Dat sociale factoren kunnen leiden tot misdadigheid is bekend. Maar ook een lage hartslag en allerlei andere kenmerken lijken een rol te spelen. Het biologische onderzoek naar misdaad komt langzaam uit het verdomhoekje.
Is het waar dat criminelen meer met hun handen bewegen dan andere mensen? En zijn ze inderdaad vaker dan gemiddeld linkshandig? En wijst die linkshandigheid werkelijk op beschadiging van de (talige) linkerhersenhelft? En wat betekent het eigenlijk dat meer dan negentig procent van de mannen die hun vrouw mishandelen ooit een hoofdwond zou hebben gehad?
Veel vreemde feiten en weinig zekerheid kenmerken het onderzoek naar criminaliteit. Veel onderzoek is nooit herhaald. We weten nog heel weinig.
De voornaamste conclusie van onderzoek (door Raine) is dat lichamelijke kenmerken (vooral in de hersenen, zenuwstelsel en hormoonsysteem) risicofactoren kunnen vormen voor een misdadige carrière (samen met maatschappelijke en psychologische factoren). Maar welke lichamelijke kenmerken samengaan met welke specifieke misdrijven is niet duidelijk. Raine: “Dit soort onderzoek is zolang onderdrukt dat we in feite nog maar net begonnen zijn.”
Raine maakte onder meer hersenscans van 41 ontoerekeningsvatbaar verklaarde moordenaars.
Conclusie: ze hadden opvallende schade aan de prefrontale cortex, die cruciaal wordt geacht voor rationeel en normaal gedrag. Dergelijk onderzoek kun je zien als het begin van de ontdekkingstocht naar de relatie tussen hersenenprocessen en gedrag. We moeten ervoor oppassen dat we teveel doorslaan in de tendens om alles biologisch te verklaren, maar zeker is dat er een dunne scheidingslijn is tussen ons psychisch en lichamelijk functioneren. Het beïnvloedt duidelijk het ander.



