Tips voor ouders van kinderen met ADHD-klachten

Bij ADHD’ers werken regelfuncties (executieve functies: plannen, gedrag afstemmen) vaak niet optimaal. Nog niet zo lang geleden dachten we dat hersens uitgegroeid waren als kinderen in de puberteit kwamen. Dit blijkt niet het geval. Sinds een jaar of tien kunnen we hersensactiviteit meten, terwijl de hersens aan het werk zijn. Zo is er ontdekt dat hersens zich tot in de volwassenheid ontwikkelen.

Het gedeelte van de hersens waar de regelfuncties zich bevinden, heeft de meeste tijd nodig om te volgroeien. Hersens die groeien kun je vergelijken met werk in uitvoering. Soms zullen zij taken nog niet zo snel kunnen uitvoeren. En het kan zijn dat nog niet alles lukt, omdat de hersendelen die daarvoor nodig zijn niet klaar zijn.
Kinderen hebben allemaal last van een brein dat groeit. Zeker kinderen in de puberteit staan erom bekend. Hebben alle pubers dan ADHD?
Is druk, impulsief en ongeconcentreerd gedrag in de puberteit eigenlijk niets anders dan een natuurlijk verschijnsel, dat past bij groeiende hersens? En wat betekent dat dan voor kinderen met ADHD als zij puber worden?

Kinderen met ADHD hebben vaak last van matig functionerende regelfuncties. Ook is het werkgeheugen vaak wat zwakker. Dat kan maken dat de gewone puberproblemen nog wat heftiger of zwaarder kunnen zijn.
Onderzoek laat zien dat je onder andere het werkgeheugen kunt trainen, zodat het beter wordt.

Lees hierover meer in het boek ‘ADHD bij kinderen’ van Anneke Eenhoorn: ADHD bij kinderen.

Lezing hoe om te gaan met Asperger, ADHD en dyslexie

Voor Mensen, Door MensenDe stichting Desire & Give organiseert wekelijks boeiende lezingen in Heemstede. Vrijdagavond 25 maart van 20:00 tot 22:30 gaat het deze keer over het syndroom van Asperger/ADHD/dyslexie en hoe hiermee om te gaan. Is het een stoornis of gave en zitten er ook positieve kanten aan? De sprekers Patricia Mers en Gio Vogelaar zullen bij deze stoornissen, die steeds vaker voor lijken te komen, stilstaan en een nieuw licht werpen op deze problematiek. De sprekers zijn mensen uit de praktijk en zijn hierdoor in staat praktische informatie te geven waar je mee aan de slag kunt.

De stichting Desire & Give heeft een ANBI status en dat betekent dat 90% van de opbrengst van de activiteiten dient te worden gedoneerd aan een goed doel. De overgebleven 10% gaat in volgende projecten van de Stichting.

Voor meer informatie zie: De Lezing.nl

ADHD-kenmerken verminderd door dieet

Een strikt, persoonlijk dieet kan mensen met ADHD helpen. Dat schrijven onder andere Trouw en de Volkskrant naar aanleiding van een onderzoek van het ADHD Research Centrum en UMC St Radboud.

Voor het onderzoek volgden honderd kinderen met ADHD gedurende vijf weken een zogenoemd hypo-allergeen dieet. Dit houdt in dat ze geen voedingsmiddelen kregen waarop hun lichaam zou negatief kunnen reageren, zoals tarwe, sinaasappels en zuivel. Een controlegroep kreeg alleen advies over gezonde voeding. Een kinderarts beoordeelde aan het begin en het einde van de studie het gedrag van de kinderen aan de hand van een ADHD-scorelijst. Bij 64 procent van de kinderen was na het volgen van het dieet geen sprake meer van ADHD.

(UMC St Radboud)

ADHD bepaald door combinatie van factoren

Niet alleen genetische aanleg, maar ook biologische en gezinsfactoren bepalen of iemand ADHD ontwikkelt. Uit nieuwe gegevens blijkt dat een hoog geboortegewicht, roken tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling tot gevolg kunnen hebben dat ADHD-kenmerken ontstaan.

Tot deze conclusies komt Cathelijne Buschgens op basis van haar onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Biologische factoren vergroten de kans op ADHD, zo stelt zij. Ook tekort aan warmte is funest, net zoals overbescherming of afwijzende opvoeding. De onderzoeker vindt het van belang om het hele gezin te betrekken bij de behandeling van een kind met ADHD, omdat ADHD de onderlinge relaties tussen ouders en kinderen en tussen broers en zussen beïnvloedt.

(Bericht UMC St Radboud)

Keuze maken is moeilijk voor ADHD’er

Ook bij simpele beslissingen kunnen jongeren met ADHD moeilijk een balans vinden tussen snelheid en nauwkeurigheid. Dat toont Martijn Mulder aan in promotieonderzoek.

In Mulders onderzoek kregen jongeren met en zonder ADHD op een scherm een ‘wolk’ met bewegende stippen te zien. Ze moesten aangeven welke richting de stippen op bewogen. Mulder maakte het de proefpersonen moeilijk door slechts een deel van de stippen één kant op te laten bewegen terwijl de rest van de stippen willekeurig bewoog.
Jongeren met ADHD vinden dit een lastige taak en presteren slechter naarmate hun hyperactiviteit erger is. Volgens Mulder wil deze uitkomst zeggen dat hersenprocessen die te maken hebben met het waarnemen van de omgeving een belangrijkere rol bij ADHD spelen dan tot toe werd aangenomen.

(proefschrift: ‘Cognitive control and decision making in ADHD’, universiteit Utrecht)

Verschil PDD-NOS en ADHD moeilijk meetbaar

Aan PDD-NOS en ADHD worden verschillende gedragskenmerken toegeschreven. Toch zijn deze stoornissen klinisch nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Dat stelt Karin Gomaris in haar promotieonderzoek.

Zij onderzocht verschillen in de informatieverwerking van kinderen met PDD-NOS en ADHD. Ze vroeg kinderen computertaken uit te voeren, terwijl er een EEG van hun hersenen werd gemaakt. Uit de resultaten bleek dat er in die opzichten tussen de kinderen met PDD-NOS en ADHD geen significante verschillen bestaan.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen