Een van de grote revoluties in de hedendaagse psychologie is de opkomst van de zogenaamde derde generatie gedragstherapie. Hiermee wordt mindfulness bedoeld, de Acceptance and Commitment Therapy (ACT) en andere therapiemethoden die gebruik maken van meditatie-technieken.
In de behandeling van angststoornissen worden de voordelen van deze therapiemethoden goed duidelijk. In dit blogje bespreek ik hoe dit werkt.

Zoals gezegd zijn we inmiddels bij de derde generatie gedragstherapie aanbeland. Voordat ik daar verder op inga, bespreek ik eerst hoe de eerste en de tweede generatie gedragstherapie toegepast werden in de behandeling van angst.

Eerste generatie:
De eerste generatie gedragstherapie komt voort uit de experimenten rondom conditionering, zoals die van Pavlov. Het komt er op neer dat mensen bepaalde patronen door gewenning aanleren en die op dezelfde manier ook weer kunnen afleren.
Als iemand bang is voor spinnen, heeft hij die emotionele reactie waarschijnlijk aangeleerd. Bijvoorbeeld door te zien hoe bang zijn ouders zijn voor spinnen of door een enge film over spinnen te zien. In de behandeling wordt dan met behulp van gedragsexperimenten nieuwe reacties aangeleerd. In het kort komt het er op neer dat de cliënt leert dat je niet bang hoeft te zijn, door heel vaak in contact te komen met spinnen zonder dat er iets ergs gebeurt.

Tweede generatie:
In de tweede generatie gedragstherapie kwam er meer aandacht voor de cognities van mensen. Iemand die bang is voor een spin, kan bijvoorbeeld de overtuiging hebben dat spinnen gevaarlijk zijn. Als die overtuiging niet wordt weerlegd, zullen de gedragsexperimenten minder effect hebben. Daarom werkt de tweede generatie met gedragsexperimenten en met cognitieve herstructurering oftewel het in kaart brengen en veranderen van de overtuigingen.

Waarom deze therapieën soms niet helpen
Laat ik om te beginnen duidelijk stellen: de hiervoor beschreven therapieën werken vaak uitstekend in de behandeling van angstklachten. Vooral in het geval van bovenstaande enkelvoudige fobieën, zoals de bovengenoemde angst voor spinnen, werkt het in de meeste gevallen voldoende om de ergste klachten weg te halen.
In sommige gevallen werken de eerste en tweede generatie therapieën echter niet goed. Sterker nog, in sommige gevallen verergeren de klachten door toepassing van deze therapieën. Dat speelt vooral in de behandeling van gegeneraliseerde angststoornissen.
Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis zijn vaak langdurig gespannen. Ze hebben de hele dag een vaag gevoel van alertheid zonder dat hier een duidelijke oorzaak voor is. Vaak wordt die spanning veroorzaakt door piekeren over de angst zelf of piekeren over mogelijke gevaren.
Als we deze mensen behandelen met cognitieve therapie, gaan ze vaak nog meer nadenken. De behandelmethode (nadenken over je klachten) versterkt dan de klachten (piekeren over je klachten). De therapie helpt je dan van de regen in de drup.

Wat de derde generatie toevoegt
Met behulp van meditatie-technieken leert de derde generatie gedragstherapie je om je piekergedachten te “negeren”. De term negeren doet niet echt recht aan de complexe manier waarop er met gedachten omgegaan wordt binnen meditatie, maar het is een lekenterm die betrekkelijk dicht in de buurt komt van wat er bedoeld wordt.

Het idee is dat gedachten maar gedachten zijn en dat je er niet per se iets mee hoeft te doen. Daarnaast wordt geleerd dat je kunt handelen ondanks je angstige gedachten. Handelen en denken hoeven dus niet steeds met elkaar samen te vallen. Dat schept de mogelijkheid voor angstige mensen om zich te gedragen of ze niet gespannen zijn, op momenten dat ze dat wel degelijk zijn.

presentatieEen voorbeeld: mensen die gespannen zijn om te spreken in het openbaar en daar hulp bij zoeken, zeggen vaak dat ze van hun angst af willen. In de derde generatie gedragstherapie zal een therapeut opmerken dat de afwezigheid van de angst niet het doel is, maar het houden van een goede presentatie. Vervolgens wordt hen aangeleerd dat je prima kunt presenteren met een flinke dosis spanning in je lijf en dat deze spanning dus niet per se verbannen hoeft te worden.

Wil je meer lezen over dit onderwerp? Dit (Engelstalige) boek is een goede inleiding: “The Mindfulness and Acceptance Workbook for Anxiety”

Robert Haringsma is coach en psycholoog bij het Instituut voor Positieve Psychologie