Eetstoornis herkennen en behandelen

Een eetstoornis is een ernstige, ingrijpende aandoening met grote lichamelijke en psychische gevolgen voor zowel de patiënt als zijn of haar omgeving. Het gaat om een stoornis in het denken, zo beschrijft dr. H. Bloks in zijn boek. Hoe eerder onderkend, hoe beter het is, omdat vroege onderkenning de kans op herstel vergroot.

Verandering in het gewicht is meestal het eerste duidelijke signaal van een zich ontwikkelende eetstoornis, maar ook spierslapte of koude handen en voeten kunnen een kenmerk zijn. Mensen die zich hierover zorgen maken, wordt aangeraden om eerst informatie erover te lezen, via bijvoorbeeld het internet. Zie bijvoorbeeld deze link voor de BMI-meter. In paniek raken of te snel verandering teweeg willen brengen hebben geen zin.

Een eetstoornis houdt een obsessie in. Op alle levensgebieden zijn de gevolgen ingrijpend, met name op lichamelijk vlak.
Ambulante behandeling kan goed werken. Cognitief gedragstherapeutische therapie blijkt het meest succesvol. Therapie via internet (www.interapy.nl) is in opkomst als mogelijk alternatief voor deze vorm van behandeling. Opname is alleen noodzakelijk als er sprake is van ernstig overgewicht.
Na behandeling kan terugval voorkomen worden door dïëten te gaan zien als niet helpend: regelmatig eten is zeer belangrijk.

(Bron: Eetstoornissen en overgewicht; herkenning, behandeling en beheersing. Geschreven door dr. Hans Bloks, die als klinisch psycholoog en psychotherapeut werkzaam is bij het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam en voorzitter is van de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen.)

Anorexia net zo verslavend als XTC

Uit proeven met muizen blijkt dat bij verhongering dezelfde hersencellen worden geactiveerd als bij xtc-gebruik. Er blijkt grote gelijkenis te bestaan tussen het effect van MDMA [de werkzame stof in xtc] en CART, een neurotransmitter die in een hoge dosis aanwezig is in de hersenen van mensen die aan anorexia lijden.
Men ontdekte dit toen bleek dat MDMA de eetlust vermindert. Vervolgens gingen de onderzoekers bekijken wat er nog meer hetzelfde is als het gaat om anorexia en verslavingen.
Het onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling van eetstoornissen.

(Bron: Proceedings of the National Acadamy of Sciences, oktober 2007)

Overgewicht zit ‘m in de genen

Niet kunnen stoppen met eten komt vooral voor bij mensen die een genetisch bepaald tekort aan dopamine in hun hersenen hebben. Dopamine is een stof in de hersenen die een rol speelt bij het belonen van gedrag, zoals eten. Dat hebben wetenschappers van de universiteit in Buffelo ontdekt.

dopamine.jpgIn het onderzoek vormde de zin om te gaan eten het hoofdonderwerp. Men wilde graag weten hoe de hersenen de motivatie om te gaan eten bepalen. De genen die in verband worden gebracht met hersenactiviteit in verschillende gebieden werden daarnaast ook onder de loep genomen en dan met name de gevolgen van een genetische variantie die de dopamine-D2-receptors in cellen beslaat. Ongeveer de helft van de mensheid zou die variatie hebben. Volgens de wetenschappers uit Buffalo hebben mensen met een kleinere hoeveelheid dopamine-D2-receptors een lang blijvende hang naar steeds meer beloneningen, zoals eten of drugs, om een effect te voelen.
Het onderzoek betrof 29 te dikke mannen en vrouwen en 45 mensen met een gemiddeld gewicht. Bij elk van deze personen is het erfelijk materiaal in beeld gebracht. Tweemaal bezocht de groep de universiteit. De eerste keer kregen ze een flinke portie snacks voorgeschoteld onder het mom van een ‘smaaktest’. Er werd verteld dat ze de smaak van het voedsel mochten beoordelen. Tijdens die beoordeling bleven ze in de ruimte met het teveel aan snacks. Tijdens het tweede bezoek werd de motivatie om te eten geanalyseerd. Om iets te eten te krijgen, moesten ze 20x op een knop drukken. Met 40 maal drukken nam de hoeveelheid uitgedeeld eten toe. Het onderzoek leverde veel gegevens op, die de onderzoekers analyseerden zodat ze de hierboven vermelde conclusie konden opstellen.
De resultaten betekenen niet dat je niet onder teveel eten uit kunt komen bij de ongunstige genenvariant. Immers, er zijn ook mensen met dit variant die niet aan overgewicht lijden.
In de toekomst kan het dopaminesysteem misschien ingezet worden als behandeling bij overgewicht. Zo kunnen medicijnen die invloed hebben op het dopaminesysteem wellicht helpen. Nu worden deze gebruikt als er sprake is van ADHD.
Met dit onderzoek is weer een stukje van de puzzel gevonden die helpt om overgewicht te snappen en te behandelen.

(Behavioral Neuroscience, okt. 2007)

Gezinstherapie effectiever dan psychotherapie bij behandeling boulimia

Het betrekken van de ouders bij de behandeling van boulimia leidt tot betere resultaten dan psychotherapie, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Om de effectiviteit van gezinstherapie en psychotherapie te vergelijken, kregen tachtig adolescenten met boulimia, tussen de 12 en 19 jaar, gezins- dan wel psychotherapie gedurende een half jaar. Patiënten uit beide groepen kregen twintig behandelingen. In geval van gezinstherapie werden de ouders (en eventuele broers en zussen) bij de behandeling betrokken.

De resultaten tonen aan dat 39% van de adolescenten, die gezinstherapie hadden ontvangen, na de behandeling geen eetbuien meer had en niet meer opzettelijk braakte. Bij de groep die psychotherapie kreeg, was dit 18%. Een half jaar later bleek dit verschil tussen de groepen nog altijd significant te zijn. Wel lagen de percentages voor beide groepen lager, namelijk 29% in geval van gezinstherapie en 10% in geval van psychotherapie. Al blijkt uit deze resultaten gezinstherapie effectiever te zijn dan psychotherapie, in beide gevallen is er nog veel ruimte voor verbetering. Verdere ontwikkeling van en onderzoek naar effectieve behandelingen voor boulimia is dan ook van belang. (Archives of General Psychiatry, september 2007; Volume 64, Issue 9, 1049-1056)

Eetstoornissen en misbruik van middelen

Misbruik van alcohol en drugs komt significant vaker voor bij vrouwen met een eetstoornis dan bij mensen zonder deze stoornis. Dat blijkt uit een onderzoek bij een steekproef van volwassen vrouwen die representatief is voor de totale Canadese bevolking. Vooral voor de leeftijd tussen 15 en 44 jaar kan verslaving aan genotmiddelen een teken zijn van een eetstoornis.

Addiction, januari 2007

Slaapprobleem kind soms teken van depressie

In de kinderleeftijd gaan slaapproblemen en depressiviteit vaak hand in hand.

Uit een onderzoek, waarover gepubliceerd is in het vakblad Sleep, wordt afgeleid dat kinderen met slaapproblemen veel vaker dan gemiddeld last hebben van kenmerken van depressiviteit en angststoornissen. Het onderzoek besloeg 533 kinderen bij wie een stemmingstoornis was vastgesteld. Driekwart van die onderzochte groep had last van langdurige slaapmoeilijkheden. Vooral de depressieve meisjes hadden daarvan last.

De aard van de slaapproblemen kan behoorlijk verschillen van slapeloosheid tot teveel slapen en continue vermoeidheid. Niet kunnen slapen is de meest gehoorde klacht bij depressieve kinderen. De combinatie van slapeloosheid en voortdurende slaperigheid komt ook voor en dan met name bij de ernstige depressies.

De behandeling van de kinderen zou zich zeker ook moeten uitstrekken tot de slaapproblemen, zo adviseren de onderzoekers. Zij stellen dat kinderen in de basisschoolperiode ongeveer 10 tot 11 uur slaap per nacht nodig hebben. Kleuters zouden tussen de 11 en 13 uur in de nacht moeten slapen.

(Sleep, januari 2007)