twitter


Aanbieding

Advertentie

Hechtingsstoornissen zijn lastig vast te stellen, vinden deskundigen. Dat komt doordat de kenmerken niet altijd verschillen van andere stoornissen. Kinderen die aan een hechtingsstoornis lijden, hebben er moeite mee om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders/verzorgers. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind niet voldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen.
Vaak gaat men ervan uit dat ze het gevolg zijn van omgevingsfactoren, maar de vraag is of dat wel een terechte aanname is.

Britse wetenschappers gingen dit na door een onderzoek te doen bij 13.472 tweelingen uit de algemene bevolking. Ze bekeken onder andere of het gedrag dat kenmerkend is voor een hechtingsstoornis afwijkt van gedragingen die passen bij andere ontwikkelingsstoornisssen, zoals ADHD of autisme. Ook gingen ze na of dit gedrag bepaald wordt door genetische of door omgevingsfactoren.
De conclusie van hun onderzoek is dat het gedrag dat hoort bij een hechtingsstoornis wèl te onderscheiden valt van gedragingen die horen bij de categorie gedragsstoornissen, ADHD en emotionele problemen. Ten slotte concluderen de Britten dat een hechtingsstoornis in sterke mate bepaald wordt door genetische factoren. Dat is dus totaal anders dan verwacht. Bij jongens blijkt de erfelijke component een grotere rol te spelen dan bij meisjes.

(The British Journal of Psychiatry, juni 2007)

De link voor dit artikel: http://www.psycholoog.net/hechtingsstoornissen-onder-de-loep/trackback


Comments are closed.