Fasen in rouwproces onderzocht

We weten het eigenlijk allemaal al: een rouwproces kent fasen. Daar moet je doorheen, hoe moeilijk ze ook zijn.
Emoties zoals ongeloof, verdriet, woede en depressie zijn hiervoor kenmerkend en acceptatie is de laatste stap. In feite is nooit onderzocht of deze gedachte van een gefaseerd verloop van het rouwen daadwerkelijk bij iedereen voorkomt. Tot nu dan, bij mensen in Connecticut is het rouwproces bestudeerd.

rouwproces.jpgAan het onderzoek deden 233 mensen mee. Na het verlies van een naast familielid werd deze groep twee jaar gevolgd. Anders dan de fasentheorie stelt, bleek ongeloof of ontkenning niet als eerste op de voorgrond te staan. Verdriet bleek over het geheel genomen de meest dominante negatieve emotie en werd op de voet gevolgd door acceptatie.
De acceptatie van het verlies nam gedurende de periode van twee jaar voortdurend toe.
De vijf fasen bereikten hun maximum wel precies in de door de theorie ‘voorgeschreven’ volgorde: ongeloof, verdriet, woede, depressie en acceptatie. Deze piek werd bij alle fasen, behalve acceptatie, al binnen zes maanden bereikt.

Er zijn bij rouwverwerking dus inderdaad normale stages. Daar zou begrip voor moeten bestaan. Wie na zes maanden nog steeds te maken heeft met louter ongeloof, verdriet, woede en/of depressie heeft mogelijk baat bij evaluatie en begeleiding.

(JAMA, 21 februari 2007)

Denkbeeldige vriendjes

Denkbeeldige vriendjes zijn een teken van een levendig voorstellingsvermogen en is een mijlpaal in de cognitieve en emotionele ontwikkeling van een kind.

Dit concluderen onderzoekers van de Universiteit van Washington en de Universiteit van Oregon in een onderzoek dat gepubliceerd is in Developmental Psychology.

Van de ondervraagde kinderen geeft 65% aan ooit een denkbeeldig vriendje te hebben gehad voor de leeftijd van 7 jaar. Maar hoe zien deze vriendjes er dan uit? Het blijkt dat ongeveer 50% van de denkbeeldige vriendjes van drie- en vierjarigen zijn geïnspireerd door speelgoed. Dit ligt anders bij vijf- tot zevenjarigen. Zij hebben het vaakst (67%) onzichtbare vriendjes. Van de denkbeeldige vriendjes van vijf- tot zevenjarigen is 57% mens en 41% dier.

 Denkbeeldige vriendjes spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen, zegt professor Taylor van de Universiteit van Oregon. Uit eerdere onderzoeken blijkt namelijk dat het hebben van deze imaginaire vriendjes geassocieerd is met een beter vermogen het perspectief van anderen te kunnen nemen. Professor Taylor voegt hieraan toe dat kinderen met dit soort vriendjes socialer en minder verlegen zijn dan andere kinderen. Daarnaast worden deze imaginaire vriendjes vaak gebruikt bij het leren omgaan met alledaagse problemen.

(Healthday)

Constante stroom gezondheidsnieuws houdt gezond

Nieuw onderzoek door de Universiteit in Alberta (Canada) laat zien dat het erg goed voor je is als je continu, elke dag, een e-mail bericht ontvangt waarin gezond gedrag gepromoot wordt.



Er wordt over het 12 weken durende onderzoek, dat ruim 2.500 Canadesen omvatte, bericht in het julinummer van het American Journal of Health Promotion.

De groep die de e-mails ontving liet een toename zien van de hoeveelheid lichaamsbeweging en bleef er vertrouwen in houden dat na afloop van het onderzoek men doorging met bewegen. Ze bleken veel beter op de hoogte van de voor- en nadelen van lichaamsbeweging en veranderingen in hun voedingspatroon. En dan bleek ook nog eens dat het vetpercentage van de groep die de e-mails ontving afgenomen was.

Bij de controlegroep, die de e-mail niet gekregen had, nam het vetpercentage in de loop van het onderzoek door de bank genomen zelfs een klein beetje toe.

Niet iedereen is het met de Canadese onderzoekers eens. Nederlandse voedingswetenschappers hebben zelfs gesproken over de mogelijkheid om de stroom gezondheidsnieuws in de media in te dammen, omdat de consument daardoor het spoor bijster raakt.

(Persbericht Universiteit van Alberta)

Boek: Ik, gezond egocentrisme, meer effectiviteit

Dit boek geeft je vernieuwende, pragmatische inzichten in persoonlijk leiderschap. Het is volledig op jouw lijf geschreven en gaat je helpen om:



-beter in kaart te krijgen wie je bent, wat je wilt en hoe je dat bereikt.



Het helpt je te ontdekken wat je talenten, je passies en je diepste kern werkelijk zijn en het mooiste op aarde te vinden: je eigen ik. Dit boek bevat onder meer het baanbrekende concept van de E=MC2 energie-coach.



Remco Claassen en Mayta Braun, Ik, gezond egocentrisme, meer effectiviteit, Uitgeverij het Spectrum.

Emotionele interacties worden in onze dromen gesimuleerd

Een studie over dromen en de hersenactiviteiten tijdens het slapen heeft aangetoond dat wanneer wij dromen het meestal over sociale interacties gaat. De emotionele geladenheid varieert afhankelijk van de slaapfase waarin wij ons op dat moment bevinden.



Deze bevindingen zullen worden gepresenteerd in de studie ‚ÄòA Jekyll and Hyde Within: Aggressive versus Friendly Interactions in REM and NREM Dreams’, die in februari 2005 in de Psychological Science (American Psychological Society) gepubliceerd zal worden.



De meeste mensen weten wel dat slapen in principe bestaat uit twee zogenaamde slaapfasen, te weten REM (Rapid Eye Movement) en NREM (Non Rapid Eye Movement). Maar wat u misschien nog niet wist is dat tijdens de REM-slaap de emotionele centra in de hersenen verhoogd actief zijn, terwijl tijdens de NREM-slaap patronen van synchrone activiteit waar te nemen zijn in de sensorische en cognitieve centra van ons brein.



Meer specifiek kwam men na onderzoek tot de volgende bevindingen: 1) sociale interacties vond men eerder terug in de verslagen over de dromen van de testpersonen, dan in hun verslagen die ze schreven toen ze wakker waren; 2) door de dromer geïniteerde aggressieve, sociale interacties waren meer karakteristiek voor de REM-fase dan voor de NREM- of wakkerfase; 3) door de dromer geïnitieerde vriendelijke interacties waren meer karakteristiek voor de NREM-fase dan voor de REM-fase.



Dit alles vormt er een indicatie van dat er in onze dromen sociale interacties worden gesimuleerd. De REM-fase is daarbij gespecialiseerd in de simulatie van aggressieve interacties en de NREM-fase in de vriendelijke interacties. Onbekend is nog of deze droomsimulaties effect hebben op de echte sociale interacties die men pleegt.

[bron: Plebius Press]

In wie heeft u vertrouwen?

Vertrouwt u onbekenden die uw vrienden kennen sneller dan onbekenden die bij u in het bedrijf werken? Dan is de kans groot dat u een vrouw bent. Althans dat zeggen onderzoekers van de Ohio State University naar aanleiding van hun onderzoek naar vertrouwen.



Mannen en vrouwen blijken op basis van verschillende kenmerken te bepalen of ze onbekenden vertrouwen. Uit het onderzoek komt naar voren dat mannen eerder vertrouwen hebben in mensen die tot dezelfde groep behoren, bijvoorbeeld via hetzelfde bedrijf of vereniging. Vrouwen daarentegen vertrouwen eerder mensen waarmee ze een persoonlijke overeenkomst hebben, zoals een vriend van een vriend.



Tijdens het onderzoek werden de betrokken 147 studenten van de Ohio State University gevraagd te kiezen tussen 3 dollar, die ze vervolgens gegarandeerd zouden krijgen, of een niet gegarandeerde toewijzing van een bedrag door een onbekende, die 11 dollar naar eigen wens mocht verdelen. Iedere deelnemer werd driemaal gevraagd in welke mate hij/zij de onbekende vertrouwde en waarop dit vertrouwen gebaseerd was. De onbekende werd hierbij voorgesteld als (1) een andere student van de Ohio State, (2) een student van een universiteit waar de deelnemer een vriend had, of (3) een student van een andere universiteit waar de deelnemer niemand kende.



Uit de resultaten blijkt dat de mannelijke studenten het meest vertrouwen op de onbekende student aan de Ohio State University. De vrouwen blijken significant meer vertrouwen te hebben dan de mannen in de onbekende student van de universiteit waar een vriend van hen ook studeert. Kortom, mannen letten bij hun beslissing om een onbekende te vertrouwen meer op symbolische verwantschap dan op persoonlijke verwantschap, waar vrouwen juist meer waarde aan hechten.



Het is echter belangrijk te vermelden dat het hier gaat om een Amerikaans onderzoek. Binnen de Amerikaanse cultuur heerst een hoge mate van vertrouwen en openheid. Dit is niet kenmerkend voor iedere cultuur. Zo blijkt uit een vergelijkbaar onderzoek dat mensen uit Japan geneigd zijn hun vertrouwen te beperken tot de mensen waarmee ze een interpersoonlijke relatie delen. Zij zullen hun vertrouwen dan ook niet snel baseren op een gedeelde groepslidmaatschap. (Science Daily)