Als iemand je zegt: ‘Doe de appel in de mand op de tafel‘, wat doe je dan?
Je actie hangt waarschijnlijk af van het aantal appels en mandjes in de keuken. Misschien zou je de appel in de mand naar de tafel toebrengen. Of de appel verplaatsen naar het mandje dat op de tafel staat. De spreker van deze boodschap had alle verwarring voor kunnen zijn door te zeggen dat het ging om de appel die in de mand ligt.
De meeste mensen praten echter dubbelzinnig, omdat een zin die je op twee manieren kunt interpeteren gemakkelijker te zeggen is dan een superduidelijke zin. Dat stellen onderzoekers van de universiteit in Edinburgh.
Zij lieten proefpersonen een bordspel spelen, waarin het geven en opvolgen van instructies elkaar afwisselden. Erg veel instructies waren expres onduidelijk (voor tweeërlei uitleg vatbaar), zoals: ‘doe het pennetje op het blokje op het hart’. Dat had men aanvankelijk niet door. De onderzoekers stelden vast dat de rol van luisteraar het besef bracht dat de instructies vaag waren. In hun rol van sprekers begonnen deze aanvankelijke luisteraars dankzij dit besef zelf duidelijke taal te praten. Onder sommige omstandigheden kunnen sprekers zich dus wel goed voorstellen welke vaagheden hun taal omvat.
(Psychological Science, nummer mei 2005)



