Terugzetten van de klok vraagt om enige aanpassing van ons slaapritme. Dat lukt meestal goed, want binnen een paar dagen is het alsof er nooit wat veranderd is. De overgang naar een andere tijd kan echter moeilijker zijn voor sommigen, bijv. voor kinderen die geen klok kunnen kijken.
Ons slaapritme is afhankelijk van onze biologische klok, maar wordt mede bepaald door externe factoren die inwerken op ons gevoel van tijd. Denk hierbij aan de invloed van licht, geluiden, beweging en temperatuur. Maar ook sociaal bepaalde factoren (dagelijkse gewoonten, het ritme van alledag, slaaprituelen) spelen daarbij een rol.
Met de overgang van zomer- naar wintertijd zal onze interne biologische klok gewoon blijven doortikken. Wat we dan meestal doen, is trachten deze ongunstige omgevingsfactoren te beïnvloeden. Bij voorbeeld: gebruik maken van zware gordijnen die ‘s ochtends weinig licht doorlaten, de hoeveelheid omgevingslawaai verminderen, zorgen voor dekens die te warm zijn, etcetera. Daarnaast is het van belang het gewone bed-/slaapritueel vast te houden, omdat dit dus ook invloed heeft op het slaap/waakritme van jezelf of een kind.
De overgang van zomer- naar wintertijd is abrupt. Dit in tegenstelling tot het geleidelijk korter worden van de dagen. Het kan dus zijn dat er aanpassingsproblemen optreden. Voor het overgrote deel van de kinderen geldt, dat deze aanpassing min of meer vanzelf zal verlopen, als je het normale dag-/nachtritme aanhoudt, eventueel met behulp van bovengenoemde hulpmiddelen.
Als een kind daar nu wat meer moeite mee blijkt te hebben – en dan gaat het over aanpassingsproblemen die langer dan een paar dagen duren – moet je meer aandacht geven aan het optimaliseren van bovengenoemde factoren die de slaap beïnvloeden. Als je uit ervaring weet dat je kind er moeite mee heeft, zou je de bedtijd met 15 minuten per dag kunnen verschuiven, in plaats van ineens met een uur. In de literatuur kom je soms het advies tegen om te zorgen voor voldoende licht in huis ‘s avonds, tot het kind naar bed gaat.
We besluiten met een aantal algemene adviezen die erop gericht zijn om de slaap te bevorderen. Voldoende frisse lucht (dat kan lastig zijn in de wintertijd) en een kamertemperatuur van ongeveer 15 á 17 graden geven de beste omstandigheden voor een goede nachtrust. Houd de thermostaat van de verwarming laag en pas je temperatuur aan door het aantal dekens of het dekbed te veranderen. Verder is het belangrijk om steeds dezelfde tijden aan te houden voor het naar bed gaan en ontwaken. Rustige muziek, in bad gaan en lavendelolie op je kussen kunnen het inslapen vergemakkelijken.



