Langdurig slaaptekort is niet best

We slapen met z’n alle gemiddeld anderhalf uur te weinig. Groningse neurobiologen hebben ontdekt dat de gevolgen van het slaaptekort op lange termijn zeer schadelijk kunnen zijn.

Volgens Meerlo, neurobioloog van de Rijksuniversiteit Groningen, leidt chronisch slaaptekort tot veranderingen in de hersenen. Deze kunnen een depressie laten ontstaan. De Groningse onderzoekers keken wat er gebeurt met de hersenen van ratten met een chronisch slaaptekort. Zij gaven laboratoriumratten – die normaal ongeveer elf uur slapen – een nachtrust van maar vier uur. Daarna keken ze naar de effecten van het slaaptekort op het serotoninesysteem. Verstoringen in het serotoninesysteem worden wel in verband gebracht met depressie. De hersenen van onze ratten met slaaptekort bleken minder gevoelig te worden voor de neurotransmitter serotonine.

slaaptekort.bmpDeze verminderde gevoeligheid is ook aangetoond bij depressieve mensen. Bovendien blijken er bij de ratten met een slaaptekort veranderingen op te treden in het functioneren van de amygdala, het hersengedeelte dat een belangrijke rol speelt bij stemmingen en emoties.
Verder onderzoek moet uitwijzen wat de hersteltijden zijn van langere periodes van slaaptekort.

Bijslapen in het weekend lijkt de onderzoekers onvoldoende. We moeten gewoonweg acht uur per nacht aanhouden.
De effecten van slaaptekort op jonge leeftijd zouden extra schadelijk kunnen zijn, omdat de hersenen van kinderen en pubers nog niet volgroeid zijn.

(Rijksuniversiteit Groningen)

Slaap-apneu gekoppeld aan depressiviteit

Niet alleen de partners, maar ook snurkers zelf hebben last van hun gesnurk. Ze slapen er slechter door en sommigen hebben een grotere kans op allerlei kwalen. Wanneer het snurken samengaat met haperingen in de ademhaling is de kans op allerlei nare klachten aanwezig. Een klein deel van de snurkers heeft zo’n conditie, die slaap-apneu wordt genoemd.

apneu.jpgMensen die last hebben van nachtelijke problemen met de ademhaling hebben een maar liefst 80% verhoogde kans op de ontwikkeling van depressiviteit in vergelijking met mensen die rustig doorslapen.

Daarnaast wordt ook de kans op een hoge bloeddruk groter en dat gaat weer samen met het risico van hart- en vaatziekten. Het snurken en slecht ademhalen vallen onder de noemer van het slaap-apneusyndroom (OSAS), dat gebrek aan zuurstof in het lichaam veroorzaakt. Dat komt doordat deze ziekte ertoe leidt dat men minder vaak ademhaalt. Door het zuurstofgebrek en te weinig diepe herstelslaap raakt de balans van neurotransmitters in de hersenen verstoord. Mogelijk leidt het tekort aan zuurstof ook tot verstoringen in de werking van de hypofyse.
Door dit alles raakt de diepte van de slaap verstoord. Dit gaat ten koste van de overall kwaliteit van de slaap. 
Hoe de link tussen slaapapneu en depressie precies te verklaren is, is nog onbekend. Door gebrek aan slaap ontstaat mogelijk concentratieverlies, verminderde seksuele belangstelling, lusteloosheid, verhoogde prikkelbaarheid, slaperigheid overdag en daardoor ontstaan spanningen in de relatie en op het werk.
Bij ernstig snurken is het daarom zeker zinvol om naar de huisarts te gaan. Die zal wellicht doorverwijzen naar de KNO-arts. Naar schatting 5% van de mannen heeft apneu. Bij vrouwen zijn de aantallen iets lager.

(Archives Intern Med 2006;166:1709-1715)

Slecht slapen leidt tot slecht gedrag

Bij kleuters met slaapproblemen komen gedragsproblemen vele malen vaker voor dan hun goed slapende leeftijdgenoten. Dat zeggen Australische wetenschappers op basis van hun onderzoek bij 4- en 5-jarige kinderen. Misschien heeft dat te maken met de prikkelbaarheid die het gevolg is van het slaaptekort.

slaapprobleem_kleuter.jpgMaar liefst een derde deel van kleuters heeft te maken met lichte tot ernstige slaapmoeilijkheden, schrijft Hiscock van het kinderziekenhuis dat het onderzoek uitvoerde. Die moeilijkheden hebben een negatief gevolg voor het functioneren op school, maar zijn doorgaans gemakkelijk om te buigen.
Al eerder bleek dat een dergelijk verband tussen slecht slapen en gedragsproblemen bij kinderen tussen de 6 en 12 jaar. Slaapproblemen leiden bij die groep ook tot relatieve stilstand van de leerresultaten.

Onder leiding van Hiscock richtte het onderzoek zich op bijna 5.000 gezinnen. Ongeveer één op de vijf kinderen had slaapproblemen. Van 14% van de totale groep kinderen kon gezegd worden dat ze ernstige slaapmoeilijkheden hadden. Zo was er bijvoorbeeld sprake van een hardnekkig patroon van ‘s nachts wakker worden en moeizaam inslapen.
Een opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is dat groep kinderen met ernstige slaapproblemen hun kans op een ADHD-diagnose met factor 12 verhoogd zagen. Slecht in slaap komen en vermoeidheid na het opstaan verhoogde de kans op gedragsproblemen het meest. Het onderzoek bracht geen verband aan het licht tussen slaapproblemen en de taal-spraakontwikkeling.
Slaapproblemen bij kleuters kunnen getackeld worden door een vast ritme van naar bed gaan in te voeren. Het bed zou alleen gebruikt moeten worden voor slapen, niet voor het spelen van activerende computerspelletjes. Slaperigheid ‘s ochtends kan aangepakt worden door het kind meer uren te laten slapen, dus door de bedtijd te vervroegen.

(Pediatrics, Vol. 119 No. 1, januari 2007, pp. 86-93)

Nieuwe slaappil veroorzaakt geen afhankelijkheid

Het lichaam heeft een eigen slaapmiddel, melatonine, dat door de hersenen wordt aangemaakt als het donker wordt. Dit stofje regelt bij dieren de slaap-waak ritme.

Ramelteon (Rozerem) is de eerste vertegenwoordiger van een nieuwe groep slaapmiddelen, die via dezelfde weg als de lichaamseigen stof werkt. Wellicht een grote vooruitgang op de huidige slaapmedicijnen die door dokters liever vermeden worden, omdat ze bij regelmatig gebruik tolerantie en afhankelijkheid veroorzaken. Dit is een groot probleem bij patiënten met slapeloosheid omdat het vaak een chronische aandoening is. Ook een wederkerend probleem bij ‘ouderwetse’ middelen is dat ze dikwijls ochtendvermoeidheid veroorzaken wat het gevaarlijk maakt om in een auto te rijden en machines te bedienen.

De proef werd uitgevoerd met veertien proefpersonen met een geschiedenis van misbruik van verdovende middelen. “Er werden geen cognitieve beperkingen of moeilijkheden met motoriek geconstateerd, wat wel als bijwerkingen van conventionele slaapmiddelen zijn erkend. Elf van de proefpersonen dacht zelfs dat Ramelteon op zijn hoogste dosis maar een placebo was.” Wat dit laatste bekent voor de slaapverwekkende krachten van het nieuwe middel is maar de vraag.

(Archives of General Psychiatry, oktober 2006; Reuters Health)

Slaapstoornis voorbode voor depressie

Slaapstoornissen en unipolaire depressies (depressie waarbij geen sprake is van een manie, red.) zijn zo sterk met elkaar verbonden, dat slaapproblemen kunnen worden gezien als een belangrijk onderdeel van de stemmingsstoornis. Zeker 80% van de mensen met een depressie ervaren insomnia (problemen met in slaap komen, problemen met doorslapen en overmatig slapen). Nieuw onderzoek wijst uit dat insomnia misschien wel meer is dan een symptoom van de depressie.



Als slaaponderzoeker Dr. Michael Perlis gelijk heeft, is insomnia wellicht een vroege voorspeller van een opkomende depressie. Longitudinaal onderzoek wijst op depressieve periodes van ongeveer vijf weken. En slaapstoornissen verergeren in de aanloop naar een nieuwe depressieve periode of terugval, zegt Dr. Perlis, professor in de psychiatrie en psychologie aan de universiteit van Rochester.

In een complexe wisselwerking tussen chemie en gedrag is het mogelijk dat de slaapstoornis een depressie veroorzaakt. Interessant is dat het erop lijkt dat het behandelen van de slaapstoornis de opkomende depressie uitstelt, of in ieder geval voorkomt dat het chronische vormen aanneemt.



Normaal gesproken volgt het slapen een duidelijk patroon waarbij wij gedurende de nacht een aantal malen door perioden van diepe, rustige slaap gaan voordat we in de REM-slaap terecht komen. Depressieve mensen komen snel in deze REM-slaap terecht en slaan een groot deel van de diepe, rustige slaap over.

Deze “sprint naar dromenland” is niet goed, stelt Perlis. “Op de een of andere manier spelen dromen een rol binnen de depressie, en er is iets mis met de manier waarop depressieve mensen dromen. De functie van het dromen wordt onderschat.”

De intense activatie van de REM-slaap bij depressieve mensen kan leiden tot de bekrachtiging van negatieve herinneringen, waardoor juist de negatieve aspecten worden onthouden bij het wakker worden. Uiteindelijk is het gebrek aan de diepe, rustige slaap in combinatie met de duur en intensiteit van de REM-slaap die het sterkst samenhangt met de depressieve periode. Verstoorde slaap veroorzaakt verschillende symptomen die kunnen leiden tot vermoeidheid, geïrriteerdheid, geheugen- en concentratieproblemen en verlies aan interesse in sociale en andere activiteiten. “Kortom, de slaapstoornis verandert in een depressie “, stelt Perlis.



Perlis beweert dat cognitieve gedragstherapie die speciaal gericht is op het vastleggen van de slaapstoornis binnen de depressie, de stoornis wel eens geheel kan verhelpen. Cognitieve-gedragstherapie tijdens perioden van verminderde depressie kan het escaleren van de depressie tegengaan. Zelfs tijdens zwaardere depressieve periodes zou cognitieve-gedragstherapie het herstelproces kunnen versnellen.

Wellicht kunnen we mensen helpen door meer aandacht te schenken aan hun slaapstoornissen“, zegt Perlis. “Misschien als we van de slaapstoornis afkomen, komen we ook van het risico van de depressie af“.

(Bron: Psychology Today: To Be Dreaming of Sleep)

Melatonine helpt niet tegen slaapstoornis

Uit een review van alle onderzoeken naar het effect van melatonine tot nu toe blijkt dat het supplement niet helpt tegen jetlag en slapeloosheid, maar wel de tijd verkort die je nodig hebt om in te slapen.

De kwaliteit van de slaap, totale slaaptijd en tijd die in REM-slaap gespendeerd wordt (dromen), veranderen niet door melatonine.