Iets intelligenter dankzij geheugentraining

Tot nu toe werd het IQ van iemand, de maat voor iemands mogelijkheden om problemen op te lossen, gezien als een vaststaande eigenschap die vooral door aanleg (genen) bepaald is. Nu laten recente onderzoeksbevindingen zien dat een cognitieve functie aan de basis staat van intelligentie: het werkgeheugen. Dat leidt tot de gedachte: als je iemands werkgeheugen kan verbeteren, verbetert daarmee dan ook de algemene intelligentie?



Het werkgeheugen is te zien als het korte-termijn-opslagsysteem voor informatie. Het is ook het type geheugen dat gebruikt wordt om mentale problemen op te lossen. Als je bijvoorbeeld de som 73 – 9 + 4 wil oplossen, houdt je werkgeheugen de tussenliggende stappen vast terwijl je het juiste antwoord berekent. De hoeveelheid informatie die het werkgeheugen kan bevatten, blijkt sterk samen te hangen met de algemene intelligentie.



Het onderzoeksteam van Torkel Klingberg van het Karolinska Instituut in Stockholm ontdekte dat de paden van neuronen die het werkgeheugen regelen, kunnen groeien middels training.

Door gebruik te maken van de fMRI-techniek (= functional magnetic resonance imaging) maakte het team hersenscans bij volwassen vòòr en na een trainingsprogramma voor het werkgeheugen. Dat programma bestond uit diverse taken, zoals de posities van puntjes in een rooster proberen te memoriseren. Vijf weken na start van de training was de hersenactiviteit toegenomen in die gebieden van de hersenen die in verband worden gebracht met het korte-termijn-geheugen.

Later is ook een groep kinderen een dergelijke training van het geheugen gegeven. Bij hen was er een nog grotere, significante vooruitgang van 8 procent op een intelligentietest meetbaar.

Genen bepalen het grootste deel van ‘intelligentie’. Ook de zwangerschapsperiode is daarbij van enig belang. Daarnaast is er een klein percentage dat verbeterd kan worden door specifieke training.

N.B. De onderzoekers vermelden niet dat veel onderdelen van een intelligentietest zoals de WAIS-III een beroep doen op het werkgeheugen.

(Nature Neuroscience, vol 7, p 75 en Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, vol 44, p 177)

Lucht heeft invloed op leerprestaties

Lucht die weinig zuurstof bevat verslechtert de leerprestaties van kinderen. Die conclusie wordt gestaafd in een recent gepubliceerd Deens onderzoek van de technische universiteit in Lyngby.

In Nederland zou het in 80% van de scholen schorten aan de ventilatie. Daardoor wordt de wettelijk toegestane waarde aan kooldioxide tot vijf keer overschreden. De gevolgen daarvan zouden ernstig zijn. In opdracht van het ministerie van VROM onderzoekt TNO nu nog een keer of bedompte lucht in scholen leerprestaties negatief beïnvloedt.

Men bepleit nu een controlesysteem voor de kwaliteit van de lucht.

Dyslexie bij kleuters herkenbaar in spraak

Als op zeer jonge leeftijd wordt ontdekt dat een kind dyslectisch is, is de kans groot dat het een minder grote achterstand oploopt en het beter met de stoornis leert omgaan.

Judith Rispens deed als Neerlandica onderzoek naar de syntactische en fonologische aspecten van ontwikkelingsdyslexie bij kleuters, achtjarige kinderen en volwassenen. Ze vond duidelijke overeenkomsten tussen kinderen met dyslexie en kinderen met een ernstige taal- en spraakstoornis. Hoe het ook zit, de taalachterstand van dyslectische kinderen wordt in elk geval niet veroorzaakt doordat ze minder lezen dan hun leeftijdsgenoten.

Rispens promoveert op 10 juni 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

(Zie het volledige bericht op: Rug.nl, 2 juni 2004)

In Balans Belang (mei 2004)

Gedragstherapie bij ADHD door Arga Paternotte

Het werkt vaak wel, maar weten we ook waarom?

Nature of nurture? Aanleg of omgeving? De aloude discussie over de achterliggende oorsprong van psychische problemen bij kinderen. Inmiddels zijn we zover dat de discussie zich niet meer toespitst op of aanleg of omgeving. Het gaat nu veel meer over de manier waarop aanleg én omgeving / opvoeding elkaar in een ingewikkeld samenspel wederzijds beïnvloeden. Professor Pier Prins, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog bij de Universiteit van Amsterdam, stelde dit thema in september 2003 aan de orde bij de aanvaarding van zijn ambt als hoogleraar. Hij pleit ervoor gedragsbehandelingen beter af te stemmen op de specifieke kenmerken van een stoornis. “Want”, zegt hij, “in het algemeen weten wij wel wat werkt, maar weten wij niet waarom”.



Aanpak dyslexie in het VO door Arga Paternotte

Protocol komt er aan, nu de uitvoering nog.

Voor de zomervakantie ontvangen alle scholen voor Voortgezet Onderwijs (VO) een signaleringspakket, waarmee ze brugklasleerlingen kunnen screenen op dyslexie. Dit is een onderdeel van het protocol dyslexie in het VO dat op 1 december 2004 tijdens een overdrachtsconferentie zal worden gepresenteerd. Balans Belang was aanwezig op een bijeenkomst bij KPC Groep in Den Bosch, waarbij de pers alvast werd geïnformeerd over de inhoud van het protocol. Leerlingen met dyslexie blijken een belangrijke bijdrage te hebben geleverd In dit artikel geven we en globaal overzicht van de missie en het doel van het protocol. In een volgend artikel in het septembernummer van Balans Belang zal er meer gedetailleerd worden ingegaan op de diverse onderdelen van het protocol.



Boekje open over luisterboeken door Martha Vlastuin

Studieboeken en ontspanningslectuur op Daisy-cd-rom

Als lezen veel extra energie kost, zoals bij kinderen met dyslexie, zijn luisterboeken een oplossing. De laatste jaren is er een enorme ontwikkeling geweest in het aanbod van gesproken lectuur. De FNB (voorheen Federatie Nederlandse Blindenbibliotheken) speelt een hoofdrol in dit aanbod. Tegenwoordig niet alleen voor mensen met een visuele handicap, maar ook voor mensen met dyslexie. Balans ging op bezoek bij FNB en sprak met Karin de Vos en Marian Oosting. Karin is medewerker van de centrale informatiebalie en Marian is hoofd van de afdeling uitgeverij.



Ze kan alles, maar wel in haar eigen tempo (Arga Paternotte)

Meer aandacht voor dyspraxie voorkomt frustraties.

Het begon bij Tanja met de diagnose ‘spraakdyspraxie’. Het was echter niet alleen de spraak die voor haar moeilijk onder de knie te krijgen was, ook met andere motorische vaardigheden had ze extra veel moeite. Op de basisschool viel vooral haar trage tempo op. Wanneer daar rekening me wordt gehouden en er voor haar aanpassingen worden gemaakt, functioneert ze goed. Tegenwoordig is ze zelfs één van de besten van de klas. Maar voor het zover was, moest er vel geoefend én gepraat worden.



Mamma, het gaat goed met m’n leerpunten (Martha Vlastuin)

Dagbehandeling met ouderbegeleiding heeft effect

Na het nemen van afslag Vosseveld, afdeling voor kinder- en jeugdpsychiatrie van het UMC te Soest, dringt het gevoel een filmscenario binnen te rijden zich als vanzelf aan je op. Een lange oprijlaan met aan beide kanten hoge bomen en aan het einde ervan een statig huis, dat direct associeert met het prototype van een psychiatrisch ziekenhuis.

Indrukwekkend, maar niet bedreigend voor Daniël, 10 jaar, met ADHD en ODD, die er vanaf juli 2003 in dagbehandeling is. Hij vindt het er geweldig. Zijn moeder Lilian vertelde in het vorige nummer van Balans belang hoe zijn leven tot dan toe was verlopen. In deze aflevering gaat het over de dagbehandeling en de ouderbegeleiding op Vosseveld.



Les geven aan een kind dat zichzelf dwars zit (Arga Paternotte)

Kind met McDD heeft voortdurend aansporing nodig

“Maar ik doe toch niets bijzonders?” is de eerste reactie van de leerkracht van Justin (7 jaar, met McDD) op de vraag of ze wil vertellen hoe ze met hem omgaat in de klas. Met Justin hebben we al eerder in Balans belang (januari 2004) kennis gemaakt. Toen vertelden zijn ouders het verhaal over het hyper en heftige leventje van hun zoon en dat de leerkracht in het gewonen onderwijs daar zo goed mee om wist te gaan. In deze aflevering lezen we hoe de leerkracht erin slaagt het gedrag van Justin zo te hanteren, dat leren mogelijk wordt. Een knappe prestatie in een klas met 28 leerlingen, waarvan er meerdere apart aandacht vragen of volgens een eigen programma werken.



Het dubbele drama (Esther van Heeswijk)

Taalontwikkeling bij kinderen met psychiatrische problemen

We kunnen niet om de relatie tussen taalproblemen en psychiatrische problemen heen. Sterker nog: een onbehandelde taalstoornis kan een psychiatrische stoornis versterken en mogelijk zelfs veroorzaken. Dr. Annette Scheper en dr. Claudia Blankenstijn, beiden psycholinguïst en logopedist, zijn zeer stellig als het gaat om het belang van tijdig constateren en behandelen van taalstoornissen bij kinderen met gedrags- of ontwikkelingsproblemen.



(Bron: Balans Belang, tijdschrift van de vereniging over ontwikkelings-, leer- en gedragsstoornissen)

Remedial teaching verbetert hersenactiviteit van dyslectici

Als kinderen met dyslexie (lees- en spellingstoornis) deelnemen aan een speciaal programma om beter te leren lezen beginnen hun hersenen meer te functioneren zoals die van kinderen zonder een leesstoornis. Dat blijkt uit onderzoek door de Stanford University.



Onderzoekers gebruikten MRI om de activiteit van hersenen van 20 dyslectische kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar in alle opzichten te vergelijken met een controlegroep van 12 kinderen (zonder leesproblemen). Tijdens deze meting kregen alle kinderen de opdracht om eenvoudige rijmoefeningen te doen.

De dyslectische kinderen kregen daarna een acht wekend durend, intensief trainingsprogramma, gericht op de waarneming van snel veranderende klanken in taal. Dat zijn de bouwstenen voor het leesproces.

Ten eerste bleek uit dit experiment dat het gekozen programma de leesvaardigheid van de kinderen flink verbeterde. Daarnaast bleek ook dat het actieve gebied in de hersenen veranderd was en dat er wat dit betreft meer overeenkomst was met de goede lezers.

Dit laat zien dat de hersenen van dyslectische kinderen veel plastischer zijn dan altijd werd aangenomen. De hersenactiviteit kan zich aanpassen na training. Dit geeft hoop.

Met name interventieprogramma’s die gericht zijn op taal en klanken kunnen de hersenen in veel opzichten behulpzaam zijn.

De volgende stap is: nagaan of de trainingen voor dyslectici die nu op de markt zijn de hersenen net zo laten bijstellen als de in het onderzoek gebruikte interventie.

(Proceedings of the National Academy of Sciences)

Hersenen van dyslect reageren anders op taal

Ernstige, hardnekkige leesproblemen blijken heel vaak samen te gaan met een afwijkende verwerking van klanken. Dat blijkt uit een recent onderzoek.



Kinderen met en zonder leesproblemen werd gevraagd om te aan te geven of bijna identieke klanken al dan niet van elkaar verschilden. Tegelijkertijd met werd de MEG-techniek de hersenactiviteit gemeten.

Bij kinderen zonder leesproblemen werd tijdens het uitvoeren van die taak verhoogde activiteit gemeten in het deel in de linker hersenhelft dat verantwoordelijk is voor spraak. Maar bij kinderen met dyslexie bleek bij uitvoering van dezelfde taak de activiteit van de rechter hersenhelft toe te nemen.

Volgens de onderzoekers laat hun onderzoek zien dat er sprake is van een neurologisch tekort bij dyslectici, dat maakt dat ze subtiele klankverschillen niet goed of vlot kunnen waarnemen. Er zijn meerdere onderzoeken geweest die daar ook al eens op wezen. Dit tekort, dat alleen verbonden is aan zeer specifieke hersengebieden, zou zowel het lezen als schrijven bemoeilijken. Er is voor de rest vaak sprake van een normale intelligentie, hoewel het kind met dyslexie zelf vaak denkt dat het dom is vanwege de hardnekkige leesmoeilijkheden.

Een zwakke lezer kan hoe dan ook profiteren van gerichte training. Effectieve remedial teaching blijkt op de lange termijn gunstige veranderingen in het profiel van de hersenactiviteit teweeg te brengen, stelt Fletcher (één van de onderzoekers van de universiteit van Texas).

(Neuropsychology, oktober 2003)