Over het algemeen halen in Nederland vrouwelijke studenten betere cijfers dan de mannelijke studiegenoten. Ze zijn mannen ook de baas wat hun aantal betreft.

Maar niet in alle opzichten is het baas boven baas. Bij wiskunde is er in meerdere opzichten (cijfers, aantal studenten) sprake van mannelijke overheersing, die doorwerkt tot in de topfuncties op de universiteit (salaris).

Dat was reden om eens te onderzoeken of vrouwelijke studenten het slachtoffer kunnen zijn van zo’n ‘bedreigende’ intellectuele mannelijke omgeving, waarin het stereotype bestaat dat vrouwen niet goed zijn in wiskunde.

Onderzoekers lieten vrouwelijke studenten eerst een moeilijke taaltest en daarna een wiskundetest maken, in aanwezigheid van òf 2 mannen òf 2 andere vrouwen.

Uit het onderzoek bleek dat de vrouwen veel slechter presteerden op de wiskundetoets als ze in een mannengroepje de toetsen maakten. Hun probleem-oplosvaardigheden verminderden sterk in de aanwezigheid van mannen. Voor de resultaten op de taaltest maakte het niet uit of deze toets in een vrouwengroep of mannengroep gemaakt was.

Blijkbaar presteren vrouwen op wiskundegebied onder hun kunnen als ze zich bedreigd voelen door aanwezigheid van mannen. Dit onderzoek laat zien dat de negatieve gedachte dat de ander het beter doet dan jij verlammend werkt. Ook kun je zeggen dat stereotype ideeën nog duidelijk ons functioneren bepalen.

(Bron: de psycholoog/NIP).