Uit onderzoek door het medisch opleidingsinstituut in Dartmouth blijkt dat adolescenten duidelijk luisteren naar wat hun ouders over roken zeggen. Een jongere die denkt dat z’n ouders er erg overstuur van raken als hij of zij met roken begint, begint er niet aan. In dit opzicht is de mening van de ouders dus veel belangrijker is dan de druk van leeftijdgenoten.
Ouders die zelf roken blijken evengoed precies dezelfde invloed te hebben als niet-rokende ouders, als ze tenminste duidelijk maken er stellig op tegen te zijn dat hun kinderen in dezelfde verslaving vervallen. Kinderen van verstokte rokers hebben wel vaak een genetische aanleg om aan sigaretten verslaafd te raken. Overtuigende anti-rook-boodschappen thuis kunnen die kinderen helpen om de ‘aanleg’ te overwinnen.
Er wordt vaak gezien dat veel ouders de invloed van leeftijdgenoten overschatten. Als het op belangrijke zaken aankomt, gaan jongeren tòch af op het oordeel van hun ouders. Leeftijdgenoten hebben invloed op oppervlakkige zaken, zoals de muziekvoorkeur en kledingkeuze.



