Opvoeding

You are currently browsing the archive for the Opvoeding category.

Het is al langer bekend dat kinderen van depressieve moeders een grotere kans hebben om gedragsproblemen te ontwikkelen. Maar er is hoopvol nieuws. Uit recent onderzoek is gebleken dat een betrokken houding van de vader de kans op problemen kan verkleinen.
null

Kinderen van depressieve moeders hebben bijvoorbeeld meer kans om agressief gedrag te vertonen of somber te worden. Ook kunnen ze last hebben van een gebrek aan zelfvertrouwen, een verstoorde relatie met andere kinderen, hechtingsproblemen en aandachtsstoornissen. In de literatuur is de rol van de vader in de ontwikkeling van het kind lang onderbelicht gebleven. Wat kan een vader doen om zijn kind te helpen als de moeder depressieve klachten heeft?

In de studie van Chang, Halpern en Kaufman (2007) werden 6552 kinderen van 3197 moeders 10 jaar lang gevolgd. Bij het begin van het onderoek waren de kinderen 0 tot 10 jaar oud.
De moeders werd gevraagd naar depressieve symptomen in de week voorafgaand aan het onderzoek. Ook vulden zij een vragenlijst in over eventuele gedragsproblemen van hun kind. De onderzoekers stelden de kinderen een aantal vragen over de band met hun vader. Ze wilden bijvoorbeeld weten of de vader met het kind praatte over belangrijke beslissingen en of hij bij een ruzie ook luisterde naar de mening van het kind. Ook werd gevraagd of de vader aanwezig was bij belangrijke gelegenheden, of hij wist waar het kind zich bevond als het niet thuis was en of vader en kind met elkaar van gedachten wisselden over belangrijke zaken. Ten slotte waren er vragen over hoe het kind zelf de relatie met zijn of haar vader beoordeelde en of hij genoeg tijd met hem of haar doorbracht.

De resultaten van het onderzoek lieten zien, dat de negatieve effecten van het opgroeien met een depressieve moeder, kunnen worden gecompenseerd door de betrokkenheid van de vader.

Archives of pediatric and adolescent medicine

Technologie is gemakkelijk toegankelijk. Wij en ook onze kinderen worden graag geëntertaind met games via de spelcomputer, tv en computer. Het is echter belangrijk om daarnaast om voor kinderen ook tijd en ruimte te creëren voor het doen van ‘ouderwetse’ spelletjes.

kinderspel.jpgOngestructureerd spel komt zowel het lichaam als de geest van kinderen ten goede, zeggen Amerikaanse onderzoekers. Zij schrijven in Pediatrics 2007 Jan;119(1):182-191 dat deze vorm van spel de bouwstenen levert voor de ontwikkeling van creativiteit en fantasie. De kinderen ontwikkelen zo probleemoplosvaardigheden door allerlei oplossingen uit te proberen. Een bijkomend voordeel van spel is verder ook dat het de relatie tussen ouder of opvoeder en kind ten goede kan komen.
Het wordt daarom aangeraden om kinderen een omgeving te bieden die uitnodigt tot ongestructureerd spel.
De meest simpele dingen, zoals een paar oude schoenen of plastic bakjes, kunnen genoeg zijn om een rijk fantasiespel uit te lokken. Een paar suggesties: dozen kunnen dienst doen als poppenhuis en oude lakens zijn te gebruiken voor het maken van tenten.

(Pediatrics. 2007 119(1):182-91)

De opvoedingsstijl van de vader blijkt van grote invloed te zijn op het gewicht van het kind. Dit toont Australisch onderzoek aan, waarbij bijna 5000 kinderen van 4 en 5 jaar oud en hun ouders zijn betrokken.

Vaders met een toegeeflijke opvoedingsstijl (geen regels, inconsequent) hebben vaker kinderen met overgewicht of obesitas dan vaders met een consistente opvoedingsstijl (duidelijke grenzen, consequent optreden). Een relatie tussen de opvoedingsstijl van de moeder en het gewicht van het kind is niet gevonden.

De onderzoekers pleiten er dan ook voor om zich bij de preventie van overgewicht bij jonge kinderen niet alleen te richten op de moeder, maar op het gezin als geheel. (Pediatric Academic Societies’ Annual Meeting, mei 2007)

Omgevingsfactoren zijn meer van invloed op het ontstaan van sociale agressie dan genetische aanleg, zo blijkt uit Canadees onderzoek.



Sociale agressie, zoals pestgedrag en sociale uitsluiting, blijkt door andere factoren te worden beïnvloed dan lichamelijke agressie, zoals vechtgedrag. Tijdens het onderzoek zijn factoren achterhaald en geanalyseerd die een rol spelen bij het ontstaan van sociale en lichamelijke agressie. Leeftijdsgenoten en leraren van 234 zesjarige tweelingen werden gevraagd de mate van agressiviteit van de tweelingen te beoordelen.



Uit de resultaten blijkt dat de gedeelde genetische aanleg van de tweelingen een groot deel van de verschillen in lichamelijke agressie (50% – 60%), maar slechts een klein deel van de verschillen in sociale agressie (20%) verklaart. Een groot deel van de verschillen in sociale agressie wordt daarentegen door omgevingsfactoren verklaart (60%). Daarnaast toont het onderzoek aan dat lichamelijk zeer agressieve kinderen later meer kans hebben om sociaal agressief gedrag te vertonen.



Kortom, genetische aanleg tot agressief gedrag uit zich in eerste instantie vooral door lichamelijke agressie, waarna het op latere leeftijd overgaat tot sociale agressiviteit. Of en wanneer deze omslag plaatsvindt, ligt volgens de onderzoekers aan de mate waarin het kind geconfronteerd wordt met een omgeving die sociaal agressief gedrag aanmoedigt. De onderzoekers benadrukken dan ook het belang lichamelijke agressie in een zeer vroeg stadium te verminderen om op die manier sociaal agressief gedrag bij kinderen te voorkomen. (WebMD Health)

Uit onderzoek door Dr. Regina van den Eijnden van het IVO in Rotterdam blijkt dat jongeren tussen 13 en 15 jaar die compulsief internetten somberder worden en lagere schoolprestaties krijgen dan hun leeftijdgenoten.

Onverschilligheid of ongeïnteresseerdheid van de ouders vergroten de kans dat een jongere doorschiet in zijn of haar internetgebruik, net als het stellen van te strenge regels.

Ouders kunnen hun kinderen helpen te voorkòmen dat het gebruik uit de hand loopt door goede gesprekken te voeren, milde, begrijpelijke regels te stellen, belangstelling te tonen voor wat de jongere online doet en op een rustige manier in te grijpen wanneer het internetgebruik risicovol wordt.

(Ivo.nl)

Veel tieners leren hoe ze hun gescheiden ouders het beste kunnen manipuleren om daar zelf voordeel uit te halen, zo blijkt uit onderzoek van de Ball State University. De onderzoekers, waaronder professor C. Menning, hebben hiervoor 50 tieners, waarvan de ouders gescheiden zijn, ge•nterviewd. Aan de hand van deze interviews hebben zij een aantal strategie‘n gevonden, die door de tieners worden gebruikt, waaronder:



Â? het achterhouden van informatie van de ene ouder om straf van de andere ouder te voorkomen. Kinderen kunnen op deze manier steeds meer vat krijgen op de informatie die wordt uitgewisseld, omdat na een scheiding vaak sprake is van verminderde communicatie tussen de ouders.

Â? het verhuizen van de ene naar de andere ouder. Kinderen gaan vaker wonen bij de ouder die de minste regels stelt.

Â? ŽŽn van de ouders geen rol meer laten spelen in het leven van de tiener. Het kind bepaalt op die manier waar en wanneer er contact met deze ouder is.



Volgens professor Menning hebben kinderen waarvan de ouders niet gescheiden zijn deze opties niet. Daarnaast stelt hij dat de ouders in dit geval meer een team vormen bij de opvoeding van het kind doordat er meer communicatie plaatsvindt dan wanneer er sprake is van een scheiding. (HealthScout)

Jongens met een werkende moeder verwachten zelf meer tijd te zullen besteden aan de zorg van hun eigen kinderen dan jongens met een thuisblijvende moeder, die, naar het voorbeeld van hun eigen moeder, verwachten dat hun vrouw de meeste zorg voor de kinderen op zich zal nemen. Voor meisjes daarentegen geldt het tegenovergestelde. Wanneer zij een moeder hebben die werkt, denken zij juist minder tijd aan hun kinderen te zullen besteden dan wanneer hun eigen moeder thuisblijft.



Dit blijkt uit vragenlijsten die psycholoog H. Riggio heeft afgenomen bij 351 studenten tussen 18 en 23 jaar. Volgens Riggio zijn jonge mannen en vrouwen met werkende moeders, meer dan diegenen met thuisblijvende moeders, van mening dat het huishouden en de zorg voor de kinderen gedeeld moet worden.

Zo blijkt dat jongens met een werkende moeder 12 uur per week meer verwachten te besteden aan hun kinderen dan zonen van thuisblijvende moeders. In tegenstelling tot jongens denken meisjes met thuisblijvende moeders 10 uur per week meer tijd te besteden aan de zorg voor hun kinderen dan dochters van werkende moeders. (USAToday)

Als je een puber ertoe dwingt om bepaalde televisieprogramma’s uit te zetten, is de kans groot dat hij ze ergens anders kijkt. Uit een nieuw Amerikaans onderzoek blijkt dat pubers die zeggen dat hun ouders bepaalde tv-programma’s verbieden dat wat verboden werd bij hun vrienden thuis kijken. Dezelfde groep pubers beoordeelt hun relatie met de ouders als minder positief.


Het onderzoek betrof 159 studenten. Hen werd gevraagd naar hun kijkgedrag tijdens de puberteit. Er werd gevraagd naar hun mening over geweld en seks op tv. Ook werd gevraagd hoe vaak ze naar hun vrienden gingen om tv-programma’s waarin veel seks en geweld voorkwamen tòch te zien en naar hun houding tegenover hun ouders.

Hetzelfde onderzoek vroeg ook 138 ouders van deze studenten op welke manier ze proberen om het kijkgedrag van hun kinderen te beïnvloeden.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat studenten die veel beperkingen opgelegd kregen, een beduidend minder positief oordeel over een ouders hadden dan andere adolescenten en vaker naar seks en geweld keken dan gemiddeld. De opgelegde beperkingen, hoe goed bedoeld dan ook, werken dus averechts.

(Ohio State University)

Agressie wordt door onderzoekers soms onderverdeeld in twee vormen: direct en indirect. Onder directe agressie vallen fysiek en verbaal geweld. Deze vorm wordt gemakkelijk herkend door de meeste mensen. Het begrip indirecte agressie is minder bekend, maar zou nog wel eens vaker kunnen voorkomen dan directe agressie. Hieronder valt negatief gedrag als pesten, liegen, negeren, beledingen, roddelen, onjuiste negatieve berichten verspreiden e.d.

Om er achter te komen hoeveel indirecte agressie op tv voorkomt, analyseerden onderzoekers 228 uur tv. Ze constateerden dat in 92% van de soaps indirecte agressie voorkomt. Vrouwen zijn vaker indirect agressief dan mannen. Hetzelfde geldt voor aantrekkelijke personen. Deze vorm van agressie wordt vaak neergezet als terecht, passend en realistisch. Bovendien volgt er vaak een beloning op: de agressor krijgt zijn of haar zin.

Men concludeert dat veel soaps dan wel niet gewelddadig zijn, maar toch voeel agressief gedrag omvatten.

(Aggressive Behavior, april 2004, 30 (3), pag. 254-271)

Ze worden vaker gepest dan kinderen met een normaal gewicht, maar dikke kinderen pesten zelf ook vaker. Dat blijkt uit een onderzoek onder 5.749 Canadese jongeren.

Eerder onderzoek liet al zien dat overgewicht zowel de fysieke als de emotionele gezondheid in gevaar brengt. Dikke kinderen worden vooral ‘relationeel’ gepest: ze worden bewust uitgesloten bij sociale activiteiten. Daardoor staat pesten een goede sociale ontwikkeling in de weg.

Het Canadese onderzoek benadrukt het belang van scholen om de kinderen te helpen bij hun strijd tegen overgewicht.

(Nu.nl; Pediatrics mei 2004)

Ouders van wie de baby’s ’s nachts niet doorslapen zouden een wat hardere aanpak moeten doorvoeren. Dat vinden Australische onderzoekers.

Ouders moeten langzaamaan langer en langer de tijd nemen, voordat ze respons geven aan hun huilende kind. Dat zou de baby ertoe overtuigen om uit zichzelf weer te gaan slapen.

(The Times)

schaamtevol. Dat blijkt uit een survey die door de Engelse stichting tegen kindermishandeling (NSPCC) werd uitgevoerd. 4 van de 10 ouders gaf aan dat ze door verdriet overmand werden na fysiek geweld op hun kinderen te hebben uitgeoefend. 69% verontschuldigde zich aan de kinderen.

De cirkel van geweld laat zich haast niet doorbreken. 7 van de 10 ouders die zelf als kind geslagen werden, gaan vaak over tot dat hetzelfde agressieve gedrag tegenover hun eigen kinderen.

(NSPCC)

Kinderen met een tv op de slaapkamer hebben vaker slechtere schoolprestaties dan kinderen die er geen hebben. Ook blijken de kinderen mèt tv vaker op jonge leeftijd alcohol te drinken en zwaarlijvig te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek in de VS onder 527 ouders, uitgevoerd door de National Institute on Media and the Family. De tv op de slaapkamer van kinderen zou met name een slechte invloed hebben als de ouders niet nagaan wat de kinderen kijken en geen grenzen stellen aan de kijktijd.


We moeten in dit geval erg voorzichtig zijn met conclusies trekken. De onderzoekers leggen een rechtlijnig verband tussen tv op kamer en het voorkomen van de genoemde problemen. Mogelijk spelen ook andere kind- en gezinsfactoren mee in het ontstaan van de problemen. Het onderzoek bevestigt wel wat al eerder is gezegd over de negatieve invloed van ongebreideld tv-kijken door kinderen.

Iemand die je kent bakt niks van wiskunde. Snapt er niets van, maar vraagt geen hulp van de leraar. Doet ook niets aan het huiswerk en wil geen enkele andere oplossingsmanier uitproberen. Daardoor zakken de cijfers voor wiskunde tot een diepe onvoldoende.

Uit nieuw onderzoek blijkt er niks mis is met die persoon. Het is de leeromgeving tot dit soort zelf-destructief gedrag leidt.

De University of Notre Dame deed onderzoek.

Je hebt leraren die zich erop richten dat hun leerlingen met precies het juiste antwoord komen. Het zijn de demotiverende leraren, die geïrriteerd doen als de leerling een verkeerd antwoord geeft. Ze geven dan direct een ander de beurt die het probleem moet verhelpen door wel het goede antwoord te geven.

Leraren die leerlingen tot meer inzet motiveren benadrukken dat onzeker zijn, leren van fouten en vragen stellen allemaal onderdeel uitmaken van het normale leerproces.

Ze vragen de leerling of ze zich een eerder uitgelegd begrip nog herinneren. Laten weten dat de leerlingen niet moeten aarzelen als ze iets niet snappen om het te vragen.




(Journal of Educational Psychology (Vol. 94, No. 1))

Heeft het slaan van kinderen bepaalde voordelen of niet? Onderzoeker Thompson Gershoff analyseerde 88 gepubliceerde onderzoeken om die vraag te beantwoorden. Ze vond dat straf leidt tot kinderen die onmiddellijk gewillig zijn, het enige positieve resultaat. Het laat echter ook agressief gedrag bij kinderen toenemen, het vermindert de geïnternaliseerde normen en waarden (morele ontwikkeling) en leidt tot slechtere mentale gezondheid. Volgens de onderzoeksresultaten zou fysieke straf kunnen leiden tot mishandeling.

(Psychological Bulletin 128, nr 4)


Televisie krijgt er steevast de schuld van dat kinderen passief en lusteloos worden, maar nu laat een onderzoek door Australisch ontwikkelingspsycholoog Skouteris zien dat sommige tv-programma’s en films (zoals Shrek) hun fantasie prikkelen en daarmee positief zijn voor de sociale ontwikkeling.



Programma’s die het verbeeldingsvermogen stimuleren kunnen leiden tot verbeeldend spel bij kinderen. Dit spel is bepalend voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden en zelfvertrouwen.

(The Age)

Ouders hebben het soms moeilijker dan hun opgroeiend kroost. In het researchnieuws lezen we dat de ouders van pubers meer emotionele schade krijgen door conflicten dan hun kinderen zelf.



Pubers mokken kortdurend en daarmee is voor hen de kous af. Dat heeft te maken met hun niet te overtreffen veerkracht.

Volgens onderzoeker Steinberg piekeren ouders lang over allerlei argumenten, als hun kinderen alles al lang al vergeten zijn. Dat maakt ouders veel kwetsbaarder en gevoeliger.

40% van alle ouders zou door de conflicten met hun kinderen te maken krijgen met verminderd gevoel van eigenwaarde, ontevreden gevoelens, angst en depressiviteit. Vooral voor de moeders hebben er last van.

Door een meer ‘autoritaire’ opvoedingsstijl toe te passen, kunnen ouders die emotionele problemen voorkomen. Dat concludeert Steinberg. Ouders moeten warm zijn en betrokkenheid laten zien en tegelijkertijd ook grenzen en verwachtingen stellen. Volgens Steinberg wijzen onderzoeken erop dat pubers die met deze richtinggevende stijl worden opgebracht niet alleen minder last hebben van sombere gevoelens, maar ook minder vaak tot delinquent en anti-sociaal gedrag overgaan.

(Bron: the Times)

Het maakt voor het rolgedrag van kinderen niet echt uit of de vader nou wel of niet in het gezin aanwezig is. De Londense universiteit ontdekte dat jongens die zonder vader opgroeien net zo vaak tot typische jongensspelletjes (zoals ‘nep-vechten’) overgaan als jongens die groot worden in een volledig samengesteld gezin. Ook voor meisjes zijn er wat dit betreft geen verschillen gevonden.

Het is natuurlijk wel zo dat er op andere punten wel verschillen zijn: opvoeden is als alleenstaande ouder zwaarder dan met z’n tweëen. Zo is bijvoorbeeld als je er als ouder alleen voor staat grote kans dat je je gesteund voelt qua aanpak. Maar dat is een heel ander verhaal.

(Bron: the Times)

Uit onderzoek door het medisch opleidingsinstituut in Dartmouth blijkt dat adolescenten duidelijk luisteren naar wat hun ouders over roken zeggen. Een jongere die denkt dat z’n ouders er erg overstuur van raken als hij of zij met roken begint, begint er niet aan. In dit opzicht is de mening van de ouders dus veel belangrijker is dan de druk van leeftijdgenoten.

Ouders die zelf roken blijken evengoed precies dezelfde invloed te hebben als niet-rokende ouders, als ze tenminste duidelijk maken er stellig op tegen te zijn dat hun kinderen in dezelfde verslaving vervallen. Kinderen van verstokte rokers hebben wel vaak een genetische aanleg om aan sigaretten verslaafd te raken. Overtuigende anti-rook-boodschappen thuis kunnen die kinderen helpen om de ‘aanleg’ te overwinnen.



Er wordt vaak gezien dat veel ouders de invloed van leeftijdgenoten overschatten. Als het op belangrijke zaken aankomt, gaan jongeren tòch af op het oordeel van hun ouders. Leeftijdgenoten hebben invloed op oppervlakkige zaken, zoals de muziekvoorkeur en kledingkeuze.

Pubers kunnen lastige vragen stellen over seksualiteit. USA-Today pakt dit probleem bij de kop.

Wat zou je antwoorden op deze vraag?

Als het over seks gaat, willen jonge adolescenten over de details horen van:

A. Vrienden

B. Laatste Leonardo DiCaprio-film

C. Ouders



Het verbaast misschien, maar het juiste antwoord is: C.



Tenminste, dat blijkt uit de resultaten van een onderzoek onder ruim 2.000 pubers en hun ouders in de VS. Of ouders het nou geloven of niet, maar hun kinderen willen van hèn over seks, intimiteit en relaties horen. Ouders blijken dus toch een belangrijke rol te hebben als het neerkomt op de meningsvorming m.b.t. seks.

Uit het onderzoek blijkt verder dat pubers geen juist beeld hebben over het seksuele gedrag van hun leeftijdgenoten. Meer dan de helft schat het percentage jongeren met seksuele ervaring in de leeftijd tot 18 jaar tè hoog in. Dit is een belangrijke uitkomst, omdat uit eerder onderzoek gebleken is dat pubers die ervan uit gaan dat hun vrienden een seksuele relatie hebben zelf eerder geneigd zijn om met seks te gaan experimenteren.



De onderzoekers concluderen dat het belangrijk is dat het praten over seks meer een doorlopend gesprek moet zijn. Om effectieve gesprekken op gang te krijgen, worden de volgende zaken aangeraden:

> Wees duidelijk over de waarden en normen in het gezin.

> Wees eerlijk en laat je kind weten dat je probeert om iedere vraag wilt beantwoorden en dat het alles met je mag bespreken. Stel je er ook voor open als het gezichtspunt van het kind anders is dan het jouwe.

> Vermijd plat taalgebruik om de anatomie, masturbatie en andere seksuele zaken aan te duiden.

Pubers hebben veel minder psychische problemen als ze uit gezinnen komen, waarin de maaltijd samen wordt gegeten.



Die conclusie wordt afgeleid uit onderzoek door de Universiteit van Alicante in Spanje. Men denkt nu het gezamenlijk eten een ritueel is dat saamhorigheidsgevoelens geeft. Pubers zonder noemenswaardige problemen doen ook wat meer mee aan gezinsfeestjes en religieuze feesten, en brengen meer tijd door met familieleden buiten het gezin, dan hun leeftijdgenoten met psychische stoornissen.

Beide groepen (pubers met en zonder problemen) blijken ongeveer evenveel tijd te besteden aan tv-kijken, maar de groep zonder problemen deed wat vaker aan sport.

Conclusie van het onderzoeksteam: “De rituelen vergemakkelijken de positieve veranderingen tijdens de persoonlijkheidsontwikkeling”. Ze raden hulpverleners die in de klinische setting met adolescenten werken aan om wat vaker informatie te verzamelen over de rituelen die in het gezin gebruikelijk zijn. Dit om de eventuele sociale en gezinsfactoren in kaart te brengen die de ontwikkeling van de jongere beïnvloeden.

(Journal of Epidemiology and Community Health)