Langdurig aan zware stress blootstaan kan de ontwikkeling van de hersenen bij kinderen belemmeren. Dat komt waarschijnlijk doordat bij kinderen met een posttraumatische stress-stoornis (PTST) het gehalte aan cortisol continu verhoogd is. Dat leidt tot remming van de groei van de hippocampus, een gebied in de hersenen dat belangrijk is voor het geheugen en emotieregulatie.
Dat komt naar voren uit een onderzoek door de medische devisie van de Stanford University bij 15 kinderen, die te maken hadden met PTST door een geschiedenis van lichamelijke, emotionele of seksuele mishandeling. Er is al bekend dat dergelijke ingrijpende gebeurtenissen de ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied in de weg staan. Het onderzoek van de Stanford wetenschappers besloeg kinderen van wie de leeftijd in de range van 7 tot 13 jaar lag. Ze maten de omvang van de hippocampus aan het begin en het eind van het onderzoek, dat anderhalf jaar duurde.
Na correctie voor geslacht en lichamelijke rijping bleek uit de data dat kinderen met ernstige PTST-symptomen een hoog cortisolgehalte hadden. Ook bleek de hippocampus relatief klein.
Dit gegeven kan verklaren waarom getraumatiseerde kinderen een grote kans lopen op het ontwikkelen van angsten en stemmingsproblemen, wanneer ze volwassen zijn. De cognitieve belemmeringen die de te kleine hippocampus veroorzaakt maken dat de kinderen niet optimaal kunnen profiteren van therapie.
Vooral kinderen die een genetische aanleg hebben voor angstklachten kunnen totaal niet omgaan met de langdurige stress, die een traumatische ervaring met zich meebrengt.
Het is voor het eerst dat een onderzoek gedaan wordt naar de hersenwerking bij getraumatiseerde kinderen. Tot nu toe is veel bekend geworden op basis van onderzoek bij dieren.



