Online onderzoek naar piekeren

Hoewel al sinds de jaren ’80 onderzoek wordt gedaan naar piekeren, is een aantal cruciale vragen nog steeds onbeantwoord gebleven.

We weten nu dat piekeren met lichamelijke spanning gepaard kan gaan. Maar kan piekeren ook echt de lichamelijke gezondheid bedreigen? Hoe vaak en hoe intensief moet je daarvoor piekeren? Welke eenvoudige middelen helpen nu echt om minder te piekeren? De huidige stand van zaken in de wetenschap biedt op dergelijke simpele vragen nog geen duidelijk antwoord en daar willen onderzoekers van de Universiteit Leiden en de Ohio State Universiteit, (USA), de komende tijd verandering in gaan brengen.

Via de website www.piekeren.com kunnen mensen meedoen met een online onderzoek. In het onderzoek staat het registreren van piekeren centraal. Mensen die mee willen doen wordt gevraagd om gedurende zes dagen een dagboekje bij te houden waarin ze registreren hoe vaak ze aan het piekeren zijn. Daarnaast is het de bedoeling om voor en na deze registratieperiode een aantal korte vragenlijsten in te vullen. Door mee te doen helpen mensen niet alleen de wetenschap een stuk verder, maar verkrijgen ze bovendien meer inzicht in hun eigen piekergedrag.

Bezoek Piekeren.com

Langer plezier door onzekerheid

Dat mensen het vervelend vinden om zich in onzekere situaties te begeven is bekend. Veel mensen voelen zich angstig en piekeren zich suf als ze niet weten wat hen te wachten staat, wanneer ze bijvoorbeeld wachten op de uitslag van een medisch onderzoek. Als de onzekerheid wordt opgelost, doordat het onderzoek een ernstige ziekte heeft uitgesloten, zal ook de angst afnemen. Over vervelende, negatieve gebeurtenissen willen we het liefst zo snel mogelijk zekerheid hebben.



Maar stel nu, er overkomt je iets plezierigs maar waarom dit je overkomt blijft onduidelijk. Een voorbeeld: je krijgt door een onbekende geld in je hand gedrukt met een briefje erbij waarop staat:”Dit is een actie van de Lach-Vereniging. We wensen u een prettige dag!”. Je weet niet precies wat er aan de hand is, wie die vereniging is en waarom ze dit doen. Wil je meer informatie over die vereniging hebben omdat je het vervelend vindt om zo in onzekerheid te verkeren? Denk je dat je je langer goed blijft voelen als je meer informatie krijgt over de vereniging en hun motieven?



Als je er zo over denkt dan loop je in dezelfde valkuil als de meeste mensen de meededen met een onderzoek dat recentelijk werd uitgevoerd. Tijdens het onderzoek kregen studenten een klein geldbedrag met bovengenoemd briefje of met een briefje met meer informatie. Ze moesten vervolgens aangeven hoe ze zich voelden en hoe ze dachten dat ze zich zouden voelen als ze meer informatie zouden krijgen over de vereniging en waarom ze dat geld kregen. Het bleek dat degene die minder informatie kregen en dus in een onzekere situatie verkeerden langer in een positieve stemming bleven dan degenen die meer informatie hadden gekregen. Maar dit was tegengesteld aan hun verwachtingen dat ze zich beter zouden voelen bij meer informatie (wanneer de onzekerheid dus werd opgelost). De onderzoekers noemden dit de Plezier-Paradox: mensen zijn geneigd om onzekerheid over plezierige gebeurtenissen te verminderen, maar verminderen daarmee ook hun plezier.

Probeer het maar eens uit als je de volgende keer een goed boek leest: als je aanvoelt dat het goed gaat aflopen maar je weet nog niet precies hoe, leg het boek dan weg en geniet!

(Bron: Journal of Personality and Social Psychology)

Onderzoek naar de behandeling van sociale fobie

fobieSociale fobie is een veelvoorkomend probleem. Mensen die last hebben van een sociale fobie vinden het eng om bijvoorbeeld voor een groep iets te vertellen of om naar feestjes te gaan waar ze niet iedereen kennen. Ze zijn dan bang dat ze zichzelf belachelijk zullen maken en dat anderen heel kritisch over hen denken.

Hoewel iedereen wel eens gespannen kan zijn in sociale situaties, hebben mensen met een sociale fobie hier zodanig last van dat het hun dagelijks leven sterk beïnvloedt.



Dr. Stefan Hofmann van de Universiteit van Boston, USA, is een expert op het gebied van sociale fobieën en de behandeling daarvan. Volgens Hofmann maken mensen met een sociale fobie een belangrijke denkfout. Ze overschatten de kans dat hun eigen gedrag (blozen, koffie morsen, stotteren) grote kosten met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat mensen hen daardoor niet meer aardig vinden of dat ze een enorm gezichtsverlies lijden. Als mensen met een sociale fobie van deze denkfout bewust worden gemaakt en deze geleidelijk aan kunnen herzien (bijvoorbeeld door eens uit te testen of de kosten nu echt zo verschrikkelijk hoog zijn als je bloost en stottert tijdens een gesprek) is de kans op herstel groot. In de behandelingen wordt mensen daarom gevraagd om express “foutjes” te maken en te bekijken wat de kosten daarvan zijn.



Op dit moment is Hofmann bezig met onderzoek naar hoe de bestaande behandelingen kunnen worden versterkt. Een interessante rol is hierin weggelegd voor het antibioticum d-cycloserine. Uit een recent onderzoek bleek namelijk dat mensen die gedurende hun behandeling deze medicatie in lage dosis gebruikten na afloop minder klachten hadden dan mensen die deze medicatie niet gebruikten. De behandeling bestond er in dit geval uit dat de patiënten hun angsten probeerden te overwinnen door enge situaties niet te vermijden, maar juist op te zoeken. Het precieze mechanisme achter het effect van d-cycloserine is nog niet duidelijk. Op dit moment wordt aangenomen dat het middel helpt om positieve ervaringen waarin de gevreesde blamage uitbleef beter te onthouden.



(Voor meer informatie: website dr. Stefan Hofmann)

Zo ben ik nu eenmaal!

Sommige mensen raken door hun persoonlijkheid voortdurend in de knoei, of bezorgen hun omgeving enorme overlast. Slechts weinig mensen hebben een persoonlijkheidsstoornis, maar trekjes ervan heeft vrijwel iedereen. Die zijn dan ook heel herkenbaar – als u tenminste weet waar u op moet letten. Met het boek ‘Zo ben ik nu eenmaal!’ kunt u persoonlijkheidstypen leren herkennen en leert u hoe het eruit ziet als het helemaal uit de hand is gelopen.

Aan de hand van tekeningen van Peter van Straaten biedt Willem van der Does een kijkje in de keuken van klinisch psychologen en geeft hij een rake schets van de soms tragische, soms hilarische aspecten van de menselijke persoonlijkheid. Hij geeft daarnaast omgangstips, waardoor het boek nuttig kan zijn voor iedereen die wel eens met een lastig of moeilijk te doorgronden individu te maken heeft, ook als u zelf dat individu bent.

Bezoek de site van Willem van der Does

Kans op eerste beroerte op maandagen het grootst

Uit Japans onderzoek is naar voren gekomen dat mensen van middelbare leeftijd op maandagen meer risico lopen op het krijgen van een eerste beroerte dan in de rest van de week. De onderzoekers analyseerden de gegevens meer dan 12.000 mensen die tussen 1985 tot 2001 een eerste beroerte hadden gekregen.

Ze maakten daarbij een onderscheid tussen mensen van 40 tot 59 jaar en mensen van 60 jaar en ouder (60 is de pensioengerechtigde leeftijd in Japan). Door dit onderscheid te maken werd duidelijk dat mensen uit de eerstgenoemde groep vaker op maandagen een beroerte hadden gekregen en minder vaak in de weekenden. Bij de oudere groep werd dit patroon niet gevonden. Volgens de onderzoekers heeft dit mogelijk te maken met werkstress. Meer onderzoek is uiteraard nodig om hier meer over te kunnen zeggen.

Daarnaast werden er meer verschillen gevonden: de oudere groep kreeg vaker een beroerte in de winter. Ook werden er sekseverschillen gevonden: mannen kregen vaker een beroerte in de winter en vrouwen in de lente.

Bron: Patient Health International