Sociale angst aan te pakken via online training

Vijf tot tien procent van de adolescenten heeft een sociale angststoornis. Onder jongeren is het een van de meest voorkomende psychische stoornissen. Een online training blijkt te kunnen helpen, met name bij faalangst.

Eva de Hullu en Esther Sportel, promovendi aan de Rijksuniversiteit Groningen, onderzochten faalangst en sociale angst bij adolescenten. Zij hebben dankzij gierende hormonen, veranderende sociale netwerken en een hoge prestatiedruk heel wat te verduren. Lang niet alle scholieren kunnen hier even goed mee omgaan. Sommige ontwikkelen een sociale angst of faalangst. Mensen die als scholier last hebben van een sociale angst, blijven er doorgaans last van houden.

Van de ruim 1800 scholieren die meededen aan een screening op 25 scholen selecteerden de onderzoekers 240 scholieren die last hadden van faalangst of sociale angst. Zij kregen een online training, een cognitieve gedragstraining in een groep op school, of geen training.

“Angstige mensen bekijken de wereld door een donkere bril. Ze richten hun aandacht vooral op bedreigende informatie in de omgeving. Zo kijken ze bijvoorbeeld veel eerder naar boze gezichten dan naar gewone gezichten. Bij de online training werden scholieren verleid om hun aandacht op positieve informatie te richten – dus op de neutrale of lachende gezichten – in computertaken waarbij ze zeer snel moesten reageren”, zegt De Hullu.
Wat opviel is dat scholieren na twee jaar gemiddeld veel minder angstig waren geworden. Ook de scholieren die geen training hadden gevolgd. Veel jongeren groeien over hun angsten heen. Vooral bij scholieren met faalangst was de online training effectief. Hiervan zou een hele groep scholieren kunnen profiteren, denken de onderzoeksters. Gezien de relatief lage kosten en omdat een training via internet veel laagdrempeliger is dan het zoeken van psychologische hulp.

(Bron: RUG)

Angst bij jongere geeft vaak ruzies binnen het gezin

Wanneer een jongere te maken heeft met bovenmatig angstig zijn (= gegeneraliseerde angststoornis), komt dit vaak voor in de vorm van veel piekeren. De zorgen kunnen gaan over meegemaakte gebeurtenissen op school of werk. Veel stress is het gevolg en daardoor gaat ook het omgaan met gezinsleden vaak totaal niet goed.

Saskia Wijsbroek ging in haar promotieonderzoek na welke samenhang bestaat tussen bovenmatige angstig zijn en problematische interacties in het gezin. Zij gebruikte gegevens van het CONAMORE project, waarin 1.313 jongeren vijf achtereenvolgende jaren vragenlijsten invulden, en het RADAR-oud project waarin dit door 327 adolescenten en hun beide ouders drie achtereenvolgende jaren gebeurde.
Op 16 december promoveert Saskia op dit onderwerp.
Het lijkt belangrijk dat de therapeut bij de behandeling van de angst ook meeneemt hoe de gezinsleden op elkaar reageren. Ruzies in het gezin kunnen namelijk de angst versterken.
Ouders kunnen het gevoel krijgen dat ze vervreemden van hun kind, of het gaan afwijzen. Dat is te voorkomen als de hulpverlener de ouders bij de behandeling betrekt.

(Universiteit Utrecht)

Roodharige vermijdt vaker tandarts

Roodharigen zijn over het algemeen pijngevoeliger dan brunettes. Doordat de een lage pijntolerantie hebben, is de kans groter dat zij bezoek aan de tandarts uit de weg gaan. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat verschenen is in de Journal of American Dental Association.

roodharigeHet fenomeen verklaren ze door de link te leggen met een gen (melanocortin-1 receptor of MC1R). Dat gen is verantwoordelijk voor de aanmaak van melanine dat de huid, haar en ogen kleur geeft. Hoewel de achtergrond precieze samenhang tussen MC1R en gevoeligheid voor pijn niet doorgrond wordt, is nu wel bekend dat deze bestaat.
Doordat roodharige mensen gevoeliger zijn voor pijn, ervaren ze een behandeling bij de tandarts als vele malen erger.
Deze gevoeligheid kan aanleiding geven tot angstreacties met daarbij komend vermijdingsgedrag.
In het onderzoek waren 133 personen betrokken: 67 roodharigen en 77 mensen met donker haar. De groep vulde vragenlijsten in naar angst voor de tandarts, pijnbeleving en vermijding van tandartsbezoeken.
In vervolgonderzoek gaat men na of een andere vorm van verdoving wenselijk is voor personen met rood haar, zodat ze met minder angst en beven de behandeling tegemoet gaan.

Nieuwe site voor angstige kinderen

Bibbers.nlOp de nieuwe website Bibbers kunnen kinderen zichzelf testen om te kijken of ze last hebben van een angst- of dwangstoornis.
Verder staan er allerlei tips waarmee ze ervoor kunnen zorgen dat ze in het vervolg minder bang zijn of minder snel toegeven aan een dwanggedachte of handeling.
De website www.bibbers.nl is een initiatief van de stichting angst, dwang en fobie. Zeven procent van de Nederlandse kinderen heeft in meer of mindere mate last van angstklachten. Van Nispen, coördinator van de ADF: ‘Als er niet op tijd iets aan hun angst- of dwangstoornis wordt gedaan, bestaat de kans dat ze hier op latere leeftijd meer last van krijgen.’

Lavendel helpt bij angst voor de tandarts

Lavendel kan mensen die bang zijn voor de tandarts helpen om te gaan met de angst en stress die ze hebben voor een bezoek aan de tandarts. Dit blijkt uit Brits onderzoek.

De onderzoekers van het King’s College in Londen bestudeerden het effect van lavendel voor een bezoek aan de tandarts op 340 mensen. Terwijl ze zaten te wachten, werd aan hen gevraagd om een vragenlijst in te vullen. De helft van deze groep werd blootgesteld aan de geur van lavendel, de andere helft niet. De groep die niet in de wachtkamer met lavendelgeur had gezeten, had een angstniveau van 10.7. De ‘lavendelgroep’ kwam slechts tot een niveau van 7.4.
De lavendelgeur had alleen een tijdelijk positief effect direct voor het tandartsbezoek. De angst voor de tandarts was daarna weer onverminderd groot.

(Gezondheidsnet)

Eerste hulp bij heimwee

Hoeveel last een kind van heimwee heeft, hangt samen met eerdere ervaringen, persoonlijkheid en familiefactoren. Ook de manier waarop het kind tegen het verblijf ver van huis aan kijkt, is bepalend voor de mate van heimwee. Zo is de verwachting dat heimwee op zal treden vaak een self-fulfilling prophecy.
heimwee
Wat is heimwee eigenlijk precies? Het wordt in de Van Dale omschreven als “sterk verlangen naar geboortegrond, huis e.d.” Heimwee bestaat in gradaties, maar het kan leiden tot psychische nood en beperkingen in het functioneren. Het centrale kenmerk van heimwee is het voortdurend denken aan thuis, en alles wat met thuis te maken heeft. Het kan optreden als iemand van huis is, maar ook al voor vertrek.

Hoe is heimwee te voorkomen? Ten eerste is het van belang om kinderen te betrekken bij het voorbereiden van hun verblijf elders. Samen plannen maken en informatie zoeken over de nieuwe omgeving, zorgt voor een gevoel van controle. Ook kan het helpen van tevoren eens te praten over heimwee. Vertel dat het normaal is om je vertrouwde omgeving een beetje te missen. Dat is niet erg; het betekent gewoon dat er veel dingen zijn die je fijn vindt aan thuis. Als de heimwee te erg wordt, zijn er genoeg manieren om er zelf iets tegen te doen. Zo kan het helpen om leuke dingen te doen met andere kinderen, iets te doen om je dichter bij huis te voelen (bijvoorbeeld een foto bekijken of een brief naar huis schrijven), steun te zoeken bij anderen of te denken aan de positieve kanten van de situatie. Ook de gedachte dat je eigenlijk maar een korte tijd van huis bent, kan heimwee tegengaan. Bespreek deze manieren met het kind, en oefen ze zo nodig door van tevoren een generale repetitie te houden in de vorm van een logeerpartijtje.
Al vind je het zelf misschien ook spannend, het is van belang om als ouder vooral enthousiast en positief te zijn over de tijd die het kind elders door gaat brengen. Ambivalente of negatieve opmerkingen (“Ik hoop maar dat het allemaal goed gaat!”) kunnen bij kinderen leiden tot piekeren en uiteindelijk tot meer heimwee. Deel je eventuele zorgen dus liever met andere volwassenen.
Onderzoeken geven geen eenduidig antwoord op de vraag of het verstandig is om als ouder te bellen en te mailen met een kind dat gebukt gaat onder heimwee. De ervaring leert dat kinderen die een wat kortere tijd van huis zijn, beter niet met het thuisfront kunnen bellen. De heimwee kan hierdoor juist toenemen. Een brief schrijven is in dit geval een betere manier om contact te houden. Als een kind langer van huis is (bijvoorbeeld meer dan 4 weken), is het handig om afspraken te maken over wanneer er telefonisch contact is, of het kind per e-mail op de hoogte te houden van de thuissituatie.
De onderzoekers raden sterk af om met kinderen af te spreken dat ze opgehaald worden “als het echt niet gaat”. De kans op succes wordt hierdoor verkleind. Ouders die aan een goede afloop twijfelen en negatieve verwachtingen over het verblijf elders, zijn funest voor heimwee. Kinderen worden bovendien met een dergelijk “vluchtplan” niet gestimuleerd om zelf de moeilijke situatie te overwinnen en zo een positieve ervaring op te doen.

Pediatrics