Kinderen die tijdens de kleuterleeftijd last hebben van astma lopen verhoogde kans om tijdens de puberleeftijd teruggetrokken, angstig of depressief te worden.

Dat toont een Australisch onderzoek aan.



Artsen en andere hulpverleners zouden, zodra ze weten dat een kind astma heeft, extra aandacht moeten laten uitgaan naar de eerste tekenen van gedrags- en emotionele problemen, zo luidt het advies van de onderzoekers. Dan kan een en ander misschien nog voorkomen worden.



Het Australische onderzoeksteam volgde langere tijd ruim 5.000 kinderen. Bij de start vroeg men aan de ouders of de kinderen last hadden van astma of bronchitis. Ook werden vragen gesteld over het gedrag in de kleuterleeftijd.

Tijdens de puberteit laten kinderen die op jonge leeftijd astma hadden vooral de volgende kenmerken zien: huilbuien, minderwaardigheidsgevoelens, angst, tekort aan betrokkenheid op anderen en overdreven schuldgevoelens. De studie ontdekte geen samenhang tussen astma en de zogeheten ‘externaliserende gedragingen’, zoals woedeuitbarstingen en vernielzucht.

Waarom kinderen met astma vaker dan anderen depressief of angstig worden, is nog onbekend. Het zou kunnen dat een bepaalde interactie tussen de genen en omgevingsfactoren maakt dat sommige kinderen met astma psychische problemen ontwikkelen. Welke behandeling kinderen met astma vragen om de klachten op latere leeftijd voor te zijn, is helaas ook nog een vraagteken.

(Psychosomatic Medicine, juni 2005)