Waarom is advies geven zo makkelijk en advies opvolgen niet?

Advies geven, we doen het allemaal wel eens. Die ene vriendin die bij je langs komt met haar problemen met het andere geslacht, het neefje met zijn problemen op school, de collega die niet met de baas overweg kan, enzovoort. Stuk voor stuk komen ze bij ons terecht met hun eigen problemen waar ze graag met ons over willen praten. Omdat we behulpzaam willen zijn, volgt vervolgens een goed advies uit onze monden. We zien wat er mis gaat en met goede bedoelingen geven we raad over hoe de ander het beter aan zou kunnen pakken. Vervolgens pakt die ander dit echter niet goed op en gaat hij/zij gewoon door met waar hij/zij mee bezig was. Hoe kan het toch dat advies geven zoveel makkelijker is dan advies opvolgen?

adviesLaten we deze vraag eens nader onderzoeken door een onderscheid te maken in denken en emoties. Wanneer we van een afstandje kijken naar de manier waarop een vriendin met mannen omgaat, kunnen we al gauw waarnemen waar het misgaat. Doordat we er zelf niet direct in betrokken zijn, is het gemakkelijker om er rationeel naar te kijken en ons niet door allerlei emoties mee te laten slepen. Ons advies baseert zich daarom ook op rationele argumenten, zoals: Laat die man zitten, hij bedriegt je alleen maar en daarom moet je niet bij hem blijven. En toch gaat de vriendin vervolgens doodleuk met hem verder. Blijkbaar kan of wil ze het advies niet ter harte nemen. Waarom?

Wat nou als we het van de andere kant bekijken? Stel dat wij diegenen zijn die in een verkeerde relatie blijven hangen. Veel vrienden hebben met de beste bedoelingen duidelijk proberen te maken dat we de relatie moeten verbreken en we snappen het wel, maar doen het niet. Hier komen onder andere de emoties om de hoek kijken. Het voelt bijvoorbeeld gewoon veel te eng om deze partner te moeten missen of om weer op eigen benen te staan. Of we hebben het gevoel dat de positieve kanten wel opwegen tegen de negatieve kanten. Wat de reden ook is, ons gevoel overstemt simpelweg ons denken. We wéten wel dat iets niet goed is, maar we wíllen het te graag.

Advies geven gebeurt vaak vanuit de ratio, vanuit ons denken. We kunnen feilloos beargumenteren hoe een ander zich zou moeten gedragen. We zijn er zelfs heel goed in om onszelf te vertellen wat we eigenlijk anders zouden moeten doen. Advies opvolgen gebeurt echter vaak vanuit de emotie. We moeten echt iets willen voordat we veranderen. Het gevoel dat we ergens bij krijgen overstemt ons denken en we laten ons leiden door onze emoties. Dit maakt duidelijk waarom er zo’n verschil zit tussen het geven en ontvangen van advies. De gever maakt iets duidelijk met behulp van denken en de ontvanger luistert met emoties.

Wat kunnen we hiermee? Moeten we maar ophouden met advies geven als het blijkbaar toch geen zin heeft? Zeker niet, maar het is wel goed om te beseffen waarom de ander het advies wellicht niet opvolgt. Door ons te beseffen dat we met goede argumenten iets proberen te bereiken waar de ander wellicht niet naar kan of wil luisteren, worden we ook minder gefrustreerd als de ander ons mooie advies niet opvolgt. Aan de andere kant kunnen we als advies ontvanger beseffen dat de ander de beste bedoelingen heeft en er toch ook met onze ratio naar proberen te luisteren. Ook wanneer we onszelf advies geven geldt dit principe. Beide kanten, het denken en de emoties, zijn belangrijke aspecten en moeten allebei gehoord worden. Het is de kunst om de balans in het midden te vinden.

(Geschreven door: Online studentenpsycholoog Dea Boom van psychologenpraktijkboom.nl, afbeelding: Brandon Riley)

Laat je horen

In mijn werk als psycholoog krijg ik wel eens cliënten in de spreekkamer die aan niemand vertellen dat ze naar mij toe gaan. Ze schamen zich er bijvoorbeeld voor. Hoewel dit natuurlijk niet voor iedereen geldt, heb ik wel het idee dat er nog steeds een soort van taboe ligt rond het psychologenbezoek. Het wordt tijd om dit te doorbreken. Het wordt tijd dat we gesprekken met een psycholoog niet meer zien als een beschamend hulpmiddel, maar als een verrijking van je persoonlijke ontwikkeling. Ik zal uitleggen wat ik hiermee bedoel.

psycholoogWe leven in mijn optiek nog steeds onder de visie dat de psycholoog alleen voor gekke mensen is bedoeld. Dat er wel iets goed mis met je moet zijn voordat je hiernaar toe moet gaan. Dit is klinkklare onzin. Psychologische gesprekken zijn uitermate geschikt om jezelf beter te leren kennen, op een andere manier contact te leren maken, met een andere visie de wereld in te stappen enzovoorts. Ik ben zelf ook in therapie. Niet omdat er iets mis met mij is, maar omdat ik mezelf beter wil leren kennen. Dit is niet alleen voor mij persoonlijk belangrijk, maar ook voor mijn baan. Ik ben immers het instrument waarmee ik werk.

De psycholoog is er niet voor ‘gekke’ mensen, maar juist voor iedereen. Of je nu in een zware depressie zit of wilt leren hoe je een vaste relatie kunt aangaan, het kan allemaal bij de psycholoog. Het kan een verrijking van je leven zijn, we zijn ook nooit klaar met leren. Om dit te bewerkstelligen wil ik de visie verspreiden dat er een soort platform moet komen waar cliënten hun verhaal kunnen doen. Dit kan bijvoorbeeld prima op een website gebeuren. Als je bij een psycholoog in behandeling bent (geweest), kun je op dit platform je verhaal kwijt. Je hoeft natuurlijk niet al je privé zaken op tafel te gooien, maar je kunt wel vertellen over hoe je het proces ervaren hebt. Op deze manier kunnen we elkaar helpen opener te zijn over onze problemen en tegelijkertijd ervaringen delen over specifieke psychologen.

Het werk van de psycholoog is niet iets geheimzinnigs meer. Dit proces moet open, helder en eerlijk naar alle partijen toe zijn. En het moet voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar worden gesteld. Ik ervaar mijn eigen therapie als behulpzaam op verschillende vlakken en zou mijn ervaringen graag met jullie delen. Hoe zit het met jouw verhaal? Wat zou jij wel en niet kwijt willen op een platform als deze? Hoe kunnen we ons met zijn allen laten horen?

(Geschreven door: online studentenpsycholoog Dea Boom van psychologenpraktijkboom.nl, foto: Texas A&M University-Commerce Marketing Communications Photography)

Beïnvloeding: Hoe werkt het?

“Hij luistert nooit naar me.”
“Zij kan gewoon niet samenwerken.”
“Ik heb ze al zo vaak gezegd dat die grapjes niet leuk zijn.”

Als het om andere mensen gaat, weten we vaak goed waar de zere angel zit. Deze uitspraken zijn maar een klein voorbeeld van hoe we tegen de anderen aankijken waar we een slechte relatie mee hebben. Je kunt deze mensen uit de weg gaan, maar soms moet je nu eenmaal met ze samenwerken of in hetzelfde huis wonen. Hoe kun je hier het beste mee omgaan? Hoe kun je ze zo beïnvloeden dat de relatie beter wordt?

beïnvloedingWe kunnen andere mensen helaas niet besturen. Er is geen knopje waardoor de ander zich gaat gedragen zoals jij dat wilt. Wat we wel kunnen doen is ons eigen gedrag aanpassen. Door zelf anders te reageren, kunnen we ervoor zorgen dat de ander zich ook anders gaat gedragen. Een voorbeeld: Als postbode liep ik een paar jaar geleden mijn ronde en er kwam een meneer boos op me afgestapt, hij vond dat de post niet goed bezorgd werd. Ik had zelf ook boos kunnen worden en mezelf staan verdedigen. Hierdoor zou hij waarschijnlijk nog bozer worden en zouden we ruzie krijgen. Ik bleef echter kalm, hoorde zijn verhaal aan, liet mijn empathie zien en even later bood hij me zelfs een kopje koffie aan. Dit simpele voorbeeld laat zien hoe ik door mijn eigen reactie aan te passen de meneer kon beïnvloeden. Jij kunt dit ook.

Neem eens iemand in gedachten waarbij het contact op dit moment stroef verloopt. Dit kan bijvoorbeeld een familielid, een collega of een vriend zijn. Probeer je te bedenken hoe jullie contact verloopt en hoe jij zelf reageert. Hoe zou je op een compleet tegenovergestelde manier kunnen reageren? Stel dat je een collega hebt die steeds om je heen hangt en alles wel voor je wil doen. Hij biedt je koffie aan, wil voor je naar de printer lopen, enzovoort. Jij vindt dit hartstikke irritant en probeert zo weinig mogelijk aandacht aan hem te schenken in de hoop dat hij zelf weggaat. Wat zou het tegenovergestelde kunnen zijn? Probeer eens naar hem toe te stappen bijvoorbeeld. Vraag of je voor hem wat koffie kunt halen en merk op wat er in jullie contact gebeurt. Door het tegenovergestelde gedrag te doen, kun je iets heel anders teweeg brengen.

We kunnen andere mensen heel goed beïnvloeden door zelf ons eigen gedrag aan te passen. Probeer het maar eens uit, je zult zien dat het werkt. Op deze manier kun je situaties die tot nu toe niet lekker gingen op een positieve manier beïnvloeden. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je een heel ander persoon gaat worden, maar probeer op een lichte manier eens wat te experimenteren met je eigen reacties. En wie weet ben je straks dikke vrienden met die ene collega.

(Geschreven door: Dea Boom van Psychologenpraktijk Boom , foto door Elizabeth Ashley Jerman)

Wat doen we met negatieve gevoelens?

De wekker gaat en ik voel het meteen. Het wordt weer zo’n dag. Zo eentje waarin alles verkeerd gaat. Ken je dat? Ik zit met een chagrijnig hoofd aan het ontbijt en probeer mezelf een beetje op te vrolijken door een komisch stukje in de krant te lezen. Terwijl ik zonder te proeven de cornflakes mechanisch naar binnen werk, vraag ik me af wat ik eigenlijk het beste met dit rotgevoel kan doen. Moet ik het wegstoppen en negeren? Moet ik ertegen gaan vechten en mezelf een schop onder de kont geven? Moet ik het er juist laten zijn en me maar extra rot gaan voelen? Moet ik er überhaupt wel iets mee doen? Wat doen we eigenlijk met onze negatieve gevoelens?

Het is heel normaal om een negatief gevoel te laten verdwijnen door jezelf af te leiden of door iets te doen wat je in een betere stemming brengt. Het is vaak effectief om jezelf op deze manier het zetje te geven dat je op dat moment nodig hebt. In andere situaties kan het echter minder goed werken. Op de korte termijn werkt het wel, maar het gevoel blijft op de achtergrond knagen en zorgt ervoor dat je er steeds weer op terug komt. In dit geval is negeren een minder goed idee. Je kunt de oorzaak proberen aan te pakken of, als de oorzaak niet duidelijk is, het gevoel er maar gewoon laten zijn. Dit betekent dat je er voor gaat zitten om je even rot te voelen.

Het klinkt wellicht raar, want hoe lang moet je je dan bijvoorbeeld slecht gaan voelen? Misschien is het niet een kwestie van tijd, maar gaat het erom dat je kan zeggen: Het is oké dat ik me nu slecht voel. Je kunt je lijden verminderen door niet meer te vechten tegen de dingen waar je niets aan kunt doen. Hiernaast kan het ook fijn zijn om, hoewel het een rot gevoel is, hier midden in te gaan zitten. Om aandacht te geven aan datgene wat er speelt.

Het is natuurlijk ook belangrijk om hier niet voor eeuwig in te blijven hangen. Juist je concentreren op de dingen die goed gaan en positief zijn, kan je erg helpen om met een vervelende situatie om te gaan. Soms heb je gewoon even een zetje nodig om uit de funk te komen.

Ik kijk naar beneden en zie de bodem van de kom. Oh, mijn ontbijt is alweer op. Ik besef me dat ik vandaag veel verschillende soorten strategieën kan toepassen om de dag door te komen. Het is ook niet zo simpel dat één strategie altijd werkt. Het hangt af van de persoon, de situatie, et cetera. Er zijn in ieder geval genoeg mogelijkheden, een gedachte die me toch wat gerust stelt. Wellicht dat ik vandaag eens iets anders kan proberen dan dat ik normaal gesproken doe. In een wilde opwelling spring ik op, sprint ik naar buiten met mijn pyjama nog aan en ren ik een rondje om het huis. Hijgend sta ik weer bij de voordeur en grijp ik in mijn zakken naar de sleutel… Oh ja, die ligt nog op mijn bureau… Inderdaad, het is weer zo’n dag.

(Dea Boom, online psycholoog van Psychologenpraktijk Boom)

Wat nou als je faalt?

“Luister naar je hart.”
“Ga je dromen achterna.”
“Geloof in jezelf.”

creatieElke keer als ik mijn Facebook pagina open zie ik ze weer staan, deze zogenaamde inspirerende uitspraken. Vaak compleet met golvende letters en panorama achtergrond. Het is de Nederlandse versie van The American Dream. Luister naar je innerlijke wensen en door hard te werken zullen je dromen uitkomen. Op zich is hier niks mis mee, het geeft mensen inspiratie en kracht om door moeilijke tijden heen te komen. En toch levert het bij mij een tweestrijd op. Aan de ene kant is de boodschap mooi en aan de andere kant vind ik het te dogmatisch en simpel. Tijd om hier eens wat dieper op in te gaan. Want wat nou als je dromen falen?

Uitdagingen, tegenslagen, teleurstellingen, we komen ze allemaal wel eens tegen. Het is voor veel mensen een reden om niet te beginnen aan het verwerkelijken van hun dromen. De risico’s die een uitdaging met zich meebrengt zijn te eng om aan te gaan. Het is het klassieke voorbeeld van iemand die een artiest wil worden. Hij/Zij krijgt te maken met onzekerheid en instabiele financiën. En stel je eens voor dat het nooit zal lukken om door te breken. Dan heeft hij/zij alles voor niets gedaan, toch? Deze persoon kan dus beter niet voor het artiestenleven kiezen, maar voor iets dat meer stabiel is. Dit noem ik ook wel het “Ja, maar”-fenomeen. Het draait om het wel willen streven naar iets, maar dit simpelweg niet aan te durven: “Ja, dat kan ik wel doen, maar…” Er is niets mis met stabiliteit verkiezen boven een passie. Er kunnen allerlei omstandigheden zijn waardoor dit de betere optie is, bijvoorbeeld om je kinderen een toekomst te kunnen bieden. Het gaat erom dat het “Ja, maar”-fenomeen zorgt voor het zien van (te) veel beren op de weg. Je laat je tegenhouden door onzekerheden en angsten die zich op het moment alleen maar in je hoofd afspelen. Je richt je, met de woorden van schrijver Terry Goodkind, op het probleem en niet op de oplossing. Het is daarom belangrijk om eens te gaan kijken naar hoe we wel met uitdagingen en tegenslagen om kunnen gaan.

Het eerste punt dat ik wil maken is het belang van creativiteit. Creativiteit is niet iets dat je hebt of niet hebt, het is een vaardigheid die je kunt trainen. Iedereen kan creatiever worden, er zijn tegenwoordig veel boeken beschikbaar die je hierbij kunnen helpen. Door creatief na te denken open je nieuwe wegen. Als weg A niet lukt, dan probeer je weg B. Lukt weg B niet, dan ga je naar weg C, enzovoorts. Het alfabet is lang en dan zijn er nog oneindig veel cijfers die je kunt gebruiken. Stel je voor dat je een verandering in je woning aan wilt brengen, maar weinig financiële middelen hebt. Je zou bij weg A al kunnen stoppen: “Ja, ik wil wel een nieuwe keuken, maar daar heb ik het geld niet voor.” Als je niet verder kijkt, dan zal je de andere wegen nooit ontdekken. In plaats van je kapot te staren op weg A, kan je het volgende doen: Weg A lukt niet, dus die laten we voor wat het is. We gaan eens kijken naar een andere optie, weg B. Wellicht ken je mensen die goed kunnen klussen en voor een klein prijsje je willen helpen. Misschien kan je de materialen via via ergens vandaan plukken. Gooi je vragen je netwerk in en kijk wat eruit komt. Levert dit niets op? Geen probleem, dan gaan we gewoon naar weg C: Er is wellicht een lerende klusser die graag als ervaring jouw keuken komt aanpakken. Of je kan met weg D je keuken in delen aan laten pakken, zodat je tussendoor wat kan sparen. En wat dacht je van een extraatje ergens verdienen als zijnde weg E? Zoals je ziet zijn er zo veel opties beschikbaar die je nooit zou ontdekken als je alleen maar kijkt maar weg A: “Ja, maar…”

Dit brengt mij op het volgende punt: Denk, zoals eerder aangegeven, aan de oplossing en niet aan het probleem. De manieren die niet lukken, die lukken niet. Het heeft geen enkele zin om hierbij stil te blijven staan. Kijk naar datgene wat wel kan door bijvoorbeeld verschillende wegen op te zoeken. Stel dat je een product verkoopt en je ontdekt dat er vraag is buiten je huidige bereik. Staar dan niet naar het feit dat het op dit moment te ver weg is. Zoek naar een manier waarop je je bereik kan vergroten en zo je product daar aan de man kan brengen, waar erom gevraagd wordt. Denk in de oplossing. Een mooie manier van toepassing hiervan kan je vinden in mensen die door omstandigheden chronisch ziek zijn geworden en toch doorgaan. Er moet zeker ruimte zijn om dit verlies te erkennen en er te laten zijn, maar daarnaast straalt er ontzettend veel kracht uit de mensen die ondanks alles toch kijken naar wat ze nog wel kunnen en behalen. Als ergens het “Ja, maar”-fenomeen wordt vermeden, dan is het hier wel.

Tot slot wil ik nog een laatste punt maken wat betreft tegenslagen: Falen is niet erg. Ja, het is heel rot als datgene waar je je zo voor hebt ingezet niet lukt. Er moet zeker ruimte zijn om deze teleurstelling te kunnen uiten. Daarnaast is het echter nooit zo dat je er niets uit kunt halen. Wat je ook probeert, ook al mislukt het, je kunt er altijd van leren. Alleen al door te weten hoe iets niet moet, gaan je kennis en je vaardigheden omhoog. In die zin kan je helemaal niet falen. Elke ervaring, goed of slecht, kan je iets meegeven voor de toekomst. De meest succesvolle mensen op deze planeet hebben heel vaak gefaald voordat ze succes behaalden. Leren lopen gaat nu eenmaal gepaard met af en toe op je gat vallen. De weg naar datgene wat je wilt bereiken is eng, duurt heel lang en is heel moeilijk. Het is gewoon zwaar om jezelf steeds weer op te pakken en je in te blijven zetten. Maar kijk naar het doel dat aan het einde van die weg staat. Is dat deze lange weg waard? Dan zou ik er zeker voor gaan, oftewel: “Luister naar je hart, geloof in jezelf en ga je dromen achterna.” Simpel en dogmatisch, maar stiekem ook wel een beetje waar.

Geschreven door: Dea Boom, online psycholoog van Psychologenpraktijk Boom

Niet vechten, maar aaien

Wat doen we als we een probleem tegenkomen? Dit kan van alles zijn: een geldprobleem, een liefdesprobleem, een overlevingsprobleem, et cetera. Wat we vaak doen is onderzoeken wat de oorzaak van dit probleem is, zodat we het vervolgens kunnen gaan oplossen. We willen hoe dan ook dat het probleem ophoudt te bestaan. We gaan het probleem bestrijden, we gaan vechten of we rennen ervoor weg in de hoop dat het probleem dan vanzelf verdwijnt of ons in ieder geval niet meer lastig valt. Maar wat nou als we niet tegen het probleem gaan vechten? Wat nou als we het probleem niet weg gaan duwen, maar juist uitnodigen?

Laten we eerst eens een kijkje nemen in de effectiviteit van het vechten. Het komt ons zo natuurlijk voor dat het wel ergens goed voor moet zijn. Stel, je hebt een bedrijf en je hebt te weinig klanten. De oorzaak hiervan zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat je te weinig reclame maakt. De oplossing is dan simpel: maak meer reclame en de klanten zullen toenemen. Op deze manier kan je vechten tegen je klantenprobleem en het zal, als je het goed aanpakt, ook werken. In deze situatie is vechten dus een goede oplossing. Door actief met je klantenprobleem om te gaan kan je het probleem verminderen of zelfs weghalen. Laten we eens kijken naar een fysiek probleem.
Stel nu dat je vol enthousiasme van de berg af skiet, je hebt een goede vaart en plots ligt er iets voor je waardoor je struikelt en je been breekt. Het heeft weinig zin om te blijven liggen en helemaal niets te doen, of terwijl om je probleem hier ‘uit te nodigen’. Nee, je zult moeten vechten om je been te redden of zelfs om te moeten overleven. Gelukkig heb je je mobieltje bij je en word je snel gered. Het vechten tegen je probleem heeft je in deze situatie gered.

worryVechten tegen je problemen kan dus heel nuttig en effectief zijn, maar wanneer houdt het op en heeft vechten juist het tegenovergestelde effect? Stel je voor dat je een psychisch probleem hebt. Je kunt bijvoorbeeld maar niet ophouden met piekeren. Je piekert over van alles en nog wat en dit geeft je een naar en vervelend gevoel. Heeft vechten tegen dit piekeren ook zin? Vechten zou in dit geval betekenen dat je tegen jezelf zegt dat je niet mag piekeren of dat je jezelf zoveel mogelijk probeert af te leiden om maar niet aan het piekeren te zijn. Wat er gebeurt in deze situatie is dat je een heleboel energie gaat stoppen in het niet mogen piekeren. Het effect hiervan is echter dat het piekerprobleem alleen maar groter wordt, je gaat namelijk piekeren over je piekeren. Zie het als een soort ballon die alleen maar groter wordt omdat je er zoveel lucht in blaast, je besteedt er veel aandacht en energie aan. Vechten heeft op deze manier het tegenovergestelde effect van datgene wat je wilt bereiken: minder piekeren. Het is niet alleen onbehulpzaam, het verergert je probleem zelfs.
Wat zou er gebeuren als je stopt met vechten, maar juist gaat aaien? Tegen jezelf zeggen dat je niet mag piekeren, dat werkt niet. Stel dat je eens tegen jezelf zegt dat je wel mag piekeren, sterker nog, nodig het piekergedrag gezellig uit. Al die vervelende gedachten die je hebt mogen er ook gewoon zijn. Zet ze naast je op de bank neer en zeg tegen ze: “Goh, daar zijn jullie weer. Blijkbaar heb ik even zin om te piekeren, kom er gezellig bij zitten.” Dit klinkt allemaal wellicht een beetje raar, maar wat is nu het verschil tussen het vechten en het aaien? Bij het vechten steek je allemaal energie in je probleem zodat het groter wordt, bij het aaien laat je het probleem voor wat het is en houd je de energie over die je voor iets positievers kunt inzetten. Bij het vechten blaas je de ballon groter op en bij het aaien laat je de ballon lekker klein liggen.
Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: “Dit is allemaal leuk en aardig en voor het piekeren kan ik het me wellicht nog voorstellen dat het zo werkt, maar wat nou als ik heel erg somber ben of me juist heel druk voel of veel woede ervaar? Werkt het dan ook?” In veel gevallen zou ik zeggen: Ja. Het verschil tussen het vechten en het aaien ligt hem in de acceptatie. Accepteren dat je een probleem hebt, geeft vaak al veel rust en geeft je de ruimte en energie om het probleem te kunnen verkleinen. Als je vecht tegen je probleem, dan zeg je eigenlijk tegen jezelf dat datgene wat je voelt/denkt er niet mag zijn. Dit is logisch, omdat het vaak om hele nare gevoelens/gedachten gaat. Het werkt echter vaak juist tegenovergesteld als je maar tegen jezelf blijft zeggen dat je dit niet mag ervaren. Juist door de gevoelens/gedachten te ervaren, ze de ruimte te geven, blijven ze klein en houd je adem over om je te richten op de positieve aspecten van je leven.

Ik wil geenszins beweren dat met het accepteren al je problemen zijn opgelost. Juist het ervaren van datgene wat je eigenlijk voelt/denkt kan heel erg zwaar zijn. Je laat jezelf immers precies in datgene zitten waar je zo’n last van hebt. Het is ook niet de bedoeling dat je dagen achterelkaar hierin blijft hangen. Hoe lang moet je hier dan wel mee bezig zijn? Dat is niet eenduidig te zeggen, dit hangt af van jou als persoon, van je situatie, enzovoorts. Het is in ieder geval belangrijk dat je een manier vindt die bij jou past en wellicht kan je hierbij steun gebruiken van je omgeving of van een professional. Er lijkt een balans te liggen tussen jezelf de ruimte geven om te voelen wat je eigenlijk voelt en jezelf een zetje te geven om weer door te gaan. Waar deze balans voor jou ligt, dat zal je zelf moeten ontdekken. Wellicht geloof je me wel helemaal niet dat het aaien werkt. Ik zou dan zeggen: probeer het eens uit. Stel dat het niets voor jou is, dan kan je daarna altijd weer terug gaan naar het vechten toch?

(Bron foto: Celestine Chua)
Geschreven door psycholoog Dea Boom van Online Psychologenpraktijk Boom.