Fasen in rouwproces onderzocht

We weten het eigenlijk allemaal al: een rouwproces kent fasen. Daar moet je doorheen, hoe moeilijk ze ook zijn.
Emoties zoals ongeloof, verdriet, woede en depressie zijn hiervoor kenmerkend en acceptatie is de laatste stap. In feite is nooit onderzocht of deze gedachte van een gefaseerd verloop van het rouwen daadwerkelijk bij iedereen voorkomt. Tot nu dan, bij mensen in Connecticut is het rouwproces bestudeerd.

rouwproces.jpgAan het onderzoek deden 233 mensen mee. Na het verlies van een naast familielid werd deze groep twee jaar gevolgd. Anders dan de fasentheorie stelt, bleek ongeloof of ontkenning niet als eerste op de voorgrond te staan. Verdriet bleek over het geheel genomen de meest dominante negatieve emotie en werd op de voet gevolgd door acceptatie.
De acceptatie van het verlies nam gedurende de periode van twee jaar voortdurend toe.
De vijf fasen bereikten hun maximum wel precies in de door de theorie ‘voorgeschreven’ volgorde: ongeloof, verdriet, woede, depressie en acceptatie. Deze piek werd bij alle fasen, behalve acceptatie, al binnen zes maanden bereikt.

Er zijn bij rouwverwerking dus inderdaad normale stages. Daar zou begrip voor moeten bestaan. Wie na zes maanden nog steeds te maken heeft met louter ongeloof, verdriet, woede en/of depressie heeft mogelijk baat bij evaluatie en begeleiding.

(JAMA, 21 februari 2007)

Saliewortel helpt mogelijk tegen alcoholverslaving

Italiaanse onderzoekers hebben vastgesteld dat het extract van gedroogde saliewortel mogelijk een positief effect heeft tegen alcoholverslaving.

De onderzoekers leerden ratten aan hoe ze zichzelf alcoholhoudende drank konden toedienen en zo verslaafd raakten. Toen hebben ze de alcohol een week onthouden en daarna saliewortel toegediend. Het bleek dat minder ratten interesse hadden in de drank. Ook de hoeveelheden waarin de ratten de drank tot zich namen was sterk gereduceerd.

De onderzoekers gebruikten Salvia miltiorrhiza, rode salie. Zodra het duidelijk is wat de toxische grens is van salie, zal het onderzoek ook op mensen plaatsvinden.

Mannen en vrouwen niet zo verschillend als gedacht

In de media wordt regelmatig de suggestie gewekt dat mannen en vrouwen zo verschillend zijn als twee planeten Mars en Venus. Onderzoek laat zien dat de verschillen in werkelijkheid niet zo groot zijn als de media ons willen laten geloven.



Mannen en vrouwen blijken meer gelijkenissen dan verschillen te vertonen wanneer gekeken wordt naar persoonlijkheid, communicatie, cognitieve mogelijkheden en leiderschap dan over het algemeen gedacht wordt. Uit meta-analyse van studies naar sekseverschillen zijn op bijna alle onderzochte psychologische variabelen geen of zeer kleine verschillen gevonden. Er zijn wel verschillen te zien met betrekking tot motorische vaardigheden, bepaalde aspecten van seksualiteit en fysieke agressie. Zo kunnen mannen verder gooien dan vrouwen, staan zij anders tegenover seks zonder vaste relatie en zijn zij vaker fysiek agressief.



Het benadrukken en vergroten van verschillen tussen mannen en vrouwen in de media heeft invloed op beide geslachten wat betreft werk, ouderschap en relaties. Tijdschriften en boeken waarin beschreven wordt dat mannen en vrouwen niet goed met elkaar kunnen omgaan en elkaar niet goed begrijpen omdat ze op een andere manier zouden communiceren, kunnen volgens de onderzoekster invloed hebben op de mate waarin we trachten met elkaar te communiceren. Geven we misschien te snel op, omdat we zijn gaan geloven dat de communicatieverschillen tussen mannen en vrouwen te groot zijn? (American Psychologist, september 2005)

Ouders overschatten de verschillen tussen hun kinderen

Hoewel de meeste broers en zussen een aantal overeenkomstige karaktertrekken

hebben, beweren ouders vaak dat hun kinderen verschillen als dag en nacht. Dit is de conclusie van Dr. Kimberly J. Saudino, hoogleraar in de psychologie aan de universiteit van Boston, naar aanleiding van een studie die is gepubliceerd in het Journal of Personality and Social Psychology (Vol. 87, No. 5).




siblingKimberly Saudino e.a. constateerden onlangs dat ouders van tweelingen maar weinig overeenkomsten zien tussen hun kinderen. Dit ondanks het feit dat tweelingen een gelijke genetische opmaak hebben en dat tweelingen wel degelijk gelijke karaktertrekken hebben. Saudino e.a.deden vervolgens onderzoek naar de vraag of deze vertekening zich ook voordoet bij de ouders van niet-tweelingen.

De populatie van hun onderzoek bestond uit 95 paren broers en zussen tussen de 3 en 8 jaar oud en van de paren bestond de ene helft uit duo’s van hetzelfde geslacht en de andere helft uit gemixte koppels. Saudino e.a. gebruikten de beoordeling van de ouders en objectieve maatstaven om het activiteitsniveau en de verlegenheid van de kinderen te beoordelen.

De onderzoekers evalueerden het niveau van verlegenheid door de kinderen knuffels aan te bieden om vervolgens te kijken hoe de kinderen reageerden (namen ze de knuffel aan, of kropen ze bij hun ouders). Ook kregen de kinderen bewegingsmonitoren (een klein apparaat dat de bewegingen en intensiteit van de bewegingen registreert). De ouders kregen vragenlijsten over de karaktertrekken van hun kinderen.



De onderzoekers ontdekten dat hun objectieve maatstaven weinig samenhingen met de bevindingen van de ouders. De ouders vinden niet alleen dat hun kinderen van elkaar verschillen, maar beweren zelfs dat ze exact elkaars tegenpolen zijn: als de één verlegen is, is de ander extravert.

Waarom zien ouders verschillen die er werkelijk niet zijn?

Het kan zijn dat het een reactie is op een samenleving waarin individualisme erg belangrijk is“, stelt Saudino. “Aan de andere kant zou het kunnen dat het een manier is om de individuele plek van het kind binnen het gezin te benadrukken.” Een derde, misschien wel eenvoudigere, verklaring zou kunnen zijn, dat “door de verschillen tussen de kinderen te benadrukken, de omgang met het individuele kind makkelijker en begrijpelijker maakt/wordt“, aldus Saudino.



Een belangrijk neveneffect van de bevindingen van Saudino is, dat er nu twijfel ontstaat over de validiteit van onderzoek waarbij de bevindingen van ouders worden gebruikt in studies naar verschillen tussen broers en zussen. Saudino stelt voor om bij dit type studies meer gebruik te maken van objectieve meetinstrumenten in plaats van de bevindingen van ouders.

Antioxidanten toch gunstig

Franse onderzoekers zeggen bewijs te hebben gevonden dat antioxidanten een rol spelen in preventie van kanker. Bij mannen verlagen antioxidante vitamines de kans op kanker met 31%.

Het betreft 7 jaar durende onderzoek onder 13.000 mensen, waarvan de helft een placebo kreeg en de andere helft dagelijks een capsule met bètacaroteen, vitamine C, vitamine E, selenium en zink. Bij mannen leidde dit tot een 31% lagere kans op kanker en een 37% lagere kans te overlijden. Bij vrouwen had de vitaminecocktail geen significant effect, waarschijnlijk omdat deze groep vrouwen al voldoende antioxidante vitamines via hun voeding kregen.

(Doctissimo)

Moeder beïnvloedt wat haar kind lust

De smaakpapillen van kinderen worden mede ontwikkeld door de smaken waaraan ze blootgesteld zijn in de baarmoeder en bij het drinken van moedermelk. Kinderen zouden eerder kiezen voor het eten van groentes, als hun moeder voorafgaand aan hun geboorte daar veel van at.



smaakDat moedermelk belangrijk kan zijn voor de smaakontwikkeling volgt uit een Spaans onderzoek. Daarbij werden 45 moeders in verwachting gevraagd om elke dag wortelsap te drinken tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap of om dat vooral te laten. Na de geboorte bleken de babies die via moedermelk of in de baarmoeder de smaak van wortelsap hadden ervaren veel gemakkelijker een naar wortel smakend graanproduct te aanvaarden dan de andere groep.

Borstvoeding zou het kindje vertrouwd maken met diverse soorten

Het onderzoek is toegelicht tijdens een bijeenkomst van voedingswetenschappers in Spanje. Er staat helaas nog geen publicatie online.