Onregelmatige bedtijden kunnen leiden tot gedragsproblemen bij kinderen

Uit onderzoek van University College London Epidemiology & Public Health (Yvonne Kelly, John Kelly en Amanda Sacker) is gebleken dat wanneer kinderen niet iedere avond op een vast tijdstip naar bed gaan, dit kan leiden tot een onderbreking van het natuurlijke ritme. Daardoor ontstaat een gebrek aan slaap. Dit is van invloed op de manier waarop het brein zich ontwikkelt en de manier waarop een kind in staat is bepaalde gedragingen te controleren.

Uit het onderzoek is gebleken dat kinderen die op jonge leeftijd geen vast bedtijdpatroon hadden, meer hyperactieve gedragingen, gedrags- en emotionele problemen en problemen met leeftijdsgenoten vertoonden. Kinderen die wel iedere avond om een vaste tijd naar bed gingen hadden op deze op deze gebieden minder problemen.
Volgens Yvonne Kelly blijkt uit het onderzoek eveneens dat gedragsproblemen kunnen verminderen wanneer ouders een vaste bedtijd bepalen voor hun kinderen. Bij kinderen die van een onregelmatig naar een regelmatige bedtijd overgingen, waren gedragsverbeteringen te zien.
De auteurs hebben hun onderzoek gepubliceerd in Pediatrics.

Bron: Michelle Castillo, CBS News

‘s Middags koffiedrinken verstoort nachtrust

Nieuw onderzoek toont aan dat een paar kopjes koffie de nachtrust verstoren, zelfs als je ze zes uur voordat je gaat slapen drinkt.

Christopher Drake en zijn team bestudeerden twaalf gezonde mensen zonder slaapproblemen. Ze kregen de instructie hun normale slaappatroon aan te houden. Vier dagen lang namen ze driemaal daags een pil in vlak voor ze gingen slapen en drie uur en zes uur daarvoor. Eén pil bevatte 400 milligram cafeïne (vergelijkbaar met 2 à 3 kopjes koffie), de andere twee waren placebo’s. Op één van de vier dagen kregen ze drie placebopillen. Vervolgens werd hun slaapgedrag gemonitord met een draagbaar apparaat en vulden de proefpersonen een slaapdagboek in.
Zelfs als de proefpersonen de cafeïnepil zes uur voor hun bedtijd innamen, sliepen de proefpersonen een stuk slechter. Ze bleken meer dan een uur korter te slapen. De proefpersonen waren zich overigens niet bewust van deze verminderde nachtrust.

“Een flinke kop koffie drinken op weg van je werk naar huis kan een negatief effect hebben op je nachtrust, net als wanneer je vlak voor bedtijd cafeïne binnen krijgt”, aldus Drake. De onderzoeker concludeert dat het verstandig is om vanaf zes uur voordat je gaat slapen geen koffie meer te drinken.

De resultaten van het onderzoek verschenen in de Journal of Clinical Sleep Medicine.

Door: Jolanda Niemantsverdriet

Bronnen: Medical Xpress

Link naar de originele post:
‘s Middags koffiedrinken verstoort nachtrust

Verband tussen slecht slapen en fibromyalgie

Onderzoekers van de Norwegian University of Science and Technology ontdekten dat oudere vrouwen die slecht slapen een grotere kans hebben op het ontwikkelen van fibromyalgie.

Het risico op fibromyalgie neemt toe met de ernst van de slaapproblemen. Bij oudere vrouwen en vrouwen van middelbare leeftijd bleek het effect van het slechte slapen groter dan bij jongere vrouwen.
De wetenschappers analyseerden aan de hand van enquêtes en onderzoeken de gezondheid van 12.350 vrouwen.
Bij aanvang van het onderzoek waren ze gezond, maar na tien jaar ontwikkelden 327 vrouwen fibromylagie. Dit gebeurde vaker bij vrouwen die slaapproblemen rapporteerden. Het effect was het grootst bij vrouwen van boven de 45 jaar. “Uit onze bevindingen blijkt een sterk verband tussen slaapproblemen en het risico op fybromyalgie. Bij vrouwen die aangaven vaak slecht te slapen, ontstond vaker fibromyalgie dan bij vrouwen die nooit slaapproblemen hebben.”, aldus onderzoeker drs. Paul Mork.

Fibromyalgie betekent letterlijk: pijn in de spieren en bindweefsels. Het valt in de categorie wekedelenreuma. Het is geen aandoening met een aanwijsbare oorzaak, maar een verzamelnaam van specifieke ziekteverschijnselen en klachten. (Bron: Gezondheidsnet)

Passiebloemthee kan de slaap verbeteren

Naar schatting heeft een derde deel van de wereldbevolking last van slapeloosheid, in meer of mindere mate. Dat verklaart dat het gebruik van natuurlijke middelen om dit probleem te verminderen flink populair is. De passiebloem (Passiflora incarnate), een vaak gebruikt volksmiddel dat een angstverminderende werking zou hebben, kan wellicht enige verbetering opleveren.

Wetenschappers van een universiteit in Australie betrokken in hun onderzoek 41 gezonde mannen en vrouwen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar. Ze werden gevraagd om hun slaappatroon en levensstijl in beeld te brengen. Alle 41 kregen theezakjes met 2 gram gedroogde passiebloem en zakjes met 2 g peterselie. Daarvan moesten ze een week lang thee zetten en drinken: de ene week zeven dagen passiebloem, de andere week peterselie. 10 personen kregen naast de uitgebreide registratie-opdracht een polysomnografie (onderzoek van o.a. de ademhaling tijdens de slaap).
De bevindingen: als de mensen passiebloemthee drinken, verbeterde de slaapkwaliteit met 5% in vergelijking met de placebo (peterselie).
De onderzoekers concluderen dat het consumeren van Passiflora incarnate in de vorm van thee op de korte termijn kan leiden tot een iets betere slaap.

(Ngan, A. & Conduit. “A Double-blind, Placebo-controlled Investigation of the Effects of Passiflora incarnata (Passionflower) Herbal Tea on Subjective Sleep Quality.” Phytotherapy Research, 3 February 2011)

Moeheid na kanker aan te pakken met gedragstherapie

Ongeveer driekwart van de genezen kankerpatiënten kunnen binnen een halfjaar hun vermoeidheidsklachten kwijtraken door gedragstherapeutische principes toe te passen. Die conclusie komt uit promotieonderzoek door Marieke Gielissen die verbonden is aan de Radboud Universiteit.

Uit haar data blijkt ook dat de klacht van vermoeidheid hardnekkig is, wanneer er geen gedragstherapie plaatsvindt. Dan heeft ruim de helft van de mensen na drie jaar nog steeds deze klachten in ernstige mate. Dat komt volgens Gielissen doordat de mensen een slecht slaap- en waakpatroon hebben of doordat zij continue zorgen hebben over terugkeer van de ziekte. Sommige mensen wijten hun klachten aan de chemotherapie.

De helpende cognitieve gedragstherapie bestaat uit ongeveer vijftien bezoeken aan de psycholoog, waarbij vooral wordt gewerkt aan het veranderen van de gedachten en gedragingen die aan de klachten verbonden zijn. De behandeling wordt natuurlijk afgestemd op de persoon, omdat de vermoeidheid heel verschillende oorzaken kan hebben. Bij angst voor terugkeer van de ziekte gaat de behandeling in op analysere en bespreken van de angstgedachten. Irreële, niet-helpende gedachten worden omgebogen tot een meer realistische kijk. Dit onderzoek laat zien dat vermoeidheid na kanker een ernstig probleem is dat serieuze aandacht verdient.

Informatie over het symposium ‘Vermoeidheid na kanker’ is te vinden op de website www.umcn.nl/nkcv.

Copyright © 2016 Frank Ruiters & Juglen Zwaan