Onze instincten helpen ons bang te zijn voor die dingen die voor onze voorouders in de wereld van de afgelopen miljoen jaar per definitie het meeste gevaar inhielden. Dit verklaart waarom mensen van nature bang zijn voor dieren, het donker, alleen zijn, verstikking, verdrinking en hoogten.
Fobieën kunnen ook worden aangeleerd door het meemaken van iets heel naars of afschrikwekkends. Een auto-ongeluk kan betekenen dat je auto’s en het verkeer gaat vermijden, een hondenbeet kan betekenen dat je panisch voor alle honden gaat worden. De angst die oorspronkelijk bedoeld was om je te wijzen op een mogelijk gevaar wordt buitensporig groot en voor dat je het weet ga je alles vermijden wat lijkt op of doet denken aan datgene waar je zo van geschrokken was.
Je kunt fobieën soms aanleren omdat belangrijke mensen uit je omgeving ook heel fobisch voor iets waren. Zij gaven met hun angst het verkeerde voorbeeld en leerden je ongemerkt dat het heel gevaarlijk of eng is de confrontatie met dat object aan te gaan. Als je van nature erg sensitief, verlegen en geremd bent, dan heb je een iets verhoogde kans op het ontwikkelen van een fobie.
Fred Sterk & Sjoerd Swaen, Psychologische toptips, Kosmos Z&K Uitgevers/Lifetime.



