Hoe bepaal je de onderwijsbehoeftes van je kind?

Sinds 1 augustus 2014 is het passend onderwijs ingevoerd. Hiermee wordt bedoeld dat alle leerlingen een plek moeten krijgen op een school die rekening houdt met hun beperking, maar die ook uitgaat van hun kwaliteiten en mogelijkheden. Hierdoor wordt het lesgeven voor leerkrachten extra intensief. Dit heeft gevolgen voor alle kinderen in de klas. Daarom is het belangrijk om per kind de onderwijsbehoeften in kaart te brengen, zodat er gerichter onderwijs gegeven kan worden.

KindPsychologisch onderzoek
Tegenwoordig worden kinderen steeds vaker psychologisch onderzocht. Dit kan wanneer er
sprake is van een leer- of gedragsprobleem. Maar ook kan het erg zinvol zijn om onderzoek uit te voeren om onderwijsbehoeftes te bepalen. Zo ontstaat er een beter inzicht in de sterke kanten van het kind. Dit kan gedaan worden aan de hand van een intelligentieonderzoek en daarnaast te bekijken op welke manier het kind het beste informatie verwerkt en onthoudt en dus het maximale uit zichzelf kan halen.

Inzicht in de sterke kanten van je kind
Uit het onderzoek komt naar voren wat de sterke kanten zijn van het kind en welke vaardigheden nog minder sterk ontwikkeld zijn. Ook wordt gekeken op welke manier de minder sterke kanten gecompenseerd kunnen worden. Op deze manier kan bepaald worden hoe het kind het beste tot zijn recht kan komen in de klas. Als de onderwijsbehoeftes goed in kaart zijn gebracht, kunnen ouders en leerkrachten het kind beter begrijpen en op deze behoeftes inspelen. Ook wordt het kind zelf bewust van zijn of haar sterke kanten en leert deze toepassen in allerlei situaties.

Begeleiding bij het inzetten van de sterke kanten
Alleen al het inzicht in eigen sterkten, zal een kind helpen om het maximale uit zichzelf te halen. Wanneer er meer tools of handreikingen nodig zijn, kunnen kinderen in begeleiding komen op de praktijk. Tijdens de begeleiding zullen ze strategieën leren die toepasbaar zijn op school. Dit sluit uiteraard aan bij de sterke kanten van het kind. We kijken naar een benadering die oplossingsgericht is. Dus niet: ‘wat lukt niet’ maar juist ‘wat lukt wel, en hoe bereik je dat?’ Dit ga je samen met het kind uitzoeken door te brainstormen en het kind te laten ervaren welke strategie het beste werkt.

Mirthe Booyink, MSc.
Kinderpsycholoog MiCare Amersfoort

Leren omgaan met gevoelens

De weg naar geluk bewandel je pas als je jezelf erkent, vooral ook waar het om de diversiteit aan emoties gaat. Je kunt je gevoelens kalmeren, waarbij erkenning stap 1 is.

geluktDe zoektocht naar geluk is van alle tijden. Je moet het niet ver zoeken, beweert Sophie Maes, want de sleutel tot geluk ligt inderdaad bij jezelf. Als gediplomeerd psycholoog, psychotherapeut en psychodramaturg zoekt ze reeds 10 jaar samen met haar cliënten naar hun groot en klein geluk. Hierbij staat de omgang met (vaak verwrongen) gevoelens centraal. Vandaag reikt ze jou instrumenten aan om zelf aan de slag te gaan, met haar boek ‘Geluk(t)’.

Wat goed kan werken is het bijhouden van een dagboek. Daarin schrijf je over je emoties, zodat je kunt zien wat je allemaal ervaart qua denken en voelen.
Bij een zeer angstig gevoel kan het antwoord op de onderstaande vragen je verder helpen:
– Waar ben je precies bang voor? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Is het ooit echt gebeurd, of alleen in je hoofd?
– Hoe groot is de kans dat het echt gebeurt?
– Je lichaam is onrustig. Hoe interpreteert je deze onrust? Helpt dat?
– Hoe kunt je het beste omgaan met de onrust? Wie kan je om hulp vragen als dat nodig is? Welke informatie moet je nog vinden om deze uitdaging het hoofd te kunnen bieden? Hoe kun je jezelf steunen?
– Is er een voordeel verbonden aan jezelf bang maken? Heb je baat bij het vermijden van bepaalde situaties?

Je wordt je bewust van wat je denkt, als je deze antwoorden vindt. Jij kunt nu gaan bepalen welke gedachten en gevoelens in jouw leven een grote plaats innemen.
Sophie Maes heeft in haar veel praktische oefeningen opgeschreven die goed uitvoerbaar zijn en je verder kunnen helpen.

(Bron: Geluk(t), Sophie Maes, uitgever: Borgerhoog & Lamberigts)

Lezingen over waanzin en classificaties

We leven in een drukke tijd met onbegrensde mogelijkheden. Als je niet slaagt, is dat vooral je eigen fout. Zorgt dit voor een doorgedraaide maatschappij waarin iedereen gelukkig moet zijn? Is de tijdsgeest verantwoordelijk voor het toenemend aantal diagnoses op geestelijk vlak of spelen erfelijke factoren en ‘overdiagnose’ een rol?

De universiteit Utrecht organiseert een aantal kosteloos te bezoeken lunchbijeenkomsten waarin deze vragen een rol spelen.
Ook de gezondheidszorg kent modes en trends. Vroeger was neurose de meest gestelde diagnose (classificatie), en tegenwoordig is dat depressie. Angst en gevoelens van zinloosheid ervaren we allemaal wel eens. Maar wanneer moet je dan naar de psychiater voor medicatie of een gesprek? Wat is normaal en is het erg om anders te zijn?
De criteria voor psychische ziekten lijken versoepeld, waardoor het aantal classificaties van ADHD en burn-out is toegenomen. Is zo’n etiket nu welkom of een vloek? En hoe zit het met medisch onverklaarbare klachten en de scheiding tussen lichaam en geest?

Je kunt er meer over te weten komen via: ‘Hoe normaal is pathologisch? (.pdf) – Paul Verhaeghe over de labelcultuur.

Locatie en tijd van de lezingen: 8 woensdagen vanaf 5 februari 2014, 13.00 tot 14.00 uur
Boothzaal, Universiteitsbibliotheek, De Uithof, Utrecht

Peuters drinken veel gezoete drankjes

Het merendeel van de peuters drinkt vooral zoete dranken in plaats van water. Dit terwijl ouders aangeven dat ze het belangrijk vinden dat hun kinderen water drinken.
Deze conclusies komen uit een landelijke steekproef van onderzoeksbureau Motivaction.

Van de gezoete drankjes zijn siroop en diksap het meest populair.
Het project Jongeren Op Gezond Gewicht, opdrachtgever van het onderzoek, hoopt dat alle kinderdagverblijven binnen een halfjaar water te drinken aanbieden in plaats van zoete dranken.
Dit zou een belangrijke ontwikkeling zijn die overgewicht op latere leeftijd kan tegengaan. De basis voor overgewicht zou al op jonge leeftijd gelegd worden.

(ANP)

Eerste Nederlandstalige handboek over psychologisch onderzoek bij kinderen

Voor het eerst is er in de Nederlandse taal een boek gepubliceerd waarin twee ervaren gz-psychologen helder uitleggen wat het resultaat van psychologisch onderzoek nu werkelijk over een kind of jongere (tot 18 jaar) zegt.

Kinderen van tegenwoordig worden continu getest om te beoordelen of een kind zich volgens de norm of het gemiddelde ontwikkelt. Een psychologisch onderzoek wordt verricht wanneer een ‘gewone’ test (denk bijvoorbeeld aan de Cito-toets) niet genoeg informatie geeft over de leermogelijkheden en vaardigheden van kinderen, of wanneer de resultaten van een kind sterk wisselen. Dan kan er besloten worden om een intelligentieonderzoek, neuropsychologisch onderzoek, persoonlijkheidsonderzoek of didactisch onderzoek bij het kind af te nemen.

Maar wanneer wordt welk onderzoek ingezet, en door wie? Hoe kan het kind het beste worden voorbereid op het onderzoek? Welke uitslagen zijn er te verwachten? Hoe kunnen de resultaten geïnterpreteerd worden en hoe kan er op basis van deze resultaten het beste gehandeld worden in de klas, de behandelpraktijk of thuis? Op deze – en meer – vragen geeft Psychologisch onderzoek bij kinderen antwoord.

Dit handzame naslagwerk is een waardevolle bron voor ouders, leerkrachten en zorgprofessionals. De vele praktijkvoorbeelden en het heldere taalgebruik maken het boek leesbaar en herkenbaar. Bovendien biedt het boek hulpverleners en leerkrachten praktische handvatten om met ouders te communiceren over het psychologisch onderzoek van hun kind.

Ouders vragen zich vaak af of de testscores het enige zijn waarop de onderzoeker zijn conclusies baseert. Dat is niet zo.
Ook observaties zijn erg belangrijk. Observaties omvatten alles wat een onderzoeker tijdens het psychologisch onderzoek ziet en hoort van het gedrag van het kind. Naast wat een kind zegt en doet, is het ook van belang hoe dit overkomt op de onderzoeker. Het is het beste als de onderzoeker zo objectief mogelijk beschrijft wat hij heeft waargenomen, zonder al te veel eigen interpretaties waar anderen het oneens mee kunnen zijn. Als het toch gaat om interpretaties, zoals ‘vermoeden van onzekerheid of faalangst’, is het goed om te toetsen of deze wel of niet kloppen. De observaties wegen mee bij de interpretatie van de testscores en bij de conclusies die uit het onderzoek voortvloeien.

Het boek is te bestellen via de uitgever Lannoo Campus, bol.com of de boekwinkel.