Fasen in rouwproces onderzocht

We weten het eigenlijk allemaal al: een rouwproces kent fasen. Daar moet je doorheen, hoe moeilijk ze ook zijn.
Emoties zoals ongeloof, verdriet, woede en depressie zijn hiervoor kenmerkend en acceptatie is de laatste stap. In feite is nooit onderzocht of deze gedachte van een gefaseerd verloop van het rouwen daadwerkelijk bij iedereen voorkomt. Tot nu dan, bij mensen in Connecticut is het rouwproces bestudeerd.

rouwproces.jpgAan het onderzoek deden 233 mensen mee. Na het verlies van een naast familielid werd deze groep twee jaar gevolgd. Anders dan de fasentheorie stelt, bleek ongeloof of ontkenning niet als eerste op de voorgrond te staan. Verdriet bleek over het geheel genomen de meest dominante negatieve emotie en werd op de voet gevolgd door acceptatie.
De acceptatie van het verlies nam gedurende de periode van twee jaar voortdurend toe.
De vijf fasen bereikten hun maximum wel precies in de door de theorie ‘voorgeschreven’ volgorde: ongeloof, verdriet, woede, depressie en acceptatie. Deze piek werd bij alle fasen, behalve acceptatie, al binnen zes maanden bereikt.

Er zijn bij rouwverwerking dus inderdaad normale stages. Daar zou begrip voor moeten bestaan. Wie na zes maanden nog steeds te maken heeft met louter ongeloof, verdriet, woede en/of depressie heeft mogelijk baat bij evaluatie en begeleiding.

(JAMA, 21 februari 2007)

Langer plezier door onzekerheid

Dat mensen het vervelend vinden om zich in onzekere situaties te begeven is bekend. Veel mensen voelen zich angstig en piekeren zich suf als ze niet weten wat hen te wachten staat, wanneer ze bijvoorbeeld wachten op de uitslag van een medisch onderzoek. Als de onzekerheid wordt opgelost, doordat het onderzoek een ernstige ziekte heeft uitgesloten, zal ook de angst afnemen. Over vervelende, negatieve gebeurtenissen willen we het liefst zo snel mogelijk zekerheid hebben.



Maar stel nu, er overkomt je iets plezierigs maar waarom dit je overkomt blijft onduidelijk. Een voorbeeld: je krijgt door een onbekende geld in je hand gedrukt met een briefje erbij waarop staat:”Dit is een actie van de Lach-Vereniging. We wensen u een prettige dag!”. Je weet niet precies wat er aan de hand is, wie die vereniging is en waarom ze dit doen. Wil je meer informatie over die vereniging hebben omdat je het vervelend vindt om zo in onzekerheid te verkeren? Denk je dat je je langer goed blijft voelen als je meer informatie krijgt over de vereniging en hun motieven?



Als je er zo over denkt dan loop je in dezelfde valkuil als de meeste mensen de meededen met een onderzoek dat recentelijk werd uitgevoerd. Tijdens het onderzoek kregen studenten een klein geldbedrag met bovengenoemd briefje of met een briefje met meer informatie. Ze moesten vervolgens aangeven hoe ze zich voelden en hoe ze dachten dat ze zich zouden voelen als ze meer informatie zouden krijgen over de vereniging en waarom ze dat geld kregen. Het bleek dat degene die minder informatie kregen en dus in een onzekere situatie verkeerden langer in een positieve stemming bleven dan degenen die meer informatie hadden gekregen. Maar dit was tegengesteld aan hun verwachtingen dat ze zich beter zouden voelen bij meer informatie (wanneer de onzekerheid dus werd opgelost). De onderzoekers noemden dit de Plezier-Paradox: mensen zijn geneigd om onzekerheid over plezierige gebeurtenissen te verminderen, maar verminderen daarmee ook hun plezier.

Probeer het maar eens uit als je de volgende keer een goed boek leest: als je aanvoelt dat het goed gaat aflopen maar je weet nog niet precies hoe, leg het boek dan weg en geniet!

(Bron: Journal of Personality and Social Psychology)

Vader met astma: verhoogde kans op overgevoelige luchtwegen kind

Kinderen met astma wier vaders ook astma hebben, lopen een grotere kans ernstige overgevoeligheid van de luchtwegen te ontwikkelen dan kinderen met astma waarvan de vader geen astma heeft.



Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, waarbij de luchtwegen erg prikkelbaar zijn. De onderzoekers volgden voor dit onderzoek 1041 kinderen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar voor een periode van 4.5 jaar. In deze periode werd bij de kinderen jaarlijks de gevoeligheid van de luchtwegen getest.



Kinderen waarvan de vader astma had, vertoonden significant hogere gevoeligheid van de luchtwegen dan kinderen zonder vader met astma. De relatie tussen astma van de vader en de verhoogde gevoeligheid van de luchtwegen bij de kinderen bleef significant nadat er gecontroleerd was voor andere risicofactoren zoals blootstelling aan sigarettenrook. Eventuele astmatische klachten bij de moeder bleken niet samen te hangen met overgevoeligheid van de luchtwegen bij de kinderen. Kinderen waarvan beide ouders astma hadden, lieten bij het testen van de longfunctie een hogere gevoeligheid van de longen zien.



Uit andere studies naar astma bij jongere kinderen bleek er wel een relatie te bestaan tussen astma bij de moeder en astma bij het kind. Daar er bij deze studies onderzoek gedaan werd naar jongere kinderen, verwachten de onderzoekers dat de invloed van een astmatische vader toeneemt naarmate het kind ouder wordt. (American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine, september 2005)

Boek: Leven met een psychisch zieke ouder

Nederland telt meer dan 850.000 ouders met een psychische stoornis. Zo’n ziekte heeft uiteraard invloed op de jeugd van hun kinderen. Een groot deel van deze kinderen groeit desondanks op tot evenwichtige volwassenen, terwijl een ander deel vroeg of laat in het leven te maken krijgt met de uiteenlopende gevolgen van hun jeugdervaringen. In dit boek komen de factoren die hierbij een rol spelen ruimschoots aan bod.



In Leven met een psychisch zieke ouder laat gezondheidspsycholoog Sandra van Gameren zien hoe je deze kinderen – ook wel aangeduid met ‘koppers’ (kopp = kinderen van ouders met psychiatrische problemen) – kunt helpen hun veerkracht te behouden. Het boek laat zien hoe, naast de zieke en gezonde ouder, andere volwassenen een kopper tijdens zijn/haar jeugd kunnen bijstaan en er zo voor kunnen zorgen dat het kind een manier vindt om met de thuissituatie om te gaan.



Dit boek biedt (met de vele verhalen van ervaringsdeskundigen) volwassenen met een kopp-verleden erkenning, herkenning en waardevolle adviezen. Het gaat over veerkracht, overleven, gemis, levenslange loyaliteit, optimisme en littekens. Voor betrokkenen en professionals is het boek een bron van praktische informatie en kennis over deze zo lang genegeerde doelgroep.



Sandra van Gameren, Leven met een psychisch zieke ouder, Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum.

Compassie goed voor gezondheid

Vergeven en vergeten blijkt goed te zijn voor het lichamelijk en psychisch welzijn. Dit concluderen auteurs in een artikel dat gepubliceerd is in het Harvard Women’s Health Watch van deze maand.

In het artikel worden de volgende vijf manieren besproken, waarop compassie bij kan dragen aan de gezondheid:


– Vergevingsgezindheid verlaagt stress. Wrok koesteren jegens anderen kan dezelfde effecten (gespannen spieren, verhoogde bloeddruk, transpireren) op het lichaam hebben als een zeer stressvolle gebeurtenis.


– Uit onderzoek blijkt er een verband te bestaan tussen vergeven en een verbeterde hartslag en bloeddruk.


– Vergeving kan leiden tot betere relaties. Uit recent onderzoek blijkt dat vrouwen die vergevingsgezind zijn ten opzichte van hun partner, beter zijn in het oplossen van conflicten.


– Compassie leidt tot minder pijn. Mensen met chronische rugpijn ervoeren minder pijn en angst, na een meditatieoefening, die erop gericht was woede om te zetten in compassie.


– Tijdens psychotherapie maken mensen die praten over ‘vergeving’ meer vooruitgang dan mensen die het onderwerp ‘vergeven’ nooit aan de orde stellen, blijkt uit onderzoek. (Healthday)

Psychische gevolgen bomaanslagen Londen

Aan de hand van een telefonische enqu?™te is onderzocht wat de invloed is geweest van de bomaanslagen in Londen op 7 juli dit jaar op het stressniveau van de Londense bevolking. Hoewel de psychische nood van degenen die nauw bij de aanslagen waren betrokken verder moet worden onderzocht, kwam uit dit onderzoek naar voren dat er geen behoefte op grote schaal bestaat aan professionele hulpverlening.



De aanslagen hebben relatief veel onrust veroorzaakt bij niet-blanke en islamitische Londenaren.



De enqu?™te werd tussen 18 en 20 juli gehouden onder 1010 Londenaren die willekeurig telefonisch waren benaderd. Van de ondervraagden gaf 31% aan substantiële stress te ervaren en van plan te zijn minder gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ze zouden daarbij het centrum van Londen vermijden.

1% vond dat ze professionele hulp nodig hadden om hun emoties als gevolg van de aanslagen te verwerken.



Ondervraagden die na de aanslagen problemen hadden gehad via de telefoon vrienden of familie te bereiken, of zich realiseerden dat ze zelf gedood of gewond hadden kunnen zijn, of moslim waren vertoonden meer tekenen van stress. Daarentegen was dit bij blanken en degenen die eerder met terrorisme te maken hadden gehad juist minder.

(BMJ Online, 26 augustus 2005)