Het gros van goede voornemens loopt op niks uit. Bijna 20% van de mensen stelt uit, ook al vinden ze dat ze iets zouden moeten doen. En bijna altijd komt dat door een tekort aan zelfvertrouwen, dat leidt tot geringe zelfcontrole. Dat stelt Piers Steel, die werkt op de universiteit in Calgary en expert is op het gebied van uitstellen. Hij weet daar alles van op basis van literatuurstudie, waarover hij schrijft in het blad van de Amerikaanse psychologenvereniging.
Steel constateert dat de meeste zelfhulpboeken er naast zitten, als ze zeggen dat uitstellen het gevolg is van perfectionisme. Mensen die steeds maar uitstellen hebben minder zelfvertrouwen en denken dat ze de taak niet goed zullen afmaken. Perfectionisme is niet de oorzaak van uitstelgedrag.
Perfectionisten stellen niet uit, maar maken zich er alleen zorgen over. Er zijn naast een tekort aan zelfvertrouwen nog meer kenmerken die uitstelgedrag uitlokken. Dit zijn tekortschietende motivatie, verhoogde afleidbaarheid en impulsiviteit.
Naar schatting één of de vijf mensen heeft last van uitstelgedrag. Er kunnen flinke nadelen aan verbonden zijn, zoals de extra kosten die het uitstel van het invullen van belastingformulieren en betalen van rekeningen met zich mee kan brengen.
Goede voornemens lopen ook vaak stuk, doordat andere verleidingen moeilijk te weerstaan zijn. Verslaafden kunnen prima een afkickprogramma doorlopen, maar wanneer ze terug in de maatschappij zijn, komen ze aan verleidingen bloot te staan. Dagelijkse gewoontes zijn sowieso lastig te doorbreken.
Het goede nieuws van Steel is dat onze wilskracht geen grenzen kent. Deze staat of valt met het geloof in jezelf. Als je denkt dat je iets kunt, kun je het. Bij een goede zelfcontrole hoort dat je weerstand kunt bieden aan verleidingen, die je van het voornemen afbrengen.
Het is onduidelijk waarom sommige mensen veel eerder en vaker te maken hebben met hinderlijk uitstelgedrag. Misschien hebben de genen daarmee iets te maken.
Steel baseert zijn uitspraken op bijna 700 onderzoeken op dit gebied.



