Voorkeur geometrische patronen mogelijk risicofactor voor autisme

Een overduidelijke voorkeur voor geometrische patronen of bewegingen kan autisme in een vroeg stadium al voorspellen. Het ‘San Diego Autism Center of Excellence’ van de Universiteit van Californië heeft hier onderzoek naar gedaan bij 110 peuters. Het aantal peuters bestond uit drie diagnostische groepen, 37 peuters met een autismespectrum stoornis, 22 peuters met een ontwikkelingsachterstand en 51 peuters met een afwijkende ontwikkeling.

Het is bekend dat kinderen met autisme vaak gericht zijn op herhaalde gedragingen en geometrische herhalingen zoals een draaiende ventilator of wiel. In hoeverre de voorkeur voor geometrische herhalingen een vroege risicofactor is voor autisme moet nog onderzocht worden.
Het ‘San Diego Autism Center of Excellence’ onderzocht of peuters in de leeftijd van 14 tot 42 maanden met een autismespectrum stoornis meer voorkeur hebben voor dynamische geometrische afbeeldingen dan sociale georiënteerde afbeeldingen. Ook werd onderzocht of visuele fixatiepatronen een autismespectrum stoornis bij een peuter kan voorspellen.

Om het bovenstaande te onderzoeken kregen de peuters een film van 1 minuut te zien met aan de ene kant van de videomonitor bewegende geometrische patronen en aan de andere kant een film met kinderen die bezig waren met dansen of yoga. Om de voorkeur te bepalen werd gekeken naar de totale fixatieduur en het aantal saccades binnen elke filmsoort met gebruik van ‘eye tracking technology’, een methode om de fixatie en/of beweging van de ogen vast te stellen.

Uit de resultaten bleek dat peuters met autismespectrum stoornis van 14 maanden meer tijd besteedden aan dynamische geometrische beelden dan de andere diagnostische groepen. Als een peuter meer dan 69% van zijn tijd besteedde aan de geometrische patronen, dan bleek de voorspellende waarde voor het accuraat classificeren van autismespectrum stoornis bij een peuter 100%.

De conclusie van het onderzoek is dat een voorkeur voor geometrische patronen in een vroeg stadium mogelijk een nieuwe en makkelijk traceerbare manier is om autisme bij zuigelingen en peuters vast te stellen.

Bron: Archives of General Psychiatry Vol. 68 No. 1, January 2011

Jonge generatie gevoeliger voor angst en depressie

Tieners en studenten van deze generatie zijn vatbaarder voor angst en depressie dan de voorafgaande generatie. Dat wordt vermeld door een professor van de New York Columbia University.

Volgens Suniya Luthar, professor psychologie en onderwijs, is de drang om succesvol te zijn de oorzaak voor de verhoogde vatbaarheid voor angst en depressie. Dit geldt voor jongeren van alle sociale klassen. Luthar is het niet eens met het argument dat het probleem veroorzaakt wordt doordat ouders zich te veel met het kind te bemoeien om het kind te behoeden voor fouten. Adolescenten hebben in deze tijd een perfectionistische houding en willen heel veel bereiken. Het is niet juist alleen de ouders als oorzaak van het probleem aan te wijzen.

Een onderzoek van de Kansas State University uit 2003 ondersteunt de bevindingen van Luthar. Het aantal studenten die behandeld zijn voor depressie is tussen 1989 en 2001 verdubbeld. De University of Michigan Depression Center heeft onlangs vastgesteld dat zo’n 15 procent van de studenten last heeft van depressie.
(www.psycport.com)

Dunnere hersengebieden bij kinderen met ADHD

Kinderen met ADHD hebben relatief meer dunnere corticale gebieden in hersendelen die belangrijk zijn voor de beheersing van aandacht. Dit is gebleken uit nieuw onderzoek waarbij de corticale dikte in hersendelen bij kinderen met ADHD is gemeten en vergeleken met de hersenen van kinderen zonder ADHD.



Voor dit langdurige onderzoek zijn 163 kinderen met ADHD (gemiddelde leeftijd van 8.9 jaar) en 166 deelnemers zonder ADHD (controlegroep) onderzocht. De hersenen werden bekeken aan de hand van de Magnetic Resonance Imaging (MRI) techniek. De patiënten met ADHD werden verdeeld in twee groepen. Een groep met de goede prognose en een groep met een slechte prognose.



Bij kinderen met ADHD was er sprake van dunne gebieden op de cortex bij bepaalde gebieden in de hersenen. Kinderen met een slechte prognose hadden een dunnere linker mediale prefrontale cortex dan de groep met een goede prognose en de controle groep. Er bleek geen verschil in ontwikkeling van de corticale dikte tussen de ADHD groep en de controlegroep. Het herstel van de corticale dikte vond alleen plaats bij de groep met de goede prognose.

(Archives of general psychiatry)

Verband tussen tabaksrook en gedragsproblemen bij kinderen

Uit een onderzoek van het Cincinatti Children’s Hospital Mediacal Centre is gebleken dat er een verband is tussen blootstelling aan tabaksrook en gedragsproblemen bij kinderen en tieners. Hoe meer tabaksrook in de omgeving was, hoe groter de problemen waren die het kind had.



Voor het onderzoek zijn 225 kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 11 jaar met astma onderzocht. Volgens de onderzoeker en auteur van het onderzoek dr. Kimberly Yolton gelden de resultaten ook voor kinderen die geen astma hebben en moeilijk gedrag vertonen of depressie en angst ervaren.



De mate van blootstelling aan tabaksrook is gemeten aan de hand van het cotinine-niveau in het bloed. Cotinine komt in het lichaam tot stand zodra nicotine door het lichaam is afgebroken. De stof is terug te vinden in bloed, urine, speeksel en haar.

In dit onderzoek is een verband gevonden tussen het cotinineniveau en ‘acting-out gedrag’; het inhouden van dingen, wat vaak samengaat met angst en depressie; verhoging van gedrags- en schoolproblemen; en verminderd vermogen om aan te passen aan gedragsproblemen.



Gedragsproblemen bij kinderen zijn in de laatste 20 jaar gestegen van 7 naar 18 procent. Blootstelling aan sigarettenrook in de omgeving wordt steeds meer erkend als een risicofactor voor gedragsproblemen bij kinderen.

(Sciencedaily)

Verminderde hersenfuncties zijn oorzaak voor depressie op late leeftijd

Depressie op late leeftijd hangt samen met de vermindering van de uitvoerende functies van de hersenen. Dit leidt tot herhalende negatieve gedachtepatronen. De uitvoerende hersenfuncties zorgen ervoor dat een mens kan plannen en zijn gedachten en acties kan beheersen.



De bevindingen zijn afkomstig uit een onderzoek bij 44 mensen tussen 66 en 92 jaar die kampen met depressieve symptomen. De deelnemers kwamen uit een bejaardentehuis in Sydney, Australië.



Het bleek dat mensen die op latere leeftijd last krijgen van depressieve symptomen slechter presteren bij taken die veel vragen van de uitvoerende functies. Mensen die eerder in hun leven te maken hadden met depressie presteerden wel goed bij deze taken.

Een verminderd uitvoerend functioneren is normaal op oudere leeftijd. Het heeft te maken met verminderde activiteit van de frontale kwabben in de hersenen. Voorbeelden van symptomen zijn minder remmingen, stug denken, onoplettendheid en een verminderd werkgeheugen.



Een ander opvallend resultaat was dat het verminderd uitvoerend vermogen in verband stond met veel piekeren, wat leidt tot negatieve denkpatronen. Dit kwam veel voor bij depressie op latere leeftijd.



De derde bevinding was dat het uitvoerend disfunctioneren alleen leidde tot depressie wanneer er sprake was van overmatig piekeren.



Er is langdurig onderzoek nodig om te bepalen of slecht uitvoerend vermogen het overmatige piekeren en de laatbeginnende depressie veroorzaakt. Verder moet nagegaan worden of er andere factoren meespelen. Het beste is om het geestelijk functioneren te meten voor en na de aanvang van de laatbeginnende depressie. Op die manier is het mogelijk de invloed van het uitvoerend disfunctioneren op het overmatig piekeren en de depressie te onderzoeken. Zo is het mogelijk om na te gaan wanneer het slecht uitvoerend functioneren leidt tot piekeren en wanneer niet. Het uiteindelijke doel is om na te gaan waarom uitvoerend disfunctioneren leidt tot pathologische gevolgen en hoe deze processen te voorkomen zijn.

Science Daily, 23 juni 2006