Sommige vissoorten goed voor hersenontwikkeling baby

Het eten van bepaald soort vis tijdens de zwangerschap kan positieve effecten hebben op de cognities van de baby, zo concluderen onderzoekers.



Hogere visconsumptie tijdens de zwangerschap bleek samen te hangen met betere cognitieve vaardigheden bij het kind. Deze cognities werden vastgesteld door het geheugen voor visuele herkenning van de baby na te gaan.



Kinderen die hoger scoorden op de test hadden moeders die vaker vis aten tijdens hun zwangerschap en waarbij lagere waarden van kwik werden gevonden. Hoge kwik-inname tijdens de zwangerschap bleek namelijk schadelijke effecten te hebben op de neurologische ontwikkeling van de foetus. Sommige vissen bevatten kwik in de vorm van het gevaarlijke methylkwik, dat deze schadelijke effecten met zich mee kan brengen. Aangeraden wordt dan ook om vissoorten te eten, die relatief weinig kwik bevatten, zoals zalm en sardines. (Environmental Health Perspectives, oktober 2005)

Slechte voeding verslechtert leervermogens

Ongezonde voedingsgewoonten op jonge leeftijd zorgen voor problemen in de ontwikkeling van neuronen. Daardoor is er kans op een laag IQ bij mensen en afwijkend leervermogen bij vogels. Als de voedingsgewoonten na een slechte start toch verbeteren, is er vervolgens een groeispurt waarbij de lengteachterstand ingelopen wordt. Echter, de cognitieve ontwikkelingsachterstand blijft bestaan.



Die vergaande conclusies komen uit een nieuw onderzoek dat keek naar de relatie tussen voeding op jonge leeftijd, lichamelijke groei en de leerontwikkeling op latere leeftijd. Omdat men bij onderzoek onder mensen meestal te maken heeft met verwarrende variabelen die ook een rol spelen, richtte het onderzoek zich op vinken.



VinkEr is gekeken hoe verschillende voedingspatronen hun leervermogen bepalen. Alleen de kwaliteit van het voedsel werd gemanipuleerd, de hoeveelheid niet. De onderzoekers maten vervolgens de snelheid waarmee de vogeltjes een simpele taak onder de knie konden krijgen.



Op het voedingspatroon van slechte kwaliteit groeiden de vinkjes minder snel dan de controlegroep. Na 20 dagen werd omgeschakeld naar het gewone dieet en toen bleken de vogeltjes heel snel de groeiachterstand in te lopen.

Na de leerfase in het onderzoek bleek een negatief resultaat voor dat de groep vogeltjes die de slechte voeding had gekregen en daarna het snelste was gegroeid. Zij deden het het slechtste op de leertaak. De onderzoekers concluderen dat de versnelde groei na de periode van ondervoeding verantwoordelijk is voor de leerproblemen op latere leeftijd.



Slechte voeding kan negatieve effecten hebben op de lange termijn, stelt men nu. Dat geldt niet alleen voor vinken, maar ook voor mensen. Langs welke weg slechte voeding het leren belemmert is nog niet helemaal zeker. De onderzoekers vinden het wel belangrijk om dat precies te weten, zodat men baby’s met ondergewicht beter kan helpen om negatieve gevolgen op lange termijn voor te zijn.

(Bron: PLoS Biol. 2006 August; 4(8): e251)

Pure chocolade goed voor de gezondheid

Wanneer je zo nu en dan een stukje chocolade neemt, neemt het risico op hart- en vaatziekten flink af. Dat stelde de Universiteit van California wetenschappelijk vast. Je hoeft het niet in grote hoeveelheden te eten. Voornamelijk de pure variant heeft het gunstige effect. Volgens de Warenwet mag iets ‘chocolade’ heten als er minstens 32 procent cacao in voorkomt. Pure chocolade moet voor tenminste 54 procent uit cacao bestaan. Extra pure chocolade bevat zo’n 64 procent cacao. Dat pure chocolade de kans op hart- en vaatziekten vermindert, komt door de stof flavonoïde, die donkere chocolade met zich meedraagt. Cholesterol hoopt zich niet op in de bloedvaten en dat is gunstig voor de bloeddoorstroming. Maar, de wetenschappers zijn nog voorzichtig met conclusies. Het nuttigen van chocolade kan de bloedvaten weliswaar verwijden, maar zou een hartinfarct niet kunnen voorkomen.

Het is uit onderzoek gebleken dat flavonoïde de aderen wijder maakt. De antioxidant wordt wel vaker geassocieerd met een verlaagde kans op ouderdomsziekten, kanker en hart -en vaatziekten. Flavonoïde zit ook in wijn, fruit, (groene) thee en specifiek in uien. Pure chocolade bevat echter meer flavonoïden dan rode wijn, zelfs meer dan groene thee. En het snoepgoed heeft nog meer extra’s. Echte chocolade bevat namelijk cacao, dat sinds mensenheugenis wordt beschouwd als wondermiddel. In cacao zit serotonine en fenylethylamine. Deze stoffen werken stresswerend en zouden ook antidepressieve eigenschappen bezitten. Maar de wetenschap heeft nooit met zekerheid kunnen vaststellen dat het eten van chocolade bijvoorbeeld zou helpen bij depressieve klachten. Je moet namelijk wel tonnen chocolade verorberen om te profiteren van de positieve eigenschappen van deze stoffen. Wie dat doet, loopt weer het risico om aan te komen.

Dat de flavonoïde in chocolade wel echt gezond is, zelfs in kleine hoeveelheden, is laatst op een Europese conferentie van cardiologen bekend gemaakt. Voor het onderzoek moest een deel van de proefpersonen pure chocolade eten, het andere deel kreeg witte chocolade voorgeschoteld. De groepen kregen twee weken lang dagelijks 45 gram chocolade te eten. Aan het eind van de proef, is gebleken dat bij de groep die de pure chocolade kreeg, de bloedvaten met 10 procent waren verwijd. Bij de andere proefgroep was er juist het tegenovergestelde aan de hand: de vaten waren licht vernauwd. Ook was er meer flavonoide in het bloed van de pure chocolade-groep waargenomen, terwijl bij de witte chocolade-groep vrijwel geen verandering was waar te nemen.(CNN)

Vette vis vermindert risico mentale achteruitgang

Vette vis en de consumptie van omega 3-vetzuren verminderen het risico op mentale achteruitgang gedurende het klimmen der jaren. Wanneer men de cholesterol verhoogt, loopt men juist meer kans op mentale achteruitgang. Dr. Sandra Kalmijn en dr. Daan Kromhout van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) concludeerden dit naar aanleiding van een studie onder 1613 Nederlandse mannen en vrouwen van middelbare leeftijd die regelmatig vis eten. Het werd duidelijk dat mensen die deze voedingsmiddelen tot zich namen, waar omega 3-vetzuren in zitten en met name eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA), 19% minder kans hadden op verminderde hersenfunctie en 28% minder kans op een vertraagde hersenfunctie vergeleken met mensen die niet of nauwelijks vis eten.

Personen die veel cholesterol in hun voeding hadden daarentegen 27% meer kans op een verminderd geheugen. Aftakeling van de cognitieve functies kan tientallen jaren voor de aanvang van de ziekte van Alzheimer beginnen. Volgens de onderzoekers is het van belang om de relatie tussen voeding en mentale achteruitgang te onderzoeken. (Neurology 2004)

Voeding tijdens zwangerschap bepaalt latere gezondheid

Gezond eten en lang leven, wie is er tegenwoordig niet mee bezig? Het loont wellicht wat meer aandacht te geven aan de voeding in de allervroegste stadia van het leven.

Muizen die voor en vlak na de geboorte slechte voeding kregen, leefden gemiddeld enkele maanden korter. Van muizen die als foetus voeding kregen die arm was aan eiwitten en vervolgens een ‘inhaaldieet’ kregen met veel suiker en vet, was de levensverwachting ruim de helft korter dan normaal.

(Nature, 29 januari 2004)

Voeding en stemming

Je bent wat je eet. Ook je stemming of humeur wordt bepaald door de inhoud van de voeding. Uit meerdere onderzoeken komt een goed bruikbaar advies: eet het juiste soort vet.
Het gaat om omega-3-vetzuren, bouwstenen van de hersenen, die letterlijk gemaakt zijn van dit soort vetzuur. In de voeding komen ze vooral voor in vette vis (zalm, makreel), maar ook in walnoten, groene bladgroenten en gemalen lijnzaad. Het zijn meervoudig onverzadigde vetzuren die als bonus ook bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten en kanker.
Omega-3-vetzuren spelen een sleutelrol als het gaat om het voorkomen van mentale stoornissen, stelt een aantal onderzoekers. Inmiddels is aangetoond dat in landen waarin de voeding rijk is aan omega-3-vetzuren beduidend minder depressies, geweldsdelicten, zelfmoorden, bipolaire stoornissen en postnatale depressies voorkomen.
De omega-3-vetzuren zijn in evenwicht met een andere groep vetzuren: omega-6-vetzuur. Probleem is dat de meeste mensen teveel omega-6-vetzuren consumeren, waardoor aan de behoefte aan omega-3-vetzuur niet voldaan wordt. Volgens J. Hibbeln, psychiater staat een te grote hoeveelheid omega-6-vetzuren aan de wieg van gezondheidsproblemen, met name: depressiviteit. Hij raadt aan om kritisch te kijken naar de ingrediënten op de dozen koek, crackers en pindakaas, waarin teveel sojaolie of maïsolie voorkomt. In plaats daarvan is het raadzaam om voor meer walnoot, zalm en sardine te kiezen.

(Soe.nl)