Pasgeboren muisjes barsten in razernij uit als hun moeder weg is, tenzij ze een defect hebben in het hersengebied dat reageert op morfine. Dat zeggen onderzoekers, die met deze bevinding een heel nieuw licht werpen op de hechting tussen moeder en kind en op de stoornis autisme.
We hebben het over het opiatensysteem in de hersenen, dat bekend staat om zijn rol bij pijnbeleving, plezier en verslavingen. Medicijnen die op dit systeem inwerken, zoals morfine, blokkeren het nare gevoel van een pijnprikkel.
Al lange tijd denkt men dat dit systeem ook betrokken is bij emotionele pijn. Men zag namelijk dat het toedienen van morfine bij dieren zorgt voor een afname van sociaal gedrag.
Eén van de verklaringen van het feit dat de rasechte autisten geen belangstelling hebben in sociaal contact betreft dit opiatensysteem: het zou onvoldoende beloningen geven na sociaal gedrag.
Om die verklaring uit te testen fokten Italiaanse onderzoekers muizen die een cruciale opiatenreceptor in de hersenen misten en vergeleken die met normale babymuisjes.
Ten eerste zorgden de wetenschappers voor een scheiding van een korte periode tussen de pasgeboren muizen en hun moeders. Normaal gesproken brengt dit langdurig janken bij de jonge muizen teweeg, maar bij de muizen met defect opiatensysteem bleek die emotionele reactie uit.
En terwijl de normale muisbabietjes altijd een nest verkozen dat door hun eigen moeder gebouwd was boven een ander nest, koos slechts één derde van de muizen met falend opiatensysteem de door de eigen moeder samengestelde rustplaats.
We kunnen dit verschil niet verklaren uit de reuk. Beide type muizen konden evengoed ruiken. (Op basis van reuk weten muizen precies waar ze zijn en met wie ze van doen hebben.)
Wetenschappers die zich bezighouden met het verklaren van hechtingsstoornissen, waartoe voor het gemak ook autisme gerekend wordt, richten zich nu ook op andere stoffen in de hersenchemie, zoals vasopressine en oxytocine.
(Science)



