Baby’s blijken te worden geboren met de vaardigheid om de gezichten van apen net zo goed te kunnen van elkaar onderscheiden als menselijke gezichten.
Dat blijkt uit in Science gepubliceerd onderzoek. In dat onderzoek mochten volwassenen dat ook proberen en dat liep volledig mis met apengezichten.
Baby’s verliezen die vaardigheid als ze 9 maanden oud zijn.
Hersenen leren beter om informatie te filteren, ze verliezen vaardigheden die overbodig zijn, zoals het uit elkaar te houden van diergezichten.
Dit onderzoek geeft aanknopingspunten voor de verklaring van een stoornis als autisme en het spectrum van aanverwante stoornissen. Mensen met een autistische stoornis hebben o.m. een groot probleem met het adequaat interpreteren van menselijke gezichten. Mogelijk verfijnt bij hen de vaardigheid om menselijke expressie en communicatie te begrijpen niet voldoende, waardoor ze zich blijven richten op de voor ons ogenschijnlijk irrelevante details.
(Science magazine)



