Cafeïne vergroot effect pijnstiller soms

“De toevoeging van cafeïne aan pijnstillers is gebaseerd op wetenschappelijke studies van bijna 30 jaar terug”, legt onderzoeker Sheena Derry van de University of Oxford uit. “Er zijn echter ook onderzoeken die aanwijzen dat de cafeïne geen effect heeft op de pijnvermindering.”

Samen met haar collega’s bestudeerde Derry 19 studies naar het effect van cafeïne in een pijnstiller. De onderzoeken omvatten een totaal van 7.238 patiënten die voornamelijk ibuprofen of paracetamol slikten, met 100 tot 130 milligram toegevoegde cafeïne. De reden van slikken varieerde per onderzoek.

Alle resultaten van de onderzoeken samen toonden een positief effect van cafeïne op de pijnbeleving. “Hoewel het de pijnvermindering klein is, lijkt het effect groot genoeg om in de praktijk te blijven gebruiken. De risico’s van cafeïne zijn klein en het effect is bij sommige patiënten heel groot”, aldus Derry. Waarom cafeïne de werking van de pijnstiller verbetert, blijft onbekend.

Toon het originele artikel:
Cafeïne vergroot effect pijnstiller soms

Sint Janskruid helpt depressieve jongeren

Medicatie die goed werkt om de depressie bij volwassenen te verminderen, kan bij jongeren nadelig uitpakken. Uit een beoordeling van bijna 50 onderzoeken komt naar voren dat bij de groep jongeren antidepressiva bijwerkingen met zich meebrengen en dat het resultaat gering is. Bij SSRI’s is bijvoorbeeld een grotere kans op vijandig gedrag en automutilatie gevonden. Daarom wordt Sint Janskruid in verschillende landen gebruikt om depressies bij jongeren te behandelen.

Ongeveer 50 klinische studies tonen aan dat de behandeling met Sint Janskruid minstens net zo goed helpt als antidepressiva, als er sprake is van milde tot middelmatig ernstige depressieve klachten bij volwassenen. Meestal wordt dit kruid goed verdragen, hoewel het de werking van andere geneesmiddelen kan beïnvloeden.
In Duitsland worden de meeste depressieve kinderen en adolescenten behandeld met Sint Janskruid. Verkennende onderzoeken en bevindingen uit Duitsland, Canada en de VS wijzen op een positieve respons. Echter, er zijn nog geen grote groepen kinderen en jongeren in een dergelijk onderzoek betrokken.

(Bron: Child and Adolescent Mental Health, september 2007)

Viagra bevordert mogelijk vorming band

De invloed van medicijnen die impotentie bestrijden reikt verder dan de lichamelijke component van seks. Potentieverhogende geneensmiddelen zorgt voor toename van een hormoon dat het gevoel van liefde of verliefdheid reguleert.

viagra.jpgUit recent onderzoek komt naar voren dat Viagra bij ratten het gehalte aan het hormoon oxytocine laat toenemen. Dit hormoon komt voor in alle zoogdieren. Niet alleen heeft het een functie bij het opwekken van de bevalling en de melkgift, maar het heeft ook effecten op gedrag. Oxytocine vergemakkelijkt de toenadering tussen twee zoogdieren. Bij mensen betekent dit dat het wantrouwen tegenover de andere persoon afneemt en het zich emotioneel binden wat gemakkelijker verloopt.
Het ziet er naar uit dat Viagra en daarop lijkende middelen inwerken op een deel van de hersenen dat de uitstoot van oxytocine reguleert. Bekend is dat Viagra een enzym remt, waardoor de bloedtoevoer naar spieren toeneemt. Daarnaast blijkt het middel in te werken op de hypofyse. Althans, bij ratten. Bij mensen gebeurt waarschijnlijk precies hetzelfde in dit hersengebied.
Er bestaat ongerustheid over het te achteloos gebruik van Viagra, aangezien men stelt dat dit medicijn ernstige bijwerkingen kan hebben als het in combinatie met andere medicijnen wordt gebruikt. Daarom benadrukken artsen dat het gebruik van Viagra zorgvuldig moet worden afgewogen.

(Journal of Physiology, augustus 2007)

Weg naar nieuwe, effectieve antidepressiva geopend

Wanneer iemand rookt worden bepaalde receptoren in zijn of haar brein geactiveerd. Het activeren van deze receptoren blijkt de gevoeligheid voor antidepressiva te vergroten, zo blijkt uit een onderzoek aan Yale University waarover gepubliceerd is in de laatste uitgave van ‘Biological Psychiatry’.



Deze bevinding heeft positieve implicaties voor zowel patiënten die suïcidaal zijn als voor de groep van mensen (30%) die niet reageren op de antidepressiva die nu op de markt zijn. Voor de eerste groep geldt dat men dan niet meer drie weken hoeft te wachten tot de antidepressiva een positief effect hebben.



De laatste decennia heeft men depressie vooral bestreden door het voorschrijven van medicijnen die het opnieuw opnemen van monoamine neurotransmitters door de synaps (dat is de naam voor het contactpunt tussen twee zenuwcellen) blokkeerden. Volgens Marina Picciotto, associate professor in de psychiatrie, farmacologie en neurobiologie aan de Yale School of Medicine en senior-auteur van dit onderzoek, toont het onderzoek aan dat andere neurotransmitters mogelijk een belangrijke rol spelen bij de werking van antidepressiva.



Tijdens het onderzoek werden experimenten uitgevoerd op muizen. Hierbij werd het effect van toediening van antidepressiva mét en zonder mecamylamine, een antagonist in de nAChRs (nicotinic AcetylCholine Receptors), getest. Uit een ander onderzoek met verdoofde muizen was reeds gebleken dat de nicotine receptors in het brein een belangrijke functie vervullen in de therapeutische werking van de antidepressiva.



De volgende stap in het onderzoek van Picciotto zal de studie naar de regulerende werking van nAChRs op de gedragsmatige en cellulaire reacties op de antidepressiva zijn. Men bestudeert dan vooral of de nAChRs een direct effect uitoefenen dan wel of ze indirect neurotransmissie reguleren in andere celtypes. Vooral het testen van meer specifieke nAChRs antagonisten, zowel geïsoleerd als in combinatie met de klassieke antidepressiva, kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe en meer effectieve behandelmethoden van depressie.

(Biological Psychology news, 16 november)

Een placebo werkt voor wie erin gelooft

Hoe sterker het geloof in een placebo, hoe groter de (subjectief ervaren) werkzaamheid ervan. Dit bevestigt dat de effectiviteit van een medicijn vergroot kan worden door de overtuiging van de patiënt dat het werkzaam is.

In het onderzoek werden vrijwilligers blootgesteld aan elektrische schokken en hitte. Bij de proefpersonen die dachten een pijnstillende crème te hebben gekregen (in werkelijkheid een placebo), werd een aanzienlijke vermindering van de activiteit in de hersenen (orbitofrontale cortex) waargenomen. De hersenen reageren dus op eenzelfde wijze op een placebo als op een pijnstiller. De onderzoekers gevolgen dat dit gegeven de weg opent naar nieuwe vormen van pijnbehandeling.

(Science)

Zie ook: Placebo heeft dezelfde werking als Prozac.

Copyright © 2016 Frank Ruiters & Juglen Zwaan