Niet alleen in Nederland zijn steeds meer kinderen te dik, ook in Australië is overgewicht onder kinderen een groeiend probleem. Ouders erkennen in veel gevallen niet dat hun spruit te dik is, of denken dat er weinig aan te doen is. Huisartsen vinden het moeilijk om vast te stellen of een kind overgewicht heeft, vooral bij kinderen onder de 5 jaar, of als het gaat om een lichte vorm. Vaak wordt pas actie ondernomen als het kind er al jaren van ongezond leven op heeft zitten. Omdat voorkomen beter is dan genezen, werd in Melbourne onderzocht hoe zwaarlijvigheid bij kinderen eventueel te voorspellen is.
Voor dit onderzoek vulden ouders van 5- tot 6-jarigen en 10- tot 12-jarigen een vragenlijst in over hun kind. Zo werd gevraagd naar eetgewoonten, het aantal uren per dag voor de TV en lidmaatschap van sportclubs. Verder werd de lichaamsbeweging van het kind in kaart gebracht door het een week lang een zogenaamde accelerometer te laten dragen, een apparaatje dat fysieke activiteit meet. Ten slotte werden lengte en gewicht gemeten en de BMI (Body Mass Index) berekend, om te bepalen of het kind al dan niet te dik was.
Uit de studie kwam naar voren, dat kinderen die meer dan 2 uur per dag TV keken er vaker ongezonde gewoontes op na hielden. Ze snackten meer, aten minder fruit en deden minder vaak aan sport dan leeftijdsgenootjes, die minder tijd voor de buis doorbrachten. Tussen televisiekijken en de beweeglijkheid zoals gemeten met de accelerometer, werd overigens een minder sterk verband gevonden.
Het aantal uren dat een kind per dag voor de TV doorbrengt, zou volgens de onderzoekers als graadmeter gebruikt kunnen worden om het risico op overgewicht in te schatten. Zo kan er gericht advies worden gegeven aan ouders van kinderen met ongezonde leefgewoonten.
(Medical Journal of Australia 2006; 184 (2): 64-67)



