelijk. Je hoeft je er dan ook niet over te verbazen dat iemand die van dat goddelijke schouwspel terugkeert naar de ellende van het menselijk bestaan een figuur slaat en zich volkomen belachelijk maakt. Op een moment dat hij nog nauwelijks iets kan zien, voordat hij voldoende aan de heersende duisternis is gewend, wordt hij gedwongen voor een rechtbank of ergens anders te debatteren over die schaduwen van het recht en een strijd aan te gaan over de willekeurige opvattingen van mensen die het wezen van de rechtvaardigheid nog nooit hebben gezien.
Een verstandig mens herinnert zich dat er twee redenen zijn waarom het oog in verwarring kan raken: een overgang van licht naar donker en een overgang van donker naar licht. Hij zal beseffen dat hetzelfde voor de psyche geldt. Wanneer hij ziet dat die van zijn stuk raakt en niet bij machte is iets te onderscheiden zal hij niet uitbarsten in onnadenkend gelach, maar zich afvragen of zo'n psyche niet juist uit een helderder leven komt en last heeft van de ongewone duisternis. En als dat het geval is, zou hij hem met zijn ervaringen en manier van leven feliciteren.
Wie zo nodig moet lachen maakt zich met zijn gelach nog het minst belachelijk wanneer hij lacht om de onzekerheid van een psyche die uit de onwetendheid in een helderder wereld komt en daar wordt verblind door de felle schittering, maar in dat geval is medelijden eerder op zijn plaats.'

Gebruikersavatar
Minerva
Berichten: 17642
Lid geworden op: 28 aug 2006 21:04
Locatie: Breda
Contacteer: Website Google+ Twitter

Re: Mooi

15 jan 2008 20:48

Ja het is een mooie verhandeling van Plato. Ik heb het al vaker gelezen.

Ik hou sowieso erg van parabels en zo.. van die verhalen met een dieperliggende betekenis. Echt wel mijn kaasje :sunny:
Inzicht als Uitweg..

Franje

Re: Mooi

16 jan 2008 00:07

golf altijd toch kletst

Louise

Re: Mooi

16 jan 2008 00:56

Verhip Cis :idea:

De golven kletsen in de zee, en de wind giert mee.. :roll:

;)

inactieve gebruiker

Re: Mooi

16 jan 2008 07:34

Mystica schreef:Ja het is een mooie verhandeling van Plato. Ik heb het al vaker gelezen.

Ik hou sowieso erg van parabels en zo.. van die verhalen met een dieperliggende betekenis. Echt wel mijn kaasje :sunny:
het gaat een beetje over hoe waarheid en inzicht eigenlijk helemaal geen gemeengoed vormen en dat dus in tegenstelling tot allerlei speculatieve aannames. De man die buiten de grot de dingen in hun waarheidslicht heeft gezien, en dat binnen in de grot enthousiast komt vertellen, die wordt uitgejouwd omdat de mensen die naar de schaduwen kijken en daar hun eigen waarheid van gemaakt hebben zich voor gek gezet voelen, of gewoon niet kunnen geloven dat ze naar schaduwen in plaats van werkelijke dingen kijken, eenvoudig omdat ze de werkelijke dingen met hun eigen ogen nog niet gezien hebben.

Ik denk wel dat Plato hierin een eigen biografisch gegeven behandeld zal hebben :)

inactieve gebruiker

Re: Mooi

16 jan 2008 09:59

of mogelijk zal hij nog meer aan zijn grote inspirator Socrates gedacht hebben, die de gifbeker te drinken kreeg doordat hij de (bv mythische) illusies waarin anderen verkeerde verstoorde met zijn inzichten, en logische redeneertrant.

Wij kunnen zelf aan de apostel Jezus van Nazareth denken, of aan Copernicus...ach, er zijn erg veel namen te noemen van mensen die (bijna) vermoord werden doordat ze met hun waarheidslicht het vertrouwde duister van een goegemeente verstoorden..

Franje

Parabels en andere mooie verhalen.

17 jan 2008 20:40

Een parabel


Er was eens een mooi bruin zaadje
Barstens vol van leven, helemaal vervuld van levenspotentie.
Veilig in haar eigen rossige velletje.

Een stem zei: " Het is je tijd. Jij bent aan de beurt."
Ons zaadje reageerde angstig, "Nee, ik wil niet"

"Ja," zei de stem, "Het is jouw tijd om te gaan groeien."
"Nee," protesteerde het zaadje, "ik voel veel beter zoals ik nu ben.
Ik ben prachtig, barstend vol van leven en potentie.
Groeien is pijnlijk;
mijn prachtig velletje zal barsten en het zal pijn doen."

"Ja," herhaalde de stem, "het zal pijn doen."
"Dat is onvermijdelijk en noodzakelijk voor groei."
" Hoe kun je de prachtige plant worden die in jou besloten ligt,
zonder je velletje te breken ?"

"Stel je het wonder eens voor van groeien naar jouw totaal,
een grote plant, met ingehouden gratie, diepe wortels,
prachtige bloemen, en heel veel nieuwe zaden....."
"Oh ja ik weet het," probeerde ze te ontwijken.

"Als ik nou opgegeten wordt, of als voeten mij vertrappen,
als ik verbrand in de scherpe zon
of als het mij niet lukt om te worden wat mijn bestemming is ?"

"Jij bent bang," zei de stem vol medeleven.
"Het is goed om bang en angstig te zijn, er zijn geen garanties."
Het zaad hoorde liefde en sympathie in de stem,
kreeg iets meer vertrouwen en begon beter te luisteren.
"Je bent nu in vruchtbare aarde, kijk hoe de bodem meewerkt,
let op goed weer,
precies de juiste hoeveelheid zon en water.
de tijd is aan jou, NU."

Ja dacht het zaadje, "alles wat je zegt is waar.
Ik ben nog nooit in zulke vruchtbare aarde geweest.
Maar als ik een plant word zal ik dood gaan en wegkwijnen.
Wat maakt dat voor verschil ?"

"Dat is waar," bevestigde de liefdevolle stem.
Dat is de cyclus van het leven,
groeien, bloeien, zaad maken.
Het is 'n nooit eindigende cyclus
en doodgaan is een essentieel gedeelte."
Stel je eens voor wat er zou gebeuren
als je niet open zou barsten
om een plant te worden:
jouw huid zou nooit meer open barsten van leven;
zonder je bestemming te vervullen..
Je mag je zeker voelen
maar alles wat je bent geweest is zaad. prachtig zaad,
vol van levenspotentie die niet gerealiseerd is..

Alleen maar gewoon zaad.


Het zaad voelde iets breken
en kraken rond haar volle hart.
door Debby Collins

-Judith-

Re: Parabel

17 jan 2008 20:42

Oh Cis, zo mooi.... en oh zo waar....dank je om dit met ons te delen...

Mug

Re: Parabel

17 jan 2008 20:48

Och...............toepasselijk. Dank jewel

Franje

De diamant

17 jan 2008 21:02

De diamant.

Bij de rand van het dorp aangekomen, was de meester voor de nacht onder een boom gaan zitten, toen plotseling een dorpeling kwam aanlopen. “De steen, de steen, geef mij de kostbare steen!” riep hij. “Welke steen?” vroeg de meester. “Verleden nacht,” zei de dorpeling, “verscheen een engel in mijn droom. De engel vertelde mij dat ik aan de rand van het dorp, als ik er in het schemerdonker naartoe zou gaan, een man zou aantreffen onder een boom. Deze man zou mij een kostbare steen geven die mij voor altijd rijk zou maken.” De meester rommelde in zijn reiszak en haalde er een steen uit. “Waarschijnlijk bedoelde de engel deze” zei hij, de steen aan de dorpeling gevend. “Enkele dagen geleden heb ik hem op een bospad gevonden. Je mag hem gerust hebben.” Met bewondering keek de man naar de steen. Het was een vuistgrote diamant van onschatbare waarde. De man had de steen aangenomen en ging naar huis. Maar ’s avonds kon hij de slaap niet vatten. De hele nacht lag hij in zijn bed te woelen. Iets zat hem niet lekker, er was iets dat hij niet begreep en dat hem niet met rust liet. ‘s Anderdaags, bij het krieken van de dageraad, sprong hij uit zij bed en liep terug naar de man onder de boom en zei tegen hem: “Heer, wilt u mij de rijkdom bezorgen die u in staat stelt zo moeiteloos die diamant weg te geven.”

-Judith-

Re: De diamant

17 jan 2008 21:12

Weerom prachtig Cis....van deze word ik heel erg stil, zo mooi vind ik hem...misschien een goed idee om een topic aan te maken met allemaal van deze prachtige waardevolle verhalen ?

Franje

Re: Parabels en andere mooie verhalen.

17 jan 2008 22:08

leuk vind topic zo
ook vind leuk parabel heb heleboel

Louise

Re: Parabels en andere mooie verhalen.

18 jan 2008 00:44

Leuk dit topic, Cis & mooi beiden!

Tevredenheid

Een rijke fabriekseigenaar zag tot zijn afschuw een visser lui naast zijn boot liggen en een pijp roken.
'Waarom ben je niet aan het vissen?' vroeg de fabriekseigenaar.
-'Omdat ik genoeg vis heb gevangen voor vandaag,' zei de visser.
'Waarom vang je er niet nog een paar?'
'Wat zou ik er mee moeten?'
'Je zou geld kunnen verdienen,' luidde het antwoord.
'Daarmee zou je een motor op een boot kunnen laten monteren om verder de zee op te gaan en meer vis te vangen.'
'Dan zou je genoeg verdienen om nylon netten te kopen. Die zouden je meer vis en meer geld opleveren.
Al gauw zou je genoeg geld hebben om 2 boten te bezitten...misschien wel een hele vloot. Dan zou je een rijke man zijn net als ik.
'Wat zou ik dan doen?' Dan zou je werkelijk van het leven kunnen genieten.
'En wat denk je dat ik nu aan het doen ben?' antwoordde de visser...


Franje

Re: Parabels en andere mooie verhalen.

18 jan 2008 09:14

De bekentenis


Enkele jaren geleden stond er in de kranten een bericht over Thaise monniken die betrokken waren bij een reeks van schandalen. Monniken zijn gehouden celibatair te leven. In de traditie waartoe de monnik over wie dit verhaal gaat behoorde, mag er geen enkel lichamelijk contact zijn met vrouwen. Er waren monniken die zich niet aan deze regel hadden gehouden. En omdat kranten alleen maar goed verkocht worden als er ook nare en sensationele dingen in staan, leverde het gedrag van deze monniken natuurlijk stof voor een interessante story. De overgrote meerderheid van de monniken die zich wel aan de regel hielden was uiteraard geen thema voor de krant. Onze monnik die in Thailand heel bekend en zeer geliefd was vond het hoogste tijd dat ook hij zijn bekentenis aflegde. Tijdens een toespraak die hij voor driehonderd mensen moest houden verzamelde hij moed en zei: "Ik moet u iets bekennen. Het valt me niet gemakkelijk om het te zeggen. Jaren geleden, " Hij aarzelde, zag de gespannen en verontrustte gezichten van de toehoorders, maar naar een korte pauze ging hij door: "Jaren geleden beleefde ik de gelukkigste uren van mijn leven. " Weer onderbrak hij, keek naar de reactie van de mensen en vervolgde: "Wel, jaren geleden verbracht ik de gelukkigste uren van mijn leven in de armen van een gehuwde vrouw." Het was eruit, hij had zijn bekentenis gedaan.
Hij ging verder: "Wij omarmden, wij streelden en kuste elkaar."
De monnik liet zijn hoofd zakken en keek naar de grond. Hij kon de ontsteltenis voelen toen de mensen hun adem inhielden. Velen sloegen hun hand voor de mond en mompelden: " 0 nee, toch niet ook onze monnik! "
Hij zag uit zijn ooghoeken enkele mensen richting uitgang lopen om waarschijnlijk nooit meer terug te komen. Toen hief hij zijn hoofd, keek een moment lang aandachtig naar zijn publiek en glimlachte. Nog voor dat iemand de ruimte had verlaten zei hij: "Deze vrouw was mijn moeder, ze was getrouwd met mijn vader, en ik was haar baby, en in haar armen verbracht ik de gelukkigste uren van mijn leven. " Er werd opgelucht adem gehaald en de mensen moesten hard lachen. De monnik zei met luide stem in de microfoon: "Nu lachen jullie opgelucht, maar begrijpen jullie ook op welke manier jullie geluisterd hebben? "

Terug naar “Spiritualiteit”