De Leidse promovendus Eveline Maris ontdekte dat wanneer mensen denken invloed te hebben op het besluitproces rondom geluidsoverlast, zij de herrie als minder erg ervaren.

vliegtuig.jpg

In het door Maris opgezette experiment moesten twee groepen een leestaak doen terwijl zij een zacht (50dB) of een hard (70dB) vliegtuiggeluid hoorden. De eerste groep werd verteld dat de onderzoeker bepaalde welk geluid ze zouden horen terwijl de tweede groep een voorkeur mocht opgeven waarmee zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden. Echter, groep 2 kreeg precies hetzelfde geluid te horen als groep 1, er werd dus niks met hun voorkeur gedaan. Na 15 minuten werd gevraagd hoe hinderlijk het geluid was. Wanneer het geluid hard was (70dB) bleek groep 1 – die geen voorkeur mochten aangeven – dit vervelender te vinden dan de mensen in groep 2, ookal was er helemaal geen rekening gehouden met hun voorkeur. Er werd geen verschil gevonden tussen de beoordeling van beide groepen voor het zachtere geluid (50dB).

Uit dit onderzoek komt naar voren dat wanneer mensen worden betrokken bij het besluitproces rondom geluidsoverlast, zij de overlast
als minder erg ervaren. Dit is een belangrijk gegeven omdat veel beleidsmakers geluidsoverlast puur beoordelen op basis van het aantal gemeten decibel. Volgens Maris kan het bijvoorbeeld zinvol zijn om bewoners rondom Schiphol te betrekken bij besluitingsprocessen, zelfs als niet met al hun wensen rekening kan worden gehouden.

(Journal of the Acoustical Society of America, 121(4), 2000-2010)