Fasen in rouwproces onderzocht

We weten het eigenlijk allemaal al: een rouwproces kent fasen. Daar moet je doorheen, hoe moeilijk ze ook zijn.
Emoties zoals ongeloof, verdriet, woede en depressie zijn hiervoor kenmerkend en acceptatie is de laatste stap. In feite is nooit onderzocht of deze gedachte van een gefaseerd verloop van het rouwen daadwerkelijk bij iedereen voorkomt. Tot nu dan, bij mensen in Connecticut is het rouwproces bestudeerd.

rouwproces.jpgAan het onderzoek deden 233 mensen mee. Na het verlies van een naast familielid werd deze groep twee jaar gevolgd. Anders dan de fasentheorie stelt, bleek ongeloof of ontkenning niet als eerste op de voorgrond te staan. Verdriet bleek over het geheel genomen de meest dominante negatieve emotie en werd op de voet gevolgd door acceptatie.
De acceptatie van het verlies nam gedurende de periode van twee jaar voortdurend toe.
De vijf fasen bereikten hun maximum wel precies in de door de theorie ‘voorgeschreven’ volgorde: ongeloof, verdriet, woede, depressie en acceptatie. Deze piek werd bij alle fasen, behalve acceptatie, al binnen zes maanden bereikt.

Er zijn bij rouwverwerking dus inderdaad normale stages. Daar zou begrip voor moeten bestaan. Wie na zes maanden nog steeds te maken heeft met louter ongeloof, verdriet, woede en/of depressie heeft mogelijk baat bij evaluatie en begeleiding.

(JAMA, 21 februari 2007)

Te gezond eten?

Wat is orthorexia?

De term orthorexia wordt door specialisten op het gebied van eetstoornissen gebruikt voor het beschrijven van een ongezonde fixatie ten opzichte van gezond eten. Hoewel de stoornis nog niet officieel is erkend, heeft het veel raakvlakken met bekende eetstoornissen als anorexia. Zo gaat orthorexia ook vaak gepaard met gewichtsverlies. Anders dan bij mensen met andere eetstoornissen, zijn mensen met orthorexia geobsedeerd door de kwaliteit van het voedsel, en niet zozeer door de kwantiteit. Ze streven naar een persoonlijke puurheid in hun eetpatronen in plaats van een dun lichaam.



De term ‘orthorexia’ werd in 1997 voor het eerst geopperd door Dr. Steven Bratman, specialist in alternatieve geneeskunde. Impliciet in de beschrijving van orthorexia zijn trekken die overeenkomsten hebben met een obsessief-compulsieve stoornis. De persoon geeft overmatig veel aandacht aan persoonlijke regels over zijn/haar voedsel en is vaak vele uren per dag bezig met de maaltijd van de volgende dag. De persoon kan zich sociaal geïsoleerd gaan voelen, omdat hij of zij zich niet uitleeft op de dagelijkse maaltijden zoals anderen dat doen.

Wanneer je aandacht op het gezonde eten in de weg staat van je persoonlijke geluk en sociale leven“, zegt Bratman, “dan is het mogelijk dat je een probleem hebt“.



Hoewel vele experts het met Bratman eens zijn dat orthorexia een bestaande stoornis is, bestaat er twijfel over de toepasbaarheid binnen de klinische diagnostiek. “Er zijn vele patiënten die gebukt gaan onder hun drang naar absolute puurheid, zelfs tot op de laatste vitamine,” zegt Joel Jahraus, medisch directeur van Remuda Life Programs in Phoenix, Arizona, “maar er is al een naam voor: anorexia“.

Douglas Bunnell, president van de Amerikaanse National Eating Disorders Association, is het ermee eens dat orthorexia qua concept belangrijk kan zijn, maar voor de behandeling slechts minimaal verschilt van de behandeling van anorexia.

Een groot deel van de westerse bevolking heeft te maken met overgewicht, waardoor orthorexia wellicht over zal komen als pietluttig. Toch zit er een verborgen gevaar in de recente focus op overgewicht, namelijk overmatige ongerustheid. Of je het nu orthorexia noemt of niet, er zijn mensen die psychologisch nu eenmaal kwetsbaarder zijn voor het verstarren van hun eetpatroon. Zoals een spreekwoord luidt: “alles waar te voor staat, kan niet goed zijn.”

Beweging belangrijk bij het herkennen van gezichtsuitdrukkingen

Bij het inschatten van de emoties van anderen maken we vaak gebruik van hun gezichtsuitdrukking. Uit recent onderzoek blijkt dat bewegingen van het gezicht, zoals het optrekken van de wenkbrauw of de beweging van een lach, essentieel zijn bij het identificeren van subtiele gezichts-uitdrukkingen.



Bij onderzoeken naar het herkennen van gezichts- uitdrukkingen wordt meestal gebruik gemaakt van statische afbeeldingen van intense uitdrukkingen, waarvan de foto hiernaast een voorbeeld is. Het huidige onderzoek richt zich echter op de invloed van bewegingen van het gezicht bij het herkennen van de zes basisemoties; woede, afschuw, angst, vreugde, verdriet en verrassing.



Deelnemers kregen via de computer een reeks gezichtsuitdrukkingen te zien. De uitdrukkingen werden op twee verschillende manieren getoond; door middel van één statische afbeelding, waarbij alleen de uiteindelijke emotie werd afgebeeld dan wel via een dynamische afbeelding, waarbij het ontstaan van de emotie via meerdere afbeeldingen werd vertoond. Uit de resultaten blijkt dat emoties die tijdens de statische afbeelding niet werden herkent, wel geïdentificeerd werden tijdens de dynamische afbeelding.



Daarnaast is onderzocht of dit verschil in herkenning mogelijk veroorzaakt wordt door verschil in de verkregen informatie over de getoonde emotie. Zo zou men kunnen stellen dat men in het geval van de dynamische afbeelding meer informatie krijgt over de getoonde emotie, daar men in dat geval meerdere beelden te zien krijgt. Het verschil blijft echter bestaan wanneer slechts de eerste en laatste afbeelding van de emotie wordt getoond. Emoties worden dan alsnog sneller herkent dan tijdens de statische afbeelding. Kortom, om gezichtuitdrukkingen te herkennen en deze te kunnen koppelen aan emoties is het niet alleen van belang de uiteindelijke uitdrukking af te lezen maar ook om oog te hebben voor de manier waarop de gezichtsuitdrukking veranderd is. (American Psychological Society)

RSI zit niet tussen de oren

Veel mensen denken dat RSI-klachten het gevolg zijn van psychische probelmatiek. Het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid van de UVA weerlegt dat.



Mensen met RSI-klachten hebben niet vaker psychische problemen dan de gemiddelde Nederlander. Depressies en burn-out komen niet vaker voor onder RSI-patiënten dan bij gezonde werknemers.

RSI staat voor Repetitive Strain Injury en is een overkoepelende term voor aandoeningen aan de nek, schouder, arm en hand. De aandoening ontstaat door een statische werkhouding en repeterende bewegingen.

Doorbreek een negatief patroon

Veel mensen worstelen met een negatieve gewoonte die ze graag zouden willen veranderen. Hieronder volgen enkele tips waarmee je anderen of jezelf kunt helpen een negatief patroon te doorbreken:



Vermijd verbaal geweld

Als je denkt dat het helpt jezelf of een ander naar beneden te halen met allerlei negatieve etiketten dan heb je het mis. Buiten de schaamte over het negatieve gedrag roep je woede, pijn en weerstand op.

Negatieve opmerkingen/verwijten hebben de neiging zich diep in iemand te nestelen en van daaruit blijvende schade aan te richten. Vanuit pijn ben je eerder geneigd te blijven vluchten dan gezonder te gaan leven.



Introduceer opbouwende bevestigingen

Wie wil zich niet beter voelen, meer kracht en energie ervaren, zijn/haar levenslust en zelfvertrouwen terugwinnen? Niemand zit op kritiek en oordelen te wachten. Gun jezelf en anderen oprechte hulp en aanmoediging (in plaats van eisen, controleren en dwang). Zeg wat een goede coach zou zeggen: ‘Ik kan bereiken wat ik me heb voorgenomen. Ik voel me geliefd en gewaardeerd. Het zal me lukken’



Kijk naar het waarom!

Waarom verliest iemand zichzelf in een schadelijke gewoonte? Dat is vele malen belangrijker om te weten/ontdekken dan je blind te staren op de omvang of vorm van het schadelijke gedrag. Dient het gedrag als zelfmedicatie tegen een vorm van stress, onzekerheid of pijn? Welke innerlijke leegte of gemis moet er opgevuld worden?

Veel verslavend gedrag betekent dat iemand vanuit pure onmacht teveel doet van wat hij/zij eigenlijk niet wil doen. Ook al lijkt het verslavende gedrag aan de buitenkant nog zo opwindend en aantrekkelijk.



Pas je leefstijl aan

Als je manier van leven bijdraagt aan het probleem, verander het dan direct. Verklein de kans op verleiding. Ruim je omgeving op, verwijder alles wat, direct of indirect, met het negatieve gedrag te maken heeft.

Doe je teveel of juist te weinig? Pas je leefritme aan als dat nodig is. Zorg voor meer variatie in de dingen die je doet. Zoek bewust positieve alternatieven voor de negatieve gewoonte.



Tel overwinningen

Net over het moment van de verleiding heen stappen, levert direct een blijvende voldoening op. Het toegeven aan de verleiding geeft slechts een tijdelijke kick.

Wat scheelt het aan nadelen als je niet toegeeft? Laat ‘s avonds alle verleidingen nog eens de revue passeren en tel alle ‘verboden’ dingen die je de dag niet gedaan hebt. Probeer de volgende dag het record van je overwinningen te doorbreken. Zodat je met meer enthousiasme je streefdoelen kunt halen en met meer gemak vol weet te houden.



Bron: Psychologische toptips

De beste ‘feelgood’-adviezen voor een sterk mentaal welzijn




Zie ook:Dr Phil McGraw

TV verslechtert leervermogen van jonge kinderen

Vòòr het derde jaar televisie kijken heeft een negatief effect op de cognitieve ontwikkeling in de daaropvolgende levensjaren. Die conclusie volgt uit onderzoek van Zimmerman & Christakis van de universiteit van Washington.





Zimmerman en zijn collega analyseerden gegevens van een langlopend onderzoek, dat startte in 1986. Daarbij werden 11.000 kinderen gevolgd. Zo werden de cijfers voor rekenen/wiskunde, begrijpend lezen vastgesteld, wat werd afgezet tegen het aantal uur dat de kinderen tv keken. De analyse wees op een negatieve samenhang. Hoe meer uren tv vòòr het derde jaar, hoe slechter de latere leerresultaten.

Overigens bleek 59% van de kinderen jonger dan twee gemiddeld 1,3 uur per dag tv te kijken, hoewel er geen programma’s voor deze jonge groep zijn gemaakt.

Onderzoeksresultaten laten daarnaast ook zien dat tv kijken op de leeftijd van 3 tot 7 jaar wel gunstig kan uitpakken op het korte-termijn-geheugen en leesstrategie.



Uit ander onderzoek komt naar voren dat kinderen die op jonge leeftijd veel televisie kijken, later meer kans hebben om pestkoppen te worden.



Men stelt nu dat ouders erop moeten letten dat de inhoud van gekozen tv-programma’s goed is, in de zin van educatief en op de leeftijdsgroep afgestemd. Dan kunnen zij voorkomen dat de tv een probleem laat vormen met het leren. Tv kan zeker een positieve waarde hebben.



(Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine)