Mensen die autistisch zijn richten zich tijdens een gesprek nauwelijks op de ogen. Hun blik gaat twee keer zo vaak als andere sprekers uit naar de mond of het lichaam van de spreker.
Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek, waarbij men 15 autisten en 15 mensen zonder die stoornis liet kijken naar de complexe interacties in de film ‘Who’s afraid of Virginia Wolf?‘. Het team ging met hun technieken nauwlettend na waarnaar deze 30 personen keken om het verhaal te volgen: ogen, mond of lichaam.
Dat autisten nauwelijks naar de ogen kijken brengt met zich mee dat ze veel relevante sociale informatie missen. Ogen geven namelijk belangrijke aanwijzingen over de gevoelens en gedachten van de ander. Soms spreken ze tegen wat men met de mond zegt. Teveel kijken naar de mond zet autisten op het verkeerde spoor, leidt tot miscommunicatie.
Autisten richten zich waarschijnlijk liever op iets wat ze beter begrijpen: de spraak, en die is afkomstig van de mond.
Verschillen in het kijken naar gezichten tussen autisten en andere mensen komen al op zeer jonge leeftijd voor. Baby’s met autisme richten zich meer op voorwerpen dan op mensen. Bepalen naar de zaken waar een baby zich op focust zou wellicht in een vroeg stadium aanwijzingen kunnen geven voor autisme. Hoe vroeger de diagnose en behandeling, hoe beter het is voor de persoon in kwestie.
(Archives of General Psychiatry 59:809-816)



