Agressieve gedachten en fantasieën zijn normaal. Iedereen heeft ze. Of ze tot uitdrukking komen in agressief gedrag hangt af van wat er met de gedachten wordt gedaan: worden ze onderdrukt of wordt erover gepraat? Die gedachten moet je niet zomaar onderdrukken, want dat werkt averechts, waarschuwt Marleen Nagtegaal schrijft in haar proefschrift Aggression.

Nagtegaal baseert deze bevidingen op onderzoek bij studenten, leden van een schietsportvereniging, gedetineerden en deelnemers aan controlegroepen. Bij deze gemixte groep nam ze vragenlijsten af over agressieve fantasieën. Er kwamen veel vragen voor over verschillende manieren om agressieve gedachten te controleren, zoals het onderdrukken ervan.
Als je afleiding zoekt voor het hebben van agressieve fantasieën of als je hierover praat, heb je minder kans agressief gedrag te vertonen, zo stelt de onderzoeker. Probeer je de gedachten te onderdrukken, bestraf je jezelf of ga je over zo’n gedachte piekeren, dan is de kans groter dat je agressief gedrag gaat vertonen.
Het onderzoek laat zien dat gedetineerden hun gedachten vaker op een niet-functionele manier controleren. Zij piekeren vaker, straffen zichzelf en onderdrukken de gedachten.
Over de ongewenste gedachte praten met een vriend of vriendin blijkt wel goed te werken. Een ander succesvol voorbeeld is het zoeken van afleiding, andere dingen doen, waardoor je vergeet welke agressieve gedachte je had. Andere strategieën werken niet goed, de agressieve gedachten verminderen niet, en deze strategieën zijn geassocieerd met psychische klachten, zoals bijvoorbeeld depressie. Onderdrukken werkt ook niet. En ook jezelf straffen voor het hebben van zo’n gedachte helpt totaal niet.

(Erasmus Universiteit)