Gamen heeft positief effect op leervaardigheden

Het leren van jeugdigen kan verbeteren door spelen van videogames. Het gaat dan om sommige cognitieve vaardigheden en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Dat blijkt uit een literatuurstudie van de Radboud Universiteit Nijmegen.

gamenHet spelen van videogames stimuleert onder andere het ruimtelijk-visueel voorstellingsvermogen, redeneervermogen, geheugen en waarneming, aldus verschillende studies die zijn beoordeeld.
Als kinderen games spelen, moeten ze keuzes maken, problemen oplossen en snel reageren op nieuwe situaties. Doordat games interactief zijn, leren gamers snel.
Door videogames te spelen kunnen kinderen leren om hun problemen op te lossen of om te gaan met angst of onzekerheid, zo stellen de onderzoekers.

Het volledige literatuuronderzoek staat online.

Bronnen:Radboud Universiteit Nijmegen, 26 november 2013, foto: sergesegal

Roken tijdens zwangerschap beïnvloedt hersenontwikkeling kind

Roken tijdens de zwangerschap heeft gevolgen voor de ontwikkeling van de hersenen en kan bijdragen aan emotionele problemen bij jonge kinderen. Dit concludeert Hanan El Marroun in een artikel in het tijdschrift Neuropsychopharmacology.

kindjeDr. El Marroun – die verbonden is aan de afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van het Erasmus MC – en haar collega’s bestudeerden hersenscans van zes- tot achtjarige kinderen die tijdens de zwangerschap waren blootgesteld aan roken.
Kinderen van wie de moeders tijdens de zwangerschap doorrookten, hadden kleinere hersenvolumes. Zowel de grijze als witte stof in de hersenen bleek verminderd.
De kinderen vertoonden meer emotionele problemen, zoals depressieve verschijnselen en angst.

Als moeders vroeg in de zwangerschap stoppen met roken, zijn er geen verschillen te zien in hersenstructuren of gedrags- en emotionele problemen ten opzichte van kinderen van wiw de moeder nooit gerookt heeft.
Uit eerder onderzoek kwam naar voren dat hersengroei reeds in de baarmoeder verminderd was wanneer moeders in meerdere trimesters rookten.

(Bronnen:Erasmus MC, 8 oktober 2013, foto Rain0975)

Gevolgen beroerte op jonge leeftijd ernstiger dan gedacht

Mensen die voor hun vijftigste een beroerte krijgen hebben een vrij gunstige levensverwachting, zo wordt algemeen aangenomen. De prognose lijkt echter minder gunstig dan gedacht.

Dat tonen onderzoekers van het UMC St Radboud in het Journal of the American Medical Association (JAMA). ‘Jonge’ patiënten die een beroerte overleven, hebben zelfs decennia later nog een verhoogde sterftekans; gedurende 20 jaar is de sterftekans bijna vier keer hoger dan bij leeftijdsgenoten die geen beroerte hebben gehad.

Wereldwijd overlijden elk jaar zes miljoen mensen aan een beroerte . Hoewel vooral oudere mensen het slachtoffer worden van deze aandoening, doet ongeveer tien procent van alle beroertes zich voor bij mensen tussen de 18 en 50 jaar.
“De sterftekans na een beroerte is bij young strokes inderdaad lager dan bij oudere patiënten”, zegt onderzoeker Loes Rutten-Jacobs. “Maar oudere patiënten hebben alleen al vanwege hun gevorderde leeftijd een hogere sterftekans. De lange termijn sterftekans van de young stroke patiënten is nooit vergeleken met mensen met dezelfde leeftijd en geslacht zónder beroerte. En dat is wat wij in de FUTURE-studie nu voor het eerst wel hebben gedaan.”
In deze studie werden ruim duizend patiënten gevolgd, die met een beroerte op jonge leeftijd tussen 1980 en 2010 het UMC St Radboud bezochten. Gedurende het onderzoek is 20 procent van de patiënten overleden. Meer dan de helft van hen is overleden aan vaatproblemen . Dit wijst erop dat onderliggende vaatproblemen waarschijnlijk de beroerte hebben veroorzaakt en daarna gewoon zijn blijven doorsluimeren.
Veel onderzoek naar beroertes en ook het beleid is afgestemd op oudere patiënten. Daarom is onderzoek bij jongere patiënten ook van zo’n groot belang. Een beroerte heeft een enorme impact op het leven, zeker bij relatief jonge mensen. Meer onderzoek is dan ook noodzakelijk.

Bron: Gezondheidsnet.nl

Ook afwijkingen in hersenen na depressie

HersenenMensen die een depressie hebben gehad, onthouden positieve informatie minder goed dan gezonde personen. Negatieve informatie onthouden ze juist beter. Ook na herstel vertonen de hersenen van voormalig depressieven nog afwijkingen

Dat ontdekte Jennifer Fee Arnold tijdens haar promotieonderzoek aan het UMC St Radboud. De afwijkingen zien we in zowel in de amygdala (het emotiegebied) als in de prefrontale cortex.

Elk jaar krijgt 6 procent van de Nederlandse bevolking last van een depressie. Het is daarmee een van de meest voorkomende psychiatrische aandoeningen. De kans om een depressie te ontwikkelen is best groot, vertelt Arnold. “Als vrouw heb je zo’n 23 procent kans om ooit in je leven een depressie te krijgen en als man rond de 13 procent. Na een depressie is de kans op terugval zo’n 30 procent, na een tweede depressie 75 procent en na een derde zelfs 90 procent! Goede therapie is daarom erg belangrijk.”
Arnold voerde gedrags- en hersenonderzoek uit bij gezonde proefpersonen en voormalig depressieve patiënten. Uit het gedragsonderzoek bleek dat de emotionele lading van woorden invloed heeft op de verwerking van deze woorden, vooral als de deelnemers in een sombere stemming waren konden ze gemakkelijker negatieve woorden verwerken. Verrassend genoeg gold dit niet bij een vrolijke stemming en positieve woorden.

Met behulp van een functionele MRI-scan werd duidelijk dat de hersenen van de voormalig depressieve patiënten anders werkten dat de gezonde proefpersonen. Andere hersengebieden bleken actief en ook de structuur van de hersenen was anders. Vooral in de prefrontale cortex en de amygdala. Juist die amygdala is volgens Arnold actief en vergroot tijdens een depressie.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat depressie hardnekkig is. Vooral het feit dat de voormalige depressieve proefpersonen moeite hebben met de verwerking van positieve informatie is opvallend. Arnold: “Met positiviteitstraining kunnen we hopelijk deze vicieuze cirkel doorbreken en de kans op terugval verminderen.”

Bron: UMC St Radboud
Lees meer op Gezondheids.net:
‘Niets lusten zit in de genen’

Aantal herseninfarcten blijft groot

Patiënten overleven een herseninfarct steeds vaker. Het aantal nieuwe herseninfarcten daalt echter niet. Dat blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht.

Ilonca Vaartjes analyseerde gegevens uit doodsoorzaakstatistieken van het CBS en het Nederlandse nationale registratie van ziekenhuisopnamen. Sinds 1980 blijken elk jaar minder mensen te overlijden aan de gevolgen van een herseninfarct. In 1980 overleden bijvoorbeeld zo’n 700 mensen tussen de 75 en 84 jaar per 100.000 aan een herseninfarct. In 2010 waren dat er nog slechts 300. Door betere gezondheidszorg overleven mensen vaker een herseninfarct.

Het aantal nieuwe patiënten met een herseninfarct neemt niet af. Elk jaar krijgen meer dan 20.000 mensen in Nederland voor de eerste keer een herseninfarct. Omdat deze patiënten minder vaak overlijden, zijn er in Nederland steeds meer mensen die een herseninfarct hebben meegemaakt.

Momenteel leven meer dan 100.000 Nederlanders met de gevolgen van een herseninfarct, zoals een verlamming, slikproblemen, geheugenstoornissen, concentratieproblemen, of moeite met spreken.

“Ik denk dat we herseninfarcten op een andere manier moeten benaderen”, stelt Vaartjes. “We moeten vooral proberen de ziekte te voorkómen. Daar valt de grootste winst te halen, zowel in de kwaliteit van leven als economisch.”

Hoge bloeddruk is een van de belangrijkste oorzaken van een herseninfarct. De beste manier om dat tegen te gaan is een leefstijl met meer beweging en minder zout eten. Verder zouden mensen met een hoge bloeddruk beter opgespoord én beter behandeld moeten worden.

De resultaten van dit onderzoek verschenen in het tijdschrift Stroke.
Bron: gezondheidsnet.nl

Copyright © 2016 Frank Ruiters & Juglen Zwaan